Meander * Eerder * De Dichter * Vitalski
 
Interview met Vitalski
'Ik wil leven alsof ik geniaal zou zijn'
door Maarten Gulden

De dichter, performer, romanschrijver, schilder, conferencier, acteur en punk 'n roller Vitalski is in Vlaanderen weliswaar een ware cultfiguur, in Nederland is de grote doorbraak tot nu toe uitgebleven voor Vital Baeken (1971). Meander sprak met de Antwerpse nachtburgemeester over poëzie en performance, de Johnny van Doorn-prijs en over zijn Rotterdamse collega Jules Deelder.

"De titel nachtburgemeester is een beetje potsierlijk voor iemand als ik. Hoewel ik van mijn twintigste tot mijn dertigste veel rare dingen heb gedaan in het Antwerpse nachtleven, ben ik toch wezenlijk te soft voor dit statuut. Ten opzichte van Jules Deelder ben ik maar een doetje", vindt Vitalski. "Ik bewonder hem uiteraard. We zijn elkaar een paar keer tegengekomen. Hij is wel vriendelijk tegen me." Wel is hij net als Deelder vergroeid met zijn stad. "Wat Dublin is voor Joyce zijn oeuvre, is Antwerpen voor mijn oeuvre. Ook mijn romancyclus De geur van nat haar, waarvan net het derde deel is verschenen, ruikt naar Antwerpen. Ik wil dat de lezer het verschaalde bier, de ongelukkige jongeren, het grijze beton, de smerige stadsduiven ruikt."

De kunde van het fraseren
De grote doorbraak in Nederland is tot nu toe uitgebleven. Ook de toekenning van de Johnny van Doorn-prijs voor de Gesproken Letteren in 2005 heeft daar geen verandering in kunnen brengen. Enig idee hoe dat komt? "Ik heb er wel een idee van. Eigenlijk zuiver toevallig is het er tot dusver nooit van gekomen om werkelijk op tournee te gaan in Nederland. Ik geloof dat ik er gemiddeld tien keer per jaar een theatershow doe, van Breda tot Groningen en terug. Ik word er wel goed onthaald. Zelf geloof ik - eerlijk waar - dat de Nederlanders mij beter begrijpen dan de Vlamingen, die mij onterecht wel eens als arrogant bestempelen. Eigenlijk haat ik België." Eén keer heeft hij op het punt van doorbreken in Nederland gestaan. Dat was toen hij afgelopen herfst werd uitgenodigd als vaste Belgische correspondent voor het tv-programma De wereld draait door . "Het is op de valreep niet doorgegaan. Ik geloof dat mijn haar niet goed lag op de proefopname…", grapt Vitalski.


Foto: Kris Verdonck

Tot het uiterste
Vitalski is een alleskunstenaar. Hij wil en kan zich niet beperken tot het dichterschap. Hij is er te wispelturig voor en te veel een workaholic: "Ik beweer niet dat ik geniaal ben, maar ik wil wel leven alsof ik geniaal ben", vertelt hij. Volgens hem zijn al die disciplines waar hij zich mee bezighoudt, gefundeerd in maar één enkele kunde: de kunde van het fraseren. "De ene discipline bestuift de andere. Door met striptekenen bezig te zijn, ben ik mij ook meer bewust van mijn eigen houding op het podium. Door zo exact mogelijk een grap te staan vertellen in een schouwburg, krijg ik ook beter inzicht in de syntaxis voor mijn romans. Hoe ouder ik word, hoe meer eenheid ik zie in mijn gehele oeuvre. Ik geloof dus niet dat ik versnipper." Hij beschouwt zichzelf zeker ook als een dichter. "Als je naar de Belgische politie gaat en je vraagt daar wat mijn beroep is, dan krijg je als antwoord: dichter. Zo staat het officieel geboekstaafd." Vroeger deed hij vaak wel een jaar over een enkel gedicht, maar sinds hij een blog heeft, schrijft hij meer gedichten in korte tijd. "Al krijg ik er nog steeds een kick van om een halve dag lang over één zinnetje na te denken, één leesteken. Ik laat een gedicht niet los voordat ik voel dat ik er werkelijk mee tot het uiterste ben gegaan. Het gedicht ik heb altijd geloofd dat er iemand zou komen zoals gij op een dag als deze is wellicht een van mijn beste gedichten, omdat het een erg universeel ding is en iedere vluchtige emotie overstijgt. De beelden zijn helder en er zijn geen overbodigheden."
Zijn er dichters die hem inspireren? "Het enige gedicht ooit dat mij letterlijk aan het huilen bracht is de zee en de klokken van Neruda. Een jaar later las ik het terug en schoot ik opniéuw vol. Uiteraard heb ik de grammatica van dat gedicht heel erg nauw bestudeerd. Mijn enige dichtbundel, Het gedicht Jongen, heeft er veel aan ontleend, voornamelijk de zeer verticale versbouw, maar ook de onaanraakbaarheid en de stilte erin…"

Tot het zenuwstelsel
"Als ik een gedicht voordraag, verander ik meestal ter plekke hier of daar een woord. Hugo Claus doet dat ook. In plaats van 'reiger' leest hij dan ineens bijvoorbeeld 'valk'. Dat heeft met de telepathie van het ogenblik te maken. Als het goed gaat, sta ik soms twee minuten lang dingen voor te lezen die helemaal niet op papier staan", aldus Vitalski. Volgens hem wordt de performance onderschat in de literaire wereld. Hij vindt dat maar vreemd. "Geen enkele dichter immers kan leven van de opbrengst van zijn bundels. Zelfs grotere dichters leven van hun performance, ook als ze nauwelijks talent hebben om te performen. Hoewel… Als je een goed dichter bent, dan is je voordracht toch ook altijd echt. Neem nu bijvoorbeeld Leonard Nolens. Die staat zéér ver van James Brown af, zo zenuwachtig en schuw als hij is, maar hij slaat je toch effen gewoon doordat zijn poëzie zelf zo krachtig is. Als artiest probeer je zowel met je poëzie als met je perfomance rechtstreeks tot in het zenuwstelsel van zijn publiek door te dringen. Om die reden telt iedere komma, iedere beweging van je pink."

Tussen wal en schip
Doordat Vitalski veel dingen tegelijk doet, wordt hij zelden serieus genomen. "Voor de literaire kritiek ben ik te veel een performer, voor de podiumcritici ben ik te veel een poseur en voor de tabloids ben ik ietsje te intellectueel. Ik val aldoor tussen wal en schip. Daar heb ik inmiddels wel mee leren leven, maar om zo eindelijk na al die jaren eens een prijs te mogen ontvangen, de Johnny van Doorn-prijs, dat was toch een hart onder de riem. En het is welverdiend, want mijn optredens zijn werkelijk erg goed!" aldus de man die niet meer uit het Antwerpse leven is weg te denken.
"Eigenlijk ben ik hier in Antwerpen bijna een levend standbeeld. Ik word hier zelden gelauwerd, maar anderzijds word ik hier automatisch beschermd, eender waar ik kom. Stilaan begrijpen ze wie ik ben en ik ben de Antwerpenaren dankbaar voor hun respect. Ik kan hier gewoon niet op straat eindigen. Er zal zich altijd wel iemand over mij ontfermen. Zo loop ik hier als een Pinokkio door het landschap."



naar de gedichten van Vitalski


[gepubliceerd: 21 april 2007]
 
^    >