Meander * Eerder * Artikelen * Apollonie Sabatier
 
Apollonie Sabatier (1822 - 1889)
bohémienne, muze en gastvrouw
een miniatuur door Kees Godefrooij


Op de Salon van 1847 had de beeldhouwer Clésinger een marmeren beeld tentoongesteld dat een jonge, naakte vrouw voorstelde die ten prooi was aan een zichtbaar aangename bezwijming en een titel droeg die de oorzaak van deze wellustige kronkeling moest verhullen - 'Vrouw, gebeten door een slang'. Het beeld was het resultaat van de wens van de weinig jaloerse bankier Alfred Mosselman een afbeelding van zijn maîtresse Apollonie Sabatier te bezitten, om het nageslacht deze volmaakte schoonheid ten voorbeeld te kunnen stellen. Vlak voor de opening van de tentoonstelling werd een bronzen slangetje toegevoegd om de seksuele implicaties te verhullen, maar het publiek liet zich niet misleiden en verdrong zich voor de verrukkelijke 'Vrouw, gebeten door een slang'.

Een tijdgenote beschreef Apollonie als volgt: 'Zij was vrij lang en goed geproportioneerd en zij had heel smalle gewrichten en mooie handen. Haar haar was zacht als zijde, kastanjekleurig, en leek zich vanzelf in volle golven met een gouden schittering om haar hoofd te vleien. Haar huid was glad en gaaf, haar gelaatstrekken waren regelmatig, ze had een kleine, tot lachen bereide mond en iets schalks en geestigs maar bovenal onderscheidde ze zich door een waas van triomf die haar leek te omhullen als een halo van geluk. Ze kleedde zich met veel smaak en fantasie. Ze volgde de mode niet op de voet, maar creëerde haar eigen stijl. Grote kunstenaars die haar zondagse bijeenkomsten frequenteerden, gaven haar adviezen en tekenden modellen voor haar'.

In 1852 troont Apollonie, gracieus en elegant, in de eetkamer en de salon van de rue Frochot in Parijs. Ze is een 'prima meid' - een rustpunt voor wie echtgenote of prostituee wil mijden. Bij haar heerst een vrijheid zonder grenzen, maar ook zonder overdreven losbandigheid. Zij is een soort renaissancistische courtisane die kunstenaars inspireert; zo staat ze model voor Flauberts' L'Education Sentimentale. Mosselman organiseert zondagavondetentjes in de woning van zijn maîtresse. De salon wordt bezocht door illustere gasten als Gautier, Flaubert, Baudelaire, Maxime Du Camp en Ernest Feydeau. Théofile Gautier benoemt Apollonie tot La Présidente. Zij is als enige dame aanwezig op de wekelijkse soirees omdat in haar kringen zij de enige vrouw is die zich niet stoort aan grof taalgebruik en schuine grappen en zich kan vinden in de geest van de conversatie. Charmant, inschikkelijk, nooit een economische of literaire dreiging voor haar mannelijke omgeving, is zij zowel muze als gastvrouw.

Nadat de relatie met Mosselman in 1860 was geëindigd, verdiende zij een schamele kost met het schilderen van portretminiaturen; ze exposeerde op de Salon van 1861 en op de Salon des Refusés van 1863. Haar kansen keerden weer toen ze een verhouding begon met de zeer gefortuneerde Roger Wallace, die haar een grote som geld deed toekomen nadat hun relatie was beëindigd. In latere jaren leefde ze gelukkig met een nieuwe liefde in Neuilly; daar hield zij ook salon, maar ze zou nooit meer zulke beroemde kunstenaars ontvangen als in haar jeugd.

Voor Baudelaire was zij muze en madonna. Hij stuurde haar gedichten en had een zeer kortstondige affaire met haar. Het gerucht ging dat hij de regels van het onderstaand gedicht schreef op het lichaam van een 'sultane uit de goot' en vervolgens deze lichtekooi naar zijn beminde zond.

De geestelijke dageraad

Wanneer bij schuimend volk het bleekrood ochtendblaken
In ideaals diepknagende gezelschap raakt,
dan wordt door een mysterie van de wraak gemaakt
dat uit de ondiersroes een engel zal ontwaken.

Zo opent zich het ongenaakbare azuur
van 't Hemelrijk der Geest, verlokkend als ravijnen,
voor de gevelde mens, van dromen vol en pijnen.
Aldus zie ik, Godin, lief wezen, helder, puur,

waar hopen puin van platte drinkgelagen roken,
jouw nagedachtenis, meer lieflijk, roze, klaar,
steeds zweven in mijn hoogverheven ogenpaar.

Van kaarsen heeft de zon de vlam inktzwart ontstoken;
zo, altijd zegevierend, is jouw schim gelijk
de zon, o schitterende ziel, onsterfelijk!

Charles Baudelaire
(vert. Petrus Hoosemans)

Claude Pichois en Jean Ziegler - Baudelaire, een biografie, Baarn 1992
Elizabeth Wilson - Bohemians, the glamorous outcasts, New Brunswick, New Jersey 2000
Petrus Hoosemans - De bloemen van het kwaad, Groningen 2001
De tekst bestaat voor een deel uit citaten uit de genoemde werken.


[gepubliceerd: juli 2005]
 
^