Meander * Eerder * Artikelen * Dichterschap
 
Dichterschap
door Herlinda Vekemans

Dichten, ik moet het u afraden. Een mens is immers niet gemaakt om te dichten. Om het onheil maar meteen duidelijk te stellen, hoe dichter bij het dichterschap een dichter is, hoe dichter een dichter wordt. Met andere woorden: een dichter verdicht tot dichterschap. Een full-blown dichterschap, in essentie misschien een onschuldige genetische predispositie die niet tot narigheid hoeft te leiden, is te vergelijken met een niets ontziende tumor die zich op korte tijd een weg vreet langs alle vitale organen en tenslotte geheel bezit neemt van het dichterlijk gestel.

Ik weet niet hoe andere dichters dichter werden. Misschien componeerden zij hun eerste klankdichten op hun tweede en stamelden zij met de rederijkersversie van de Suzukimethode op hun vierde hun eerste proeven van dichterschap op een door hoopvolle ouders kunstig in elkaar getimmerd podiumpje in de woonkamer. Om het anders te verwoorden, misschien was het een aangeboren afwijking en leerden ze er op jonge leeftijd mee omgaan. U kunt velen van hen regelmatig horen en zien op de podia (de tijd dat de dichter tot een eenzaam Keatsiaans, Byronesk of Rimbaudelairiaans zonderlingenbestaan gedoemd was, is gelukkig lang voorbij) en u zult het met me eens zijn, een en ander valt best mee. Het is verbazingwekkend dat dichters hun dichterschap zo menswaardig kunnen vormgeven. Maar niet alle dichters hebben een zo groot aanpassingsvermogen, vooral niet als het dichterschap plots opduikt.

Zo werd ik een paar jaar geleden debuterend debutant. Ik had tot mijn ongerustheid iets geconstateerd dat op gedichten zou kunnen lijken. De dingen rijmden niet, dus waren ze misschien helemaal geen gedichten, maar een snelle blik in een aantal tijdschriften in de boekhandel leerde dat gedichten niet meer rijmden. Er waren nieuwe varianten ontstaan, en deze deden het prima zonder rijm. Ik liet een paar van de dingen lezen aan een vriend. 'Gedichten', zei hij, 'ga bij een specialist te rade'. Bij de specialist kreeg ik hetzelfde te horen: 'gedichten'. Biopsie, en opsturen voor fysiopathologisch onderzoek. De uitslag volgde niet veel later en bevestigde het vermoeden. Herhaalde onderzoeken leidden telkens tot dezelfde vaststelling. Een dichterschap had zich klein en voorlopig nog overzichtelijk in verschillende delen van de hersenen genesteld. Ik hoefde me geen zorgen te maken, zo werd me verzekerd, het dichterschap is een goedaardig, onschuldig carcinoom dat zich na een latente fase manifesteert in multiple tumoren en melanomatosis, naast perifere klachten als afasie, dyspepsia en insomnia, en dat occasioneel aanleiding kan geven tot veranderingen in de persoonlijkheidsstructuur gaande van neurose en psychose tot zowat alles wat in een exhaustief standaardwerk uit de psychiatrie aangetroffen wordt.

Na de eerste schok gaat de debuterende debutant door een aantal fasen waarin hij leert aanvaarden wat hem overkwam. Ongeloof, hoop en angst: het zijn allemaal gevoelens die met veel woordvertoon de revue passeren. Lotgenoten - en zeker zij die al jaren hun dichterschap met waardigheid of zelfs onverholen trots op de schouders torsen - kunnen of willen wellicht geen soelaas bieden. Een debuterend debutant wordt bijgevolg in Sartriaans unheimliche zin met zijn existentie geconfronteerd. Zelf vond ik nog het meest troost in de zoektocht naar informatie, eerst en vooral over de aandoening zelf. Ik was ook zo dom geweest om in de jaren voordien zelfs niet in de verste verte met een mogelijk dichterschap rekening te houden en bijgevolg wist ik niet meer van de Nederlandstalige dichtkunst dan wat ik in schoolse lessen geleerd had. De zaken dienden onverwijld aangepakt. Ik verslond de ene essaybundel na de andere. Het dichterschap en wat het met zich meebrengt, de dekselse gedichten, werden er op alle mogelijke manieren in geanalyseerd. Schielijk overleden gedichten gaven na autopsie bijzonder veel informatie over het leven van het gedicht en de dichter. Naast de essaybundels vond ik bijkomende informatie in de case studies van lotgenoten: dichtbundels. Ik kreeg er niet genoeg van; een perverse vorm van lettervreterij, die jammer genoeg ook menigmaal tot spijsverteringsstoornissen leidde.

Hoe het nu met mij gaat? Naar alle omstandigheden niet eens zo slecht. Ik ben nu dus: dichter. 'Dichteres' zult u zeggen, met het oog op mijn voornaam. Wel, als het u niet te veel stoort, liever niet. Woordgevoelig als ik sinds het begin van mijn afflictie geworden ben, heb ik 'dichteres' eens als een röntgenfoto tegen het dichterschap gehouden, en er blijkt iets niet te kloppen. Het woord is te lang en de klemtoon zit fout. Hoe dat in vaktaal heet weet ik niet. Hoe dan ook, een eerste operatie is gepland later dit jaar: mijn debuutbundel Versneden wordt dan bij het Poëziecentrum in Gent vakkundig en niet-invasief verwijderd.

Ik plak hieronder een verwerkingstekst uit de eerste fase na de ontdekking van mijn dichterschap, een stijloefening in gemene zwarte humor waar ik verder niets mee bedoel. Andere dichters hoeven zich niet beledigd te voelen. Ik heb het tekstje destijds uit pure balorigheid zowel in een tijdschrift (En er is) als in een lokaal uitgegeven boek laten opnemen (Germaanse. Herinneringen aan een opleiding (1894-2004); red. Freek Van de Velde en Geert Brône, Leuven: De Cavalerie). Het boek waarvan hieronder sprake is, is van Hugo Brems, De dichter is een koe (De Arbeiderspers, 1991).

Dichter bij de dichter?

Wat is een dichter? Hugo Brems is best stellig: een dichter is een koe, zo begint hij een van zijn boeken. De professor liet zo in zijn titel de dames onder de dichters galant voorgaan, maar volgens recente berichten in de pers zijn de meeste dichters mannen. Stieren dus. Dichten is dan niet iets voor watjes en doetjes, maar voor Pamplonastraatbestormende, toreadortartende testosterongeteisterden. Lyriek is viriel en gespierd. Maar ach de koedames die des ochtends dringend de poëzie uit barstensvolle uiers dienen te laten striemstralen, o de arme ingeweide Bella's, de lila-chocoladerepen deernen. Lyriek is dom en bont. De professor heeft dit alles echter allerminst zo bedoeld met zijn metaforische titel; het boek geeft een veelzijdig beeld van de dichter, maar voor een samenvatting is hier nu wat weinig plaats. Als we nu eens gewoon het woordenboek consulteerden?

Een dichter: wat is dat? Van Dale geeft de volgende omschrijvingen bij het lemma 'dichter' (uit het volgende citaat zijn de voorbeelden weggelaten):

dichter:
1. maker van een gedicht;
2. iemand die de gave heeft verzen te kunnen schrijven en dat min of meer geregeld doet; in versterkte betekenis: iemand wiens verzen echte poëzie zijn;
3. iemand die als een dichter voelt (en tewerkgaat).

Van Dale is hier

    - no-nonsense accuraat (in omschrijving nr. 1; en ook i.v.m. de producten ener dichter is hij kordaat: 'gedicht', 'verzen', 'poëzie' in de nummers 1 en 2);
    - voorzichtig-vaag omtrent de herkomst van het dichterschap (nr. 2: het is een 'gave');
    - stellig in het opruimen van pseudo-filosofische aarzelingen over de werkelijkheid (nr. 2: 'echt');
    - vaderlijk-gul in een poging om in de laatste omschrijving (nr. 3) alsnog ieder would-be dichter het ongetwijfeld gegeerde lemma toe te kennen;
    - in nr. 3 nogmaals genereus, maar dan om een andere reden, en wel om de erkenning dat er ook dichters zijn die weinig of zelfs geen gedichten schrijven maar het eigenlijk door hun aanvoelen van de dingen wél zijn (de dichter avant la lettre);
    - gezellig ouderwets tot regelmaat aanzettend (nr. 2 'min of meer geregeld'; een dichterlijke samenstelling uiteraard, dit woord 'regelmaat', en aldus een contextgevoelige en terechte aanmaning;
    - enigszins wars van al te gevoelsbeladen bedoeningen, in het toevoegsel tussen haakjes in nr 3: '(en tewerkgaat)'. Niet alleen 'voelen' dus, maar ook naarstig werken. De dichterlijke tweespalt inspiratie-werk is bekend. Bij het woord 'tewerkgaan' is de associatie met 'tekeergaan' echter nooit veraf, misschien had Van Dale in plaats van het neutralere 'voelen' hier wel liever 'tekeergaan' gebezigd. Het is immers niet uitgesloten dat Van Dale bezorgd en met enig argwaan toekijkt op hoe er met zijn woorden zoal te keer en te werk gegaan wordt.

Los van het verwarrende feit dat het woord 'dichter' Van Dale tot drie aparte omschrijvingen gebracht heeft, begrijpt u dat bovenstaande oppervlakkige analyse niet veel verduidelijkt. De woordenboekdefinitie is niet meteen van dien aard om gelijk welk would-be dichter met enig zelfvertrouwen op zijn dichtbloemen of ondichtonkruid (hetzij op papier, hetzij avant la lettre) te laten neerkijken.

De omgeving van het lemma biedt naast enig twijfelachtig soelaas ('dichtader', 'dichtluim', 'dichtvuur', dichtersnarcis (de Narcissus Poëticus)), en een niet mis te verstane begrip van het woord 'dicht' ('weinig tussenruimten overlatend', 'niet lek', enz.) ook al niet veel hoop. Vooral de werkwoorden (men herinnere zich het dichterlijke 'tewerkgaan' uit omschrijving nr. 3) zijn ronduit vernietigend: dichtgooien, dichtklappen (gedaan met dichtluim), dichtknijpen (van de dichtader?), dichtlakken, dichtmetselen, dichtplakken (rijmt met 'dichtlakken', beide kunnen meteen een gedicht in, dichterlievend van Van Dale), dichtschroeven, dichtslempen (iets met 'bouwvoren', meer informatie bij de b van bouwvoor, vermoed ik; een bouwvoor is misschien een dichtregel), dichtslibben (die dichtader natuurlijk, men weze gewaarschuwd voor al te vettig woordgebruik), dichtspijkeren (toe maar), dichtstikken (het is de naaimachine maar, zo de verhoopte dichter al ademnood voelde), dichtstoppen, dichtvallen (we zijn er nog niet), dichtvriezen (het lot van elk dichtvuur? en hoe zou het de Narcissus Poëticus vergaan zijn?), en om tenslotte dichterlijk sappig-knapperig i's en t's op te dissen en de would-be dichter in het laatste werkwoord vergeefs nog wat te laten letterkwijlen: dichtzitten. Een beter woord voor dichterlijke writer's block lijkt me moeilijk te vinden. Dicht, een gedicht is potdicht; dit kan na deze serie afdichtende werkwoorden zonder angst voor verdere letterlekken wel gesteld worden.

Ik meen na deze jammerlijke omzwerving voorzichtig dat mensen die zich 'dichter' noemen iets maken (ik durf het neutrale werkwoord 'maken' niet te vervangen door zo'n 'dicht'werkwoord uit de lijst hierboven) dat 'gedicht' heet (ik durf het woord 'gedicht' niet op te zoeken, en al evenmin de woorden 'gave', 'verzen', 'poëzie', en al helemaal niet het woord 'echt'), dat deze mensen 'als een dichter voelen' (een noodlottige slang-bijt-staartcombinatie, vandaar allicht de mythe van de door het noodlot getroffen, vroeg-stervende dichter; een dichter die zijn omgeving nog enigszins ziet twijfelen omtrent zijn vermeend dichterschap zorgt dat hij ten laatste zo rond zijn 30ste zijn gereserveerde plaatsje onder de dichterlijke zoden inneemt; aandoeningen van de luchtwegen zijn van oudsher een gepaste rite de passage), en, als een dichter tewerk dienen te gaan (nogmaals de gevreesde werkwoorden). Mensen die zich op deze manier door het bestaan moeten worstelen (heaven forbid) kan men niet anders dan sympathie toedichten (het werkwoord 'toedichten' zullen we nu maar even laten voor wat het is: in de gradatie potdicht-potdichter-potdichtst eerder het laatste, denk ik).

Het moge duidelijk zijn dat dit alles betekent dat deze woordenboekpoging om dichter tot de dichter te komen schromelijk mislukt is, wellicht niet in het minst door een ondichterlijk al te kwistig omspringen met letters (is Van Dale het zuinige gebruik van dichterlijke letters niet vergeten?). Een metafoor is dichterlijker en vooral woordzuiniger dan een woordenboekverklaring: laten we daarom opgelucht terugkeren naar het boek van professor Brems: een dichter is een koe; u herleest zijn boek wel even om te zien hoe dichten nu zo sappiggrassig en bruinogig in elkaar zit.

Herlinda Vekemans (1961) publiceerde eerder in De Revisor (nr 4, 2003; nr 2, 2004; nr 1, 2005), Poëziekrant (nr 3, 2004), DWB (nr 6, 2004), En er is (nr 3, 2005) en Nieuwzuid (nr. 17, 2005). Haar debuutbundel Versneden verschijnt later dit jaar bij het Poëziecentrum. Ze werkt aan het Interfacultair Instituut voor Levende Talen van de K.U.Leuven en geeft er cursussen medisch en academisch Engels aan studenten en onderzoekers.




[gepubliceerd: juli 2005]
 
^