Meander * Eerder * De Dichter * Jannah Loontjens
 
Jannah Loontjens kan de poëzie niet buitensluiten
'Het is net kruipolie'
door Wilma van den Akker

Jannah Loontjens (1974) bracht een deel van haar jeugd door op het Zweedse platteland en verhuisde vervolgens naar Nederland, waar ze later filosofie van kunst en cultuur studeerde in Amsterdam. Ze werkt op dit moment aan haar proefschrift. Intussen schreef ze al drie dichtbundels, waaronder de laatste, Het ongelooflijke krimpen (2006), en de roman Veel geluk (zie www.jannahloontjens.nl). In dit pas verschenen boek wordt de sfeer van haar kindertijd prachtig weergegeven. Mijn vingers jeuken om op de roman in te gaan, omdat ik een paar keer op bezoek ben geweest bij Jannah en haar familie, lang geleden in de Zweedse bossen. Ze was toen nog een kleuter.

Na dertig jaar ontmoeten we elkaar in De Jaren, een grand café in Amsterdam, waar we eerst wat oude foto's bekijken en herinneringen ophalen voordat we het over de poëzie hebben. Tegenover mij zit een beschaafd sprekende, af en toe wat dromerig afdwalende jonge vrouw.

Veel geluk is een autobiografische roman met fictieve elementen. Zijn er ook sporen te vinden van je Zweedse jeugd in je poëzie?
In het gedicht 'Gud', opgenomen in Het ongelooflijke krimpen, staat de Zweedse taal centraal. Gud spreek je in het Zweeds uit als 'guud', met een Engelse g zoals in 'go', en het betekent 'god'. En het woordje 'god' betekent weer 'goed' en 'lekker' in het Zweeds. Hierin zag ik een grappige illustratie van de afspraken die in iedere taal gelden en die alleen werken zolang de mensen zich aan die regels houden. In elk geval moeten minstens twee mensen zich eraan houden wil een taal functioneren, zoals Wittgenstein dat heeft duidelijk gemaakt. Verder komt Zweden regelmatig terug in mijn poëzie in de vorm van veel sneeuw of extreme kou. Maar ik heb het niet zo letterlijk tot het thema van mijn gedichten gemaakt zoals ik dat wel heb gedaan in mijn roman. Hoewel ik moet toegeven dat ik er soms wel eens wat verzen over schrijf, maar die hebben geen van allen mijn dichtbundels gehaald. Het gedicht 'Geografie' is daar een voorbeeld van.


Foto: Fleur Speet

Als ik me niet vergis gaat je proefschrift over fasen in het scheppingsproces bij schrijvers. Klopt dat?
Ja, ik herlees filosofische theorieën over de literatuur vanuit literaire werken die over het schrijven gaan, zoals Marcel Prousts A la recherche du temps perdu. Of ik bekijk bijvoorbeeld de betekenis van de 'auteur' vanuit het verhaal rond de fictieve auteur JT LeRoy, maar ik herlees ook filosofische teksten vanuit het kader van hedendaagse films zoals Adaptation, waarin een scriptschrijver met een writer's block kampt.

In hoeverre beïnvloeden je wetenschappelijke en je literaire werk elkaar?
Ik denk dat ik vooral van het een in het ander vlucht. Als ik vastzit en niet verder kom met het schrijven aan mijn proefschrift, dwaal ik vanzelf af in de poëzie of het werken aan een kort verhaal. Het een vormt de afleiding van het ander.

Momenteel gaat veel tijd en aandacht naar je proefschrift. Is er nog ruimte voor gedichten?
Het dichten sluipt tussen alles door. Ik kan op een wetenschappelijke conferentie naar een lezing zitten luisteren en ineens een idee krijgen voor een gedicht. Wat dat betreft is poëzie net kruipolie: je kunt het niet buitensluiten. De zinnetjes kruipen je gedachten binnen; soms als je aan de telefoon zit, soms als je televisie kijkt of door de supermarkt loopt. Natuurlijk vraagt het uitwerken van een dichtbundel veel tijd, en dan lijdt mijn proefschrift daaronder. Maar ik denk dat mijn proefschrift er pas echt onder te lijden zou hebben als ik de zijpaden van de poëzie niet zou bewandelen.

Hoe vind je het om je poëzie voor een publiek voor te dragen?
In principe vind ik het voordragen op zich erg leuk. Het is altijd goed om je gedichten direct met een publiek te kunnen delen. Maar soms kan ik het ook een nogal absurde vertoning vinden; al die dichters die om de beurt voor enkele minuten in hun eigen woordbrouwsels opgaan. Het is vaak doodvermoeiend om naar te luisteren. Liever lees ik een dichtbundel, die ik kan wegleggen en oppakken wanneer ik dat zelf wil. Maar het ligt ook aan de avond. Sommige avonden kunnen bijzonder inspirerend zijn, vooral als de dichters met hun voordracht echt iets toevoegen: het ritme en de klank op zo'n manier laten klinken dat je daarna de betekenis van de woorden ook anders gaat zien.

In het gedicht 'Wat je denkt' (verschenen in de bundel Vonken) zet je 'ik' neer als '[] een sceptische, maar niet al te / ontevreden inwoner van een kleine metropolis'. Is dat een rake typering van jouzelf, de dichteres Jannah Loontjens?
Ja, ik denk het wel. Tegelijkertijd gaat dit gedicht juist over de onmogelijkheid om binnen taal geheel authentiek te zijn. De woorden waarmee je je uitdrukt zijn gemeengoed. De meeste zinsneden of uitdrukkingen worden door vele mensen gebezigd. Als kind leren we de taal door na te praten en eigenlijk ontkom je daarna nooit meer aan het citeren. Taal bestaat bij de gratie van de herhaling en het citeren van elkaar, in die zin kun je nooit een geheel eigen originele 'ik' tot uitdrukking brengen. Het woordje 'ik' alleen al is misschien wel het meest uitgewoonde woordje. Of zoals ik in mijn gedicht schrijf: 'Ik / is hier, een woord waarmee jij, jij, en jij / denken ik te zijn'. En misschien is het schrijven, en niet alleen de poëzie, wel een eindeloze zoektocht naar een echt eigen kern in de taal.

Mogen de lezers van Meander een recent gedicht van je lezen?
Ik geloof dat mijn zeemansgraf-gedicht mijn recentste gedicht is. Op uitnodiging van F.Starik hebben onlangs negen dichters in het kader van het huidige thema van het Rijksmuseum, te weten 'de dood', een gedicht geschreven voor een stervende zeeman op een schilderij van Cornelis C. van Wieringen. Daarop is het ontploffen van het Spaanse admiraalschip tijdens de zeeslag van Gibraltar (25 april 1607) te zien. Mocht je hierin geïnteresseerd zijn: de dichters zijn op filmpjes te bekijken op de website van het Rijksmuseum, www.rijksmuseum.nl.


naar de gedichten van Jannah Loontjens


[gepubliceerd: 24 maart 2007]
 
^    >