Meander * Eerder * Artikelen * J.M.H. Berckmans
 
J.M.H. Berckmans
Geert Goeman

Velen denken dat Jean-Marie Henri Berckmans enkel in Vlaanderen een zekere vorm van bekendheid geniet en niet in Nederland. Een halve waarheid, ik zit hier met een stapel kranten- en tijdschriftenartikels op schoot waarvan haast de helft afkomstig is van onze beminde noorderburen. "HP/De Tijd", "de Provinciale Zeeuwse Courant", "de Volkskrant", "Trouw" en "Friesch Dagblad" en meer dan waarschijnlijk is mijn lijst alles behalve volledig. Ik schrijf: "Een halve waarheid", want zelfs al wordt deze auteur regelmatig in Vlaamse kranten vermeld, toch krijgt hij niet de erkenning waar hij recht op heeft, althans dat is mijn strikt persoonlijke mening.

J.M.H. Berckmans werd geboren in Leopoldsburg (Limburg) in 1953 uit een eenvoudig arbeidersgezin. Reeds als puber en adolescent was hij vrij melancholisch van aard. Na het middelbaar onderwijs bezocht hij de universiteit (UFSIA, Antwerpen), waar hij Germaanse filologie studeerde, de eerste kandidatuur beëindigde met grote onderscheiding, maar helaas moest opgeven wegens een zware endogene depressie. De rest van zijn leven zou hij achtervolgd worden door depressieve buien, afgewisseld met soms vrij hevige manische periodes.
Na het debacle aan de universiteit oefende hij verschillende beroepen uit: succesrijk vertegenwoordiger voor een schoenfabrikant (een afdeling in Italië), taxichauffeur en boekverkoper. Zijn eerste en enige huwelijk 'liep op de klippen', zoals men dat in de volksmond zo welsprekend weet te omschrijven. Op vierentwintigjarige leeftijd ondernam hij een zelfmoordpoging en ontsnapte ternauwernood aan de dood, geen hysterische suïcidale hulpkreet om aandacht, maar een gemeende en bijna geslaagde poging. Berckmans had het lef twee dozen Vesparax in te nemen, materiaal waarmee je een Brabants boerenpaard onder totale anesthesie krijgt.

De verhalen van J.M.H. situeren zich voornamelijk in de Antwerpse buurt waar hij leeft en woont en die hij omschrijft als de 'Grauwzone'. Zijn voornaamste bekommernissen zijn pils, tabak, een beetje warme kost (hoeft niet veel zaaks te zijn), maar vooral 'blijven schrijven'. Het typisch 'Berckmansiaanse' verhaal bestaat uit het beschrijven van de marginaliteit op een controversieel-anarchistische wijze, de totale uitzichtloosheid en hoop op een beter bestaan, de absurditeit en zinloosheid van dit ondermaanse tranendal, alles gelardeerd met een laagje sadisme en soms zelfs wat paranoïa. Berckmans wordt wel eens de meester van het kortverhaal genoemd. Terecht naar mijn mening. Invloeden van Bukowski, Céline, Beckett en De Sade zijn duidelijk aanwezig. Zijn taal krijgt een extra dimensie door het gebruik van kleuren, poëzie (haast muzikaal, Rock & Roll) en herhalingen die hij uitermate goed weet te hanteren. Zijn uitdrukkingswijze is soms meedogenloos brutaal, doch hoe hard Berckmans voor zijn medemens ook kan zijn, hij schreeuwt het uit van wanhoop, verontschuldigt zich voor zijn bestaan en smeekt zelfs naar wat warmte en genegenheid. "Het enige waarmee ik mij in leven houd, is schrijven", aldus de auteur.

In 1973-1974 schreef hij "Brief aan een meisje in Hoboken. Geschiedenis van de revolutie", uitgegeven in 1977. In datzelfde jaar verscheen ook zijn enige dichtbundel "Tranen voor Coltrane", een weke koek van aan elkaar geplakte aforismen, soms amper een paar zinnen:

"Wie heeft de tranen uitgevonden..?
Iemand die het opkroppen verdomde..?"

De bundel is niet gepagineerd (telt 56 blz.) Geef mij dan toch maar "Brief aan een meisje in Hoboken", zijn eerste roman die in 1994 in herdruk ging. De psychiatrie is nooit ver weg: "geef mij maar Pentotal-Sulfonal-Veronal", "Waar gaat een mensenleven in hemelsnaam naartoe? Nérgens naartoe! Naar de hoge leeftijd en het web van kant & herinnering" (p. 139).

In 1989 verschijnt "Vergeet niet wat de zevenslaper zei". Meer dan tien jaar heeft J.M.H. niets van zich laten horen. Alweer een verhalenbundel. Niet echt florissante lectuur, niet-commercieel en choquerend tot en met. Wat dat choqueren betreft, daar zal ik moeten aan wennen, want Berckmans doet niets liever en gaat in stijgende lijn tot op het moment dat het echt niet meer lukt, dat een verzadigingspunt is bereikt (aan alles komt een eind!). "Alles is wanhoop", schrijft hij.

    "Marie-Jane was nog jong. Kleed je uit, Dixie, kleed je uit en maak je klaar, zei Billy Joe. Alle boten zinken . het mes daalde duizenden malen neer in de zee van licht. Een echoloos schot. In deafvoergeulen kolkte bloed, onstuimiger en bruisender dan de Mississipi, geen rund brulde."

(p. 50) J.M.H. maakt hier gebruik van een meesterlijke metafoor: hij maakt een vergelijking tussen de slachthuizen van Chicago en zijn personages die als vee afgeslacht worden. "Een waar delier, 99 % van het lezerspubliek is hier nog niet rijp voor!", schreef ik met potlood in de marge.

    "In dreigend zwijgen gehuld schuifelen de zwarte drommen gelovigen naar de kerk van Leopoldsburg, bijna struikelend over de zomen van hun rokken en broeken".

Als dat geen muziek is? En wat een kleuren! (p. 126)

1990, Berckmans is voorgoed op dreef, "Cafe De Raaf nog steeds gesloten" verbaast niet. Het is een zoveelste schot in de roos.

    "Het regende in het distrikt (sic). Het was het soort miezerige, door en door vergrijsde motregenweer dat onvermijdelijk en automatisch de gedachte oproept aan een demente levensavond in een gekapitonneerde cel op een lege gang van een gesloten, zwaar bewaakte afdeling van het staatsgekkenhuis van Bisceglie, een gedachte waarmee inzake onwenselijkheid geen enkele andere gedachte kan wedijveren."

(p. 61) "Café De Raaf nog steeds gesloten" is het bewijs dat je overal doorheen komt, zelfs door de zwaarste, meest afschuwelijke depressie.
Berckmans is een emotioneel, fijnbesnaard mens. Overgevoelige zielen zich onthouden, a.u.b.

"Rock & Roll met Frieda Vindevogel". Laatstgenoemde is behandelend psychiater van Gerrit Matthijs, een "kierewiete schrijver" waarin we Berckmans herkennen. Een brutaal, miezerig en intriest werk. Berckmans geeft ons raad:

    "Schrijven is het dagboek van een gek bijhouden." (p. 44) "Willen jullie weten hoe het leven in elkaar zit? De een wordt geboren met een alpinopetje op z'n kop en de ander met een hoed." "Want als de taal poedelnaakt is. En afgekluifd en ontvleesd tot op het bot. Dan zindert en zingt de taal. Haar oratorium voor knetterende schedels. Haar heidense litanie. Haar extatische hooglied." (p. 81)

"Het zomert in Barakstad". En dat in 1993. Onze "Culturele ambassadeur van de wanhoop", zoals ik ergens las, is het leven nog lang niet moe. Berckmans schrijft een soort paraproza dat steeds hermetischer wordt. Wie Berckmans van in het begin niet volgt, kan nu niet meer bijbenen. Hij laat geen plaats voor een rust- of adempauze, zijn verhalen zijn een hoge snelheidstrein van miserie en troosteloosheid, soms hectisch misantroop. In sommige verhalen wordt totaal geen interpunctie gebruikt. Alles wordt aan elkaar geschreven. (p. 68)

    "Zuipen jong zuipen jong zuipen. Jaja. Hij weet het wel. Hij zuipt zich nog eens kapot. Vroeg of laat zuipt hij zich nog eens kapot. Zoals zijn vader. Die ligt eronder. Onder de zoden. Nochtans een beer van een vent. Vijfenzestig is die geworden. Niet oud. (p. 74)

En dan gaat het wat beter, maar in het volgende boek is alles weer hopeloos. Een boek is de weergave van de geestestoestand van de auteur, kan het anders? In "Taxi naar de Boerhaavestraat" (1995) wanhoopt Berckmans zelfs niet meer.

    "Mensen dat is viezigheid en vuiligheid". "Maar het is maria katarina weslawska niet en groot is opnieuw je kommer en je kwel je buigt het hoofd je kromt de rug je draagt je lot zonder omzien." (p. 147)

Kromschrijverij tot en met, interpunctie hangt af van de willekeur van de auteur. Hier gaat het echt slecht met Jean-Marie!

Berckmans haalde 1996 met "Bericht uit Klein Konstantinopel". Het verbaast me wat, ik had slechter verwacht. Bundel nummer zeven, gecreëerd in barre omstandigheden en typisch Berckmansiaans. Geen racistisch gelul zoals de titel even laat vermoeden, maar pure poëzie. Het "elektrisch nachtblauw" klieft als een vlijmscherp mes door het gehele werk. Het is al drek, miserie, ellende en waanzin onder de vorm van deurwaardersexploten, lauwe pils en soep van de "Hulpkas".

    "De pijpen van m'n rafelige pyjama opgestroopt, smeek ik idem dito mijn ma om vergiffenis maar ze zegt alleen ge moet eens leren van uw handen te wassen als ge gedaan hebt met kakken want ge zijt een vuilaard." (p. 135)

In 1997 - Berckmans publiceert met de regelmaat van een klok, waarschijnlijk de enige regelmaat in het leven die hij kent - transfereert hij van 'Nijgh & Van Ditmar'/'Dedalus', Amsterdam/Antwerpen naar 'Houtekiet'/'de Prom', Antwerpen/Baarn met "Ontbijt in het vilbeluik", een kort werkje van 79 blz. Terwijl "Taxi naar de Boerhaavestraat" en "Bericht uit Klein Konstantinopel" nog een belofte inhielden - namelijk hoop op de revolutie (gebaseerd op maatschappelijke veranderingen) - is "Het vilbeluik" een grandioos nihilistisch kluwen. Berckmans beklaagt zich om zijn "redeloze radeloze bestaan" (p. 8). Zoals steeds is er muzikaliteit in het werk, samen met spetterende kleuren: "tijgerbroeken en ferrarirode T-shirts met groene gaten waar hun pikzwarte tepels ." (p. 34)

Werk nummer negen, "Slecht nieuws voor Doctor Paf de Pierennaaier, Pandemonium van de Grauwzone", gepubliceerd in 1998 is dan weer normaal qua volume (wat Berckmans betreft). Een echt dikke turf zal hij wel nooit schrijven, net zoals een groot werk bestaande uit een enkel verhaal niet wil lukken. Berckmans blijft de ongekroonde koning van het kortverhaal. De rode draad in deze negen opeenvolgende kortverhalen: het (totaal onbegrijpelijke) optreden van de 'Pierennaaier', gespecialiseerd in het uitvoeren van lobotomies (soort hersenoperaties, psychochirurgie) én het 'Syndroom van Kreuzfeld-Jakob'. Taal & stijl worden totaal hermetisch en volledig ontoegankelijk voor niet-ingewijden. "(Terneis en appelspijs doen denk ik de wereld draaien.)", wie kan daar nog aan uit? En Berckmans vervolgt "(Jammer, want als ge geen Terneis hebt moet ge nolens volens naar de Aldi gaan en daar ligt het hele spullement natuurlijk vol maar het is vanzelfsprekend allemaal brol.)" (p. 112)

De rare vorm van ironie en de pseudo-trivialiteit bij Berckmans getuigen van een hoge mate van intelligentie en leggen van prioriteiten. Het echte leven speelt zich af op straat, in de goot, aan de rand van de maatschappij, in de 'Grauwzone'. Met veel ongeduld kijk ik uit naar een volgend werk van J.M.H. Berckmans en blijf me afvragen waarom hij het grote publiek niet haalt. Zijn wij allen niet op zoek naar wat extravagantie? Houden wij er niet allen van het leven wat kleurrijker te maken? Oké, Berckmans is een rare kwast, maar was Van Gogh (en andere genieën en kunstenaars) dat ook niet?

    "130898 nog maar 110234 en Doctor Paf de Pierennaaier heeft al vanuit het spetserke gebeld naar z'n tante Odile inzake een voorschot op de erfenis en z'n tante Odile heeft gezegd Botten Loewies en nu heeft Doctor Paf de Pierennaaier nog altijd geen Terneis en quasi hopeloos is hij naar Terneis op zoek. Einde 34E. Doctor Paf de Pierennaaier z'n batterijen zijn nu plat en nu riekt Szukalski z'n Vanilla Stink al naar duivenstront."

(slotparagraaf van "Slecht nieuws voor Doctor Paf de Pierennaaier", p. 132).


Bibliografie:

Van J.M.H. Berckmans zijn verschenen:

  • "Tranen voor Coltrane (fundamenten)", uitgeverij 'Walter Soethoudt', Antwerpen, 1977, niet gepagineerd (56 blz.).
  • "Brief aan een meisje in Hoboken. Geschiedenis van de revolutie", uitgeverij 'Nijgh & Van Ditmar'/'Dedalus', Amsterdam/Antwerpen, eerste druk: 1977, tweede druk: 1994, 160 blz.
  • "Vergeet niet wat de zevenslaper zei", uitgeverij 'Dedalus', Antwerpen, 1989, 132 blz.
  • "Café De Raaf nog steeds gesloten", uitgeverij 'Dedalus', Antwerpen, 1990, 139 blz.
  • "Rock &Roll met Frieda Vindevogel", uitgeverij 'Dedalus', Antwerpen, 1991, 92 blz.
  • "Het zomert in Barakstad", 'Nijgh & Van Ditmar'/'Dedalus', Amsterdam/Antwerpen, 1993, 119 blz.
  • "Taxi naar de Boerhaavestraat", uitgeverij 'Nijgh & Van Ditmar'/'Dedalus', Amsterdam/Antwerpen, 1995, 160 blz.
  • "Bericht uit Klein Konstantinopel", uitgeverij 'Nijgh & Van Ditmar'/'Dedalus', Amsterdam/Antwerpen, 1996, 159 blz.
  • "Ontbijt in het vilbeluik", uitgeverij 'Houtekiet'/'de Prom', Antwerpen/Baarn, 1997, 79 blz.
  • "Slecht nieuws voor Doctor Paf de Pierennaaier, Pandemonium in de Grauwzone", uitgeverij 'Houtekiet'/'de Prom', Antwerpen/Baarn, 1998, 132 blz.'

Internetverwijzingen :

Voor meer gedetailleerde recensie van de aparte werken van J.M.H. Berckmans, zie ook: Woorddoc


[gepubliceerd: januari 2000]
 
^    deze tekst printen