Meander * Eerder * Artikelen * De bijbel van de Decadentie
 
J.K Huysmans - Rebours
De bijbel van de Decadentie
door Kees Godefrooij

'Een boek vol vergif, een zware geur van wierook lijkt aan de pagina's te hangen,' aldus Oscar Wilde in The picture of Dorian Gray.
Tegen de keer ( Rebours) verrast de tijdgenoten. De pers reageert fel. Het krijgt een enorme invloed op de generatie van 1884: een kleine groep Franse en Engelse estheten als Mallarmé, Oscar Wilde, G. Moore, Arthur Symons en Paul Valéry.

J.K. Huysmans werd geboren in 1848 te Parijs, uit een Franse vader en een Hollandse moeder. Om zijn noordelijke origine te onderstrepen, veranderde hij zijn voornamen Georges-Charles in Joris-Karl. Huysmans schrijft zeer deskundig over allerlei vormen van zenuwziekten. Ook Des Esseintes, de hoofdfiguur van Tegen de keer, is slachtoffer van een erfelijke neurose. In die zin is de roman een logische voortzetting van de talloze verhalen uit die tijd, die eigenlijk studies op het gebied van de pathologie waren. Om er van te genezen en de op utiliteit gerichte wereld te ontvluchten, trekt de ontspoorde, totaal verknipte edelman Des Esseintes zich terug in een geriefelijke kluizenaarswoning. Hoe romantisch is deze decadent! In zijn nieuwe woning creëert hij systematisch kunstmatige paradijzen, alles is er onnatuur. Hoewel hij de uiterlijke symptomen van de ziekte wil bestrijden, koestert hij deze als een kind. Des Esseintes is een decadent met sterk religieuze preoccupaties. Hij wordt geobsedeerd door de kerk. De verziekte estheet kan echter niet nalaten ook hier te perverteren. Objecten, traditioneel gebonden aan de Katholieke eredienst, gebruikt hij in een totaal andere context. De religie in zijn denken heeft iets verminkts, iets verwordens. Ze dient voornamelijk om sensueel-esthetische prikkels te geven. Sadisme, wellust en religie zijn tot een heilige drie-eenheid samengesmolten. De hele roman door treffen we hem in zijn gewatteerde, ontvolkte universum aan. De twee uitgebluste bedienden ziet hij zo min mogelijk. Hij heeft de vijandelijke buitenwereld buitengesloten, maar zichzelf opgesloten met zijn gevaarlijkste vijand: zijn ziekte, die snel verergert. Des Esseintes heeft een uitgesproken voorkeur voor de Latijnse auteurs van de decadentie. Hij is gecharmeerd van het adellijke aroma van hun wegrottende taal. Aan het begin van de 10e eeuw houdt zijn bibliotheek op en zonder acht te slaan op de tussenliggende eeuwen, sluiten zijn boeken zich aan bij de 19e eeuw. De verdorven stijl van de 9e eeuw sluit aan bij die van Baudelaire, Verlaine en Mallarmé. De cirkel is gesloten, de tijd is niet ver meer dat een glossarium zal moeten worden gemaakt van het laatste gestamel van de Franse taal. In 1907 sterft Huysmans, gehuld in de pij van een benedictijner monnik, met een sigaret in zijn hand.

Eigenlijk is alles syfilis

Zijn gedachten dwaalden af naar het woedende verlangen om hijgend uit te razen op zachte vrouwenlijven, om de beker van wellustige waanzin tot de laatste en bittere druppel leeg te drinken - voor de ramen, waarvan het blauwachtige craquelé glas overdadig was bedekt met goudgespikkelde, bobbelige flessenbodems, die het zicht op het landschap belemmerden en slechts een mat, schemerig licht doorlieten, hingen gordijnen, geknipt uit oude kerkelijke stola's, waarvan het donker geworden, verkleurde goud bijna niet meer te onderscheiden was in het vale rood van het weefsel. Van alle kunstenaars die hij kende, was er een die hem in grote vervoering bracht: Gustave Moreau. Hij had twee van zijn meesterwerken gekocht en nachten aaneen stond hij, dromend voor het schilderij dat 'Salome' heette - Salome was niet langer alleen maar de danseres, die door een wellustige draaiing van haar lendenen aan een oude man een bronstige kreet van begeerte en ontucht ontwringt; die door de golvende bewegingen van haar borsten en haar buik, door het trillen van haar dijen, de kracht van de koning ondermijnt en zijn wil breekt. Zij werd als het ware de symbolische incarnatie van de onverwoestbare Wellust, de godin van de onsterfelijke Hysterie, de vervloekte schoonheid, verheven boven alle andere schoonheden door de kramp, die haar lichaam stijf en haar spieren hard maakt; het monsterachtige Beest, onverschillig, onverantwoordelijk, gevoelloos, dat als Helena uit de Oudheid alles vergiftigt wat haar nadert, wat haar ziet, wat haar aanraakt. Zij werd werkelijk een hoer; ze gehoorzaamde aan haar felle, wrede, vrouwelijke temperament; hier kwam zij tot leven, geraffineerder en woester, slechter en heerlijker dan tevoren; zij prikkelde de kwijnende zinnen van de man krachtiger, bedwelmde en temde zijn wil nog intenser door haar charmes, die als van een grote venerische bloem waren, opgeschoten uit godslasterlijke bodem en getrokken in een broeikas van goddeloosheid. 'Eigenlijk is alles syfilis,' dacht Des Esseintes, toen zijn blik werd getroffen en vastgehouden door de afschuwelijke tijgervlekken van de Caladiums, waarover een lichtstraal speelde.

J.K. Huysmans, 1848 1907

J.K. Huysmans - Tegen de keer, Amsterdam 1977, 4e druk 2004 vertaald door Jan Siebelink. Deze tekst is samengesteld uit delen van het nawoord en uit fragmenten van de roman.









[gepubliceerd: mei 2005]
 
^