Meander * Eerder * Artikelen * Light verse
 
Light verse
Jeannine Janssens

Grens

Als ik een roltrap, zegt men er niets van.
Als ik een raapsteel, laat men mij vrij.
Als ik een kropsla, kraait er geen haan naar,
Maar als ik een bisschop, ben ik er bij.

Daan Zonderland (uit : "Weerbarstig alfabet")


Wat is "light verse" ?

"Light verse", in het Nederlands ook "plezierdichten" genoemd, is de naam voor de poëzie die geschreven wordt met het doel de lezer te amuseren. Samen met de traditionele lyriek en de liedjes, behoren de diverse soorten "light verse" tot de vormvaste poëzie.
Dat brengt met zich mee dat hun vaste vormkenmerken soms erg beperkend op hun inhoud gaan werken. Nochtans zijn de drie subgenres van de vormvaste poëzie niet altijd streng van elkaar afgescheiden: sommige ernstige dichters verwerken heel wat humor in hun teksten, en in heel wat "light verse" vinden we een ernstige of melancholieke ondertoon terug.
Het lichte vers kende in de jaren zeventig en tachtig een grote bloei, met vooraanstaande dichters als Kees Stip, Drs. P, Annie M.G.Schmidt, Driek van Wissen en Ivo de Wijs. Drs. P gaf van "light verse" de volgende bepaling : "dartelen met versvormen zonder dat het product naar de lamp moet rieken".

De vrije poëzie kent ook een vorm van lichte poëzie: de "nonsens- poëzie". Deze vorm wordt ook vaak "light verse" genoemd, maar dat is ten onrechte. Nonsenspoëzie kan soms gewoon brabbeltaal zijn, of uit dierengeluiden bestaan; soms is het ook fantastische poëzie, waarvan een gedicht enkel uit gefantaseerde elementen bestaat. Een grootmeester in de nonsenspoëzie is C. Buddingh'. Het volgende nonsensgedicht komt uit zijn "Gorgelrijmen":

De Lariekoekoek (vrij naar het leven)

Al wat de lariekoekoek zegt
Wordt door het kleinste kind weerlegd.

Wat hem helaas niet mag beletten
Zijn stem eens extra uit te zetten.


Het hiernavolgende gedicht van Jan Hanlo is ook een typisch voorbeeld van nonsenspoëzie :

De mus

Tjielp tjielp - tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp - tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp tjielp
tjielp tjielp tjielp

Tjielp
etc.

Jan Hanlo (1912 - 1966)
(uit : Verzamelde gedichten, Amsterdam, 1974)


Enkele vormen van "light verse"

1) De Limerick

De meest bekende vorm van quot;light verse" is de limerick.

Het woord "limerick" is afgeleid van de Ierse plaats Luimneach (of, op z'n Engels, Limerick). In Ierland was het de gewoonte om op bruiloften of partijen liedjes te zingen, waaraan iedereen voor de vuist weg op rijm een couplet toevoegde. Na ieder couplet zong het gezelschap: "Will you come up to Limerick ?"
Deze liedjes hadden vaak het karakter van nonsenspoëzie. En langzaamaan kregen die liedjes -die men limerick noemde- een vaste vorm. Edward Lear maakte de limerick beroemd met zijn "Book of Nonsense" (1846).
Een limerick is een speels vijfregelig vers van satirische of geestige aard, met veelal klank- en/of woordspelingen. De vijf versregels van de limerick volgen het schema A-A-B-B-A. De regels 1, 2 en 5 moeten dus op elkaar rijmen, en de regels 3 en 4 eveneens. Ook het aantal lettergrepen per regel is vastgelegd: 9-9-5-5-9, of uitzonderlijk ook 8-8-5-5-8 of 8-8-6-6-8. En het ritme speelt in een limerick eveneens een belangrijke rol: de klemtoon valt op de tweede, de vijfde en de achtste lettergreep.

Voorbeeld :

Een transseksueel uit Terschoten
die hoorde men luid sakkerloten.
Hij zei : "'t Is, gebeurd,
siliconen gescheurd:
Mijn tieten die zijn naar de kloten!"


2) Het Ollekebolleke

Het ollekebolleke is de Nederlandse variant van een Engelse dichtvorm die in 1951 in New-York opdook als de "Jiggery Pokery". Twintig jaar later vinden wij het terug, met verscherpte vorm- vereisten, als de "Higgledy-Piggledy" in het boek : "The Game of Words" van William R.Espy. Het ollekebolleke is aan strenge regels gebonden:
- het is een achtregelig puntdicht ;
- het is verdeeld in twee strofen van vier regels ;
- iedere regel bestaat uit een dubbele dactylus, behalve de
vierde en de achtste, die één dactylus en één extra heffing tellen;
- de regels 4 en 8 rijmen met elkaar ;
- de eerste regel is bij voorkeur een uitroep, een motto, iets dat de nieuwsgierigheid prikkelt;
- de tweede regel geeft het onderwerp aan ;
- en het meest opvallende kenmerk is: de zesde regel is één zeslettergrepig woord, liefst met de klemtoon op de vierde lettergreep.

Schema:

Olleke - bolleke
olleke - bolleke
olleke - bolleke
olleke - bol

Olleke - bolleke
Ollekebolleke
Olleke - bolleke
olleke - bol


Een lettergreep met o in het schema is beklemtoond, anders staat er een doffe e. Alleen de verzen die eindigen op -bol rijmen. Het zesde vers is één enkel woord, wat de grote vondst van het genre is. Het ollekebolleke is tot slot voorzien van een titel, en het gaat bij voorkeur over een actueel onderwerp. Of, om een voorbeeld te geven:

GRUWELIJK HUWELIJK

Gruwelijk huwelijk!
Vrouw versus echtgenoot
Zij: Het moet uit zijn
Ik acht het funest

Zweer dat je stopt met dat
Buitendedeurgeneuk!
Hij: Schatje, kijk maar
Ik zweer als de pest

Ivo de Wijs
(uit: 'Droggen zijn bedroom' van Robert-Henk Zuidinga)

In zijn handleiding "Plezierdichten" omschrijft Drs. P de techniek van het ollekebolleke, en maakt er meteen een:

Ollekebolleke

Aanhef moet motto zijn
Hier komt het onderwerp
Metrum is dactylus (-UU)
Stop

Tweede couplet, waarin
Ononderbrokenheid
Uit de voltooiing:
Het rijm duikt nu op

(Drs. P)


Er zijn nog andere, doch minder bekende, vormen van "light verse". Ook schrijvers van liedteksten schrijven vaak "light verse". De groten in dit genre zijn Annie M.G.Schmidt, Jules de Corte, Jan Boerstoel, Robert Long, Drs.P.


Bibliografie

- Drs. P, Plezierdichten, 's Gravenhage, 1979.
- Drs. P, Handboek voor plezierdichters, 's Gravenhage, 1983.  - Nederlandse nonsens op rijm, Uitgeverij Het Spectrum, Antwerpen.
- Peter de Broek, Er was eens een man in Caïro, uitg. Skarabee, 1969 (over limericks).
- Vic. van de Reijt, Ik wou dat ik twee hondjes was, uitg. Bert Bakker, 1992 (over nonsenspoëzie).
- Cees Buddingh', Gorgelrijmen, ca. 1955.


Internetverwijzingen

- Over de limerick, met maandelijkse limerickwedstrijd, op de Lukraaksite: http://www.dma.be/p/lukraak/lukbe/lukraak.htm

- Over het ollekebolleke : op de site van Serge Helfrich : http://www.xs4all.nl/~helfrich/olbol.htm

[gepubliceerd: oktober 1998]
 
^