Meander * Eerder * Artikelen * Sonnetten voor Laura
 
Sonnetten voor Laura
een miniatuur door Kees Godefrooij

In het jaar 1348 stierf Laura. Ze viel ten offer aan de pest tijdens de grote epidemie die Europa teisterde. Laura was de muze van de dichter Petrarca. Petrarca werd geboren in 1304 in de Italiaanse stad Arezzo en verhuisde als kleine jongen met zijn ouders naar Avignon, waar zich in die tijd het hof van de paus bevond. Laura zag hij voor het eerst op Goede Vrijdag 6 april 1327 in de kerk van de Heilige Clara (God wat een vrouw!). Hij werd verliefd. Aan zijn liefde voor de onbereikbare Laura hebben we het liedboek te danken, een bundel die hij zelf Rerum vulgarium fragmenta, Gedichten in de volkstaal, noemde.
Op 19 mei 1348 hoorde Petrarca, op reis door Italië, van een vriend dat Laura op 6 april van dat jaar aan de pest was gestorven; hij schreef toen sonnet 267, waarvan de vertaling in de bundel is opgenomen. Tot ruim tien jaar na haar dood bleef hij gedichten aan haar wijden. Petrarca werd zo beroemd en kreeg zoveel navolgers dat er een literaire stroming naar hem is genoemd: het petrarkisme.

209

Mijn ziel is in uw heuvelen gebleven,
want ik vertrok, maar ben niet weggegaan
en heb mij van de last nog niet ontdaan
die Amor mij te dragen heeft gegeven.

Soms word ik door verbazing voortgedreven
omdat ik, verdergaand, u nader waan;
soms lijk ik, als ik voortga, stil te staan,
omdat ik van het juk niet werd ontheven.

Zoals een hertenbok die in zijn zijde
het wapen meedraagt dat hem doet verbloeden,
door sneller weg te vluchten meer moet lijden,

zo tracht ik mij soms van u heen te spoeden,
daar mij de pijl verwondde én verblijdde,
maar ben, verteerd van smart, het vluchten moede.

Francesco Petrarca 1304 1374
(vert. Ike Cialona)

Ike Cialona - Sonnetten voor Laura, Amsterdam 1998
Deze tekst is gebaseerd op het nawoord van de bundel.


[gepubliceerd: juli 2005]
 
^