Meander * Eerder * Artikelen * Ibn Al-Mu’tazz vertaald door Hafid Bouazza
 
Een spiegel waarin ik je gelaat zie
Poëzie van Ibn Al-Mu'tazz vertaald door Hafid Bouazza
door Peter Wullen

In Meander 286 werd in Poëzie Kort aan de poëzie van Ibn Al-Mu'tazz al aandacht besteed. Peter Wullen gaat er in dit artikel nog eens dieper op in en ontlokte vertaler Hafid Bouazza bovendien een aantal uitspraken.

Arabische poëzie is weinig gekend in onze contreien. Daar komt stilaan verandering in. Bij Prometheus verscheen voor de leek een mooi vormgegeven bloemlezing met gedichten van de virtuoze dichter en kalief Abu 'l-Abbas 'Abdallah ibn Al-Mu'tazz. De gedichten werden vertaald door de Nederlands-Marokkaanse schrijver Hafid Bouazza als tweede deel van zijn Arabische bibliotheek. Het eerste deel 'Schoon in elk oog is wat het bemint' verscheen vorig jaar en bevatte uitsluitend Arabische liefdespoëzie. De bibliotheek neemt gestaag uitbreiding! In april verschijnt al een derde deel. Intussen doen we het met 'De zon kussen op dit nachtuur' – wat een prachtige, ambigue titel trouwens! – waarin hij zich concentreert op het oeuvre van de bij ons vrijwel onbekende Arabische prins Al-Mu'tazz.

Enfant terrible Bouazza lijkt me trouwens dé meest geschikte persoon om deze belangrijke figuur uit de Arabische literatuur dichter bij ons te brengen. Een goed inlevingsvermogen en kennis van de Arabische cultuur vanuit de basis lijken immers belangrijke vereisten om zo'n complexe taak te volbrengen. Bovendien krijgen we als bijkomende moeilijkheidsfactor nog eens de afstand in de tijd die ons scheidt van de gedichten van Ibn Al-Mu'tazz. Ze spelen zich af in onze vroege middeleeuwen, dat is dus meer dan duizend jaar geleden. De gedichten werden geschreven aan het hof van de kaliefen in Baghdad aan het begin van de Islamitische tijdrekening, ongeveer twee eeuwen nadat de profeet Mohammed aldaar zijn leer verkondigde.

Nu was die Al-Mu'tazz niet bepaald een doetje. Hij leefde tussen 861 en 908 van onze christelijke tijdrekening en groeide op als bastaardzoontje van een kalief en een slavin. Aan de regels en de wetten van de Islam hield hij zich nauwelijks. Hij leefde een decadent en rijkgevuld leven. In zijn jeugd hield hij zich nauwelijks bezig met politiek, maar hij vulde zijn dagen - zoals het een verwende prins aan het hof betaamt - met muziek, schone letteren, mooie vrouwen en sloten wijn. Hij had zelfs een paar politieke moorden op zijn kerfstok, toen hij in 908 betrokken raakte in een complot tegen de toenmalige kalief. Even besteeg hij zelf de troon. Nauwelijks een dag later werd hij weer verjaagd. Exit Ibn Al-Mu'tazz... Na een vergeefse onderduikpoging bij een juwelier werd hij op 29 december vermoord maar hij liet ons als erfenis wel een aardige collectie gedichten na.

Al-Mu'tazz was één van de Abassidische kaliefen uit de negende eeuw, die in die periode vanuit Bagdad over de Islamitische wereld regeerden. Het was een bloeitijd voor de Arabieren en een periode die rijk was aan kunst, literatuur en architectuur. Omstreeks die era werden de sprookjes van duizend-en-één-nacht geschreven.

Hafid Bouazza: 'Dichtkunst stond toen net zo hoog in aanzien als in de tijd van de pre-islamitische dichters te vergelijken met de Keltische barden. Zij vervulden een belangrijke politieke, sociale en metafysische functie. Men dacht dat dichters in contact stonden met een djinn, zoals de daimoon van de oude Grieken, die hen de gedichten toefluisterde. Er is een belangrijk verschil: Ibn al-Mu'tazz leefde in de bloeiperiode van de Arabische cultuur, de Abbasidische dynastie (749-1258), waarin de Arabieren de Perzische, Indiase, Chinese cultuur absorbeerden en waarin poëzie als kunstvorm een autonome positie kon innemen. Dichters waren niet meer de spreekbuizen slechts van stammen, maar individuele kunstenaars die door mecenassen - meestal kaliefen en viziers - konden vleien om in hun levensonderhoud te voorzien. Daarnaast schreef elke Arabier - hoe belabberd ook - die zichzelf respecteerde gedichten.'

Over Ibn Al-Mu'tazz als dichter en schrijver vind je bitter weinig informatie. Vanwege zijn liederlijke en goddeloze levensstijl was hij waarschijnlijk niet erg geliefd geweest bij de Imams. Hij deed in zijn korte leven ongeveer alles wat de Koran ten strengste verbiedt. Als zoon van de kalief aan het hof van Bagdad kon hij zich waarschijnlijk toch wel een en ander veroorloven.
Hafid Bouazza: 'Ibn al-Mu'tazz behoorde tot wat contemporaine literatoren de 'modernisten' noemen. Ik spreek niet graag over stromingen, maar goed. Dichters die na Waaliba en zijn leerling Abu Nuwas (een van de grootste werelddichters, een bloemlezing van zijn werk verschijnt volgend jaar in dezelfde reeks) radicaal braken met de bedoeïenenpoëzie en haar tradities en die zij openlijk bespotten. Zij kozen voor elegantie, helderheid, 'naturalisme' in de betekenis dat zij beschreven wat zij om zich heen zagen en wat hun levenswijze was, in plaats van als rederijkers oude topoi te imiteren. Ambacht werd kunst, zonder het ambachtelijke van kunst te negeren. Ibn al-Mu'tazz is niet echt controversieel: zijn muziek is daarvoor te aangenaam en zijn visuele kracht te overtuigend. De werkelijk controversiële figuur is Abu Nuwas. Een eerste(!) wetenschappelijke editie in vijf delen die verscheen in 2003 (!) in Caïro, bezorgd door een groep wetenschappers, werd op instigatie van de muffe moefti's verboden en uit de handel gehaald. Ik meen mij te herinneren dat de boeken zelfs publiekelijk verbrand zijn door de baardapen (met mijn excuses voor de apen) - maar zeker ben ik er niet van.'

Bouazza verwijst in zijn voorwoord volledigheidshalve naar de vier edities, waar de gedichten van de controversiële Al-Mu'tazz in voorkomen: twee stokoude uitgaven uit Istanbul en uit Caïro en twee vrij recente uitgaven uit Beiroet. Dat is alles! Weinig bronnenmateriaal dus en bovendien zeer ongelijk van kwaliteit. De gedichten van Al-Mu'tazz zijn meestal kort, puntig en vrij origineel. De aanhef van de bloemlezing – een eerste gedicht van nauwelijks acht regels - vormt meteen een spectaculair begin:

Je zieke oogleden onthullen alles
Zij vertellen van een heilzame nacht
Je slaap na het ochtendgebed
Bewijst dat je gisteren slapeloos hebt doorgebracht
Soelaas is bestemd voor innige minnaars
En goddeloosheid brengt het meeste profijt
Wij hadden zo onze gedachten
Maar je kegel onthulde de waarheid

Bouazza verklaart in een noot dat het Arabische ra'iha staat voor 'kegel' of of 'geur van een kater'. Ik dacht meteen aan een andere connotatie. Al-Mu'tazz was immers op tijd en stond en ter afwisseling niet vies van een portie jongensliefde, zoals ook uit zijn andere gedichten blijkt. Hier valt hij onmiddellijk met de deur in huis. Na een zware nacht van drank, plezier en genot kan hij zijn ogen nauwelijks openhouden tijdens het ochtendgebed. Iets verder staat een lang gedicht naar aanleiding van het 'verbreken van het vasten' (pag. 18). Voor Al-Mu'tazz was elke aanleiding blijkbaar voldoende voor een orgie en een grootscheeps feestgelag.

Hafid Bouazza: 'Er zijn anekdotes te vinden over Ibn al-Mu'tazz in oude Arabische naslagwerken, maar die zijn zo geconstrueerd dat ze ongeloofwaardig overkomen. Wat zijn rol was als politicus en hoe belangrijk hij in die hoedanigheid was, valt op te maken uit het feit dat hij zich als een marionet liet gebruiken in een staatsgreep die leidde tot zijn onthoofding. Zijn gedichten werden gezongen en ik sluit niet uit dat hij bepaalde verzen ook schreef speciaal voor muziek. Overigens werd veel van de poëzie uit die tijd gezongen - een overblijfsel uit de pre-islamitische traditie, de tijden van analfabetisme, waar gedichten gezongen werden. Hoe die liederen hebben geklonken, zullen we misschien wel nooit weten. Muziek werd niet genoteerd, maar kreeg omschrijvingen en ik weet niet hoever historische musicologen gevorderd zijn in het ontcijferen van de terminologie en het reconstrueren van de muziek - zoals sommige wetenschappers hebben gedaan met Homerus.'

De verzen van Al-Mu'tazz zijn soms niet erg subtiel en hooggegrepen. Het zijn diepmenselijke en rake observaties, die als onderwerp de natuur, drinkgelagen en de liefde hebben. Wat opvalt, is de nuchtere en de moderne toon van zijn verzen. Zo beschrijft hij droogkomisch en plechtig een amechtige zon die door de wolken wil breken 'als een eunuch die een maagd wil betreden' (pag. 10). In het lange gedicht 'Ik verlang geen hemel als de buik van een onager' vertaalt Bouazza een regel over een regenbui als 'en elke keer plast de lul van de hemel'. Sérieux moet je dus schijnbaar niet zoeken bij Al-Mu'tazz. Een doldwaas gedicht ontsluit het raadsel van de penis:

Wat is een nietig iets o jonkheer
Wat niet van zilver is noch van goud
Bijna is het onzichtbaar – zo klein is het –
Mijn moeder is erdoor bedekt geweest en mijn vader
Het opent een deur met zijn hoofd en bij het
Verlaten sluit het hem af met een staart


Is dit grappig of gewoon boertig en vulgair? De bloemlezing biedt je echter veel meer... Iets verder in het boek onthult Ibn Al-Mu'tazz, als het om de ware liefde gaat tenminste, een voor ons vrij herkenbare en universele denkwereld. Sommige verzen klinken zo hedendaags dat ze niet eens zouden opvallen tussen het modernere aanbod. Tussen het zuipen, het neuken en alle ongein en gortigheden, die Al-Mu'tazz voor ons opsomt, stootte ik op enkele prachtige korte en subtiele liefdesgedichten, die ik de lezer zeker niet wil onthouden. Op pagina 94 vond ik een juweeltje van dichtkunst, waarin de dichter zijn verloren geliefde herdenkt:

Een maan boven een twijg
Die de minnaars geen verwaandheid toont
Nooit hebben wij een gelijke
Van Shurayra tussen alle mensen gezien
Mijn traan kent mijn begeerte
En mijn hartstocht – vraag hem ernaar
Mijn herinnering aan jou heeft
Een spiegel waarin ik je gelaat zie

Gewoon heel mooi! En op pag. 151 vond ik dan weer een sterk staaltje van jaloezie en complexe psychologie. De minnares verwijt haar geliefde dat hij een ander heeft. De sluwe minnaar, die blijkbaar alleen uit is op onmiddellijk genot, probeert haar verder te verleiden, gooit het hier echter meteen over een andere boeg en probeert het op een akkoordje te gooien, door haar voor te veinzen dat hij haar wil beschermen. De listige minnares – feministe avant la lettre? - laat echter niet af en verwijst naar de verzen van de dichter waarin hij een ander vernoemde. 'Ik noemde iemand anders maar bedoelde jou', probeert de dichter nogmaals tevergeefs het naderend onheil af te wenden. We weten niet wat de afloop van deze liefdestwist was en of Ibn Al-Mu'tazz ooit zijn zin kreeg bij zijn maîtresse.

Zij zei: - Je hebt een ander - Ik zei: - Moge ik je losgeld zijn
Voor elk euvel en elke ramp en je beschermen -
Zij zei: - Je hebt haar genoemd in je verzen - Ik zei haar: -
Ik noemde iemand anders maar bedoelde jou
Laat je verwijten aan de plooien van je brieven over en benut
De dag van samenzijn en laaf mijn mond met jouw mond

'De zon kussen op dit nachtuur' is een sterke bloemlezing, die een ander licht werpt op een ons relatief onbekend tijdsgewricht en een cultuur, die de onze niet is. Voor Bouazza was het waarschijnlijk - zelfs met zijn referentiekader - een waar huzarenstukje om de soms cryptische en duistere passages om te zetten in begrijpbaar Nederlands. Het voorwoord is redelijk summier gehouden. We komen vrij weinig te weten over de echte historische figuur Al-Mu'tazz, over de politieke rol die hij speelde en over de intriges aan het hof, die hem tenslotte de das omdeden. Sommige gedichten zijn hermetisch zonder bijbehorende verklaring van personages en termen. Bouazza plaatst wel ca. 120 noten aan het einde van het boek, maar we bleven na lezing met een gevoel van honger zitten. De bronverwijzingen over het leven en de werken van Ibn Al-Mu'tazz zijn beperkt gehouden.

Hafid Bouazza: 'Het is opvallend hoe nieuwsgierig mensen zijn naar het gezicht achter het gedicht. Hoewel het eerste niet van belang is, noch zou moeten zijn, voor het tweede. Mij gaat het om het gedicht, niet om het gezicht. Al mijn inleidingen zullen summier zijn - de lezer dient niet alleen geprikkeld, maar ook geplaagd te worden.'

Hield Bouazza zich aan de originele versies of maakte hij vrije vertalingen, waardoor de geest van de originelen enigszins verloren ging?

Hafid Bouazza: 'Mijn vertalingen zijn letterlijk - soms ook op het grammaticale. Waar de vertalingen rijmen, komt dat doordat rijm mij kwam aangevlogen: ik heb er niet over gepiekerd. Een gedicht heb ik in twee vertalingen opgenomen - en dat stilzwijgend - om te laten zien dat elke vertaling een keuze inhoudt, maar dat ik weiger een keuze te maken: vandaar de noten. Ik heb gekozen voor een gedicht zonder bloesems (rijm) om de weide van het origineel niet te vertrappelen. Wat vreemd dat men van vertaalde, al dan niet klassieke gedichten onmiddellijke 'begrijpelijkheid' verwacht. Moderne dichters zijn daarvan gevrijwaard. Wat begrijp jij van een gedicht van laten we zeggen Lucebert? De lezer mag wat moeite doen: ik hou met opzet bepaalde verklaringen achter. Moet ik dan alles herkauwen? Mij gaat het om zijn individuele visie en expressie.'

Ibn Al-Mut'azz – De zon kussen op dit nachtuur, gekozen en vertaald door Hafid Bouazza
Prometheus, Amsterdam 2006; 173 blz.; € 24,95
ISBN 90 446 0440 6


[gepubliceerd: 6 april 2006]
 
^