Meander * Eerder * De Dichter * Hanz Mirck
 
Interview met Hanz Mirck
Klassiek, experimenteel en menselijk
door Maarten Gulden

Hanz Mirck debuteerde in 2002 met de dichtbundel Het geluk weet niets van mij, die genomineerd werd voor de C. Buddingh'-prijs. In 2005 verscheen zijn eerste roman, Het Godsgeschenk. Voor zijn tweede dichtbundel, Wegsleepregeling van kracht, ontving hij de J.C. Bloem-poëzieprijs. Meander sprak met hem over de prijswinnende bundel, het vertalen van poëzie en zijn nieuwe verslaving.


Foto: Jan Griffioen
Deze tweejaarlijkse prijs voor de beste tweede bundel, de J.C. Bloem-poëzieprijs, moet de aandacht van het publiek vestigen op de betere poëzie. De stichting gaat ervan uit dat een dichter zich pas echt bewijst met een tweede bundel, omdat een eerste bundel ook een toevalstreffer kan zijn. Voor de derde editie kreeg de jury Ruben van Gogh, Jean Pierre Rawie en Jeltje van Nieuwenhoven - een vijftiental bundels toegestuurd. De bundel van Hanz Mirck werd door de jury unaniem verkozen tot winnaar.

Slechts meningen
Die waardering geeft Mirck niet het gevoel dat de verwachtingen voor de opvolger hooggespannen zijn. 'Ach, uiteindelijk zijn alle prijzen en recensies slechts meningen', relativeert hij. 'Ik ben natuurlijk heel blij met de positieve respons - ik ben ook maar een mens. Maar ik ben niet anders gaan denken over mijn werk, probeer gewoon mezelf te blijven in wat ik schrijf. Ik ben nieuwsgierig, maar niet verwachtingsvol, en wat anderen ervan vinden doet er op de lange duur het minst van alles toe. Natuurlijk zou het fijn zijn als ook de derde bundel goed valt, maar daar heb ik geen invloed op.' Hij is wel heel blij dat de jury unaniem was in het besluit om hem de prijs toe te kennen: 'Tja, als dat niet zo zou zijn, was het een compromis. Dan was ik dus minder blij geweest, zou het minder goed voelen. Nu heb ik het idee dat mijn werk zich op het snijpunt van de smaken van Rawie, Van Gogh en Van Nieuwenhoven bevindt: tussen klassiek, experimenteel en menselijk,' aldus Mirck.

Zwaaien uit de verte
Mirck is ook vertaler - Elektrisch Licht van Seamus Heaney en Ether van Nick Flynn bijvoorbeeld, zijn van zijn hand - al voelt hij zich meer een dichter: 'Bij vertalen gaat het om iets anders dan dichten: om compromissen, om zuiverheid, om de kern van iets te bepalen en die weer te geven. Dat is een vak op zich en dat herscheppen is prachtig, maar het is niet dezelfde vreugde als je uiten en jezelf verrassen.' Wel vindt hij dat hij als dichter in het voordeel is ten opzichte van een vertaler die geen dichter is. 'Als je echt moet gaan herscheppen en er meer van jezelf in moet stoppen, zul je dus ook de keuzes van de dichter moeten kunnen begrijpen op een gelijkwaardig niveau. Ik weet nog dat ik bij Nick Flynns Ether echt het gevoel had dat ik zijn toon begreep en juist die naar het Nederlands overbracht. Ik weet niet of een docent Engels dat ook kan...'
Soms ontmoeten dichter en vertaler elkaar, zoals in Wegsleepregeling van kracht dat de gedichtencyclus Die Winterreise van de Duitse dichter Wilhelm Müller als uitgangspunt heeft. 'Doordat ik de Winterreise heb vertaald, komen er fragmentjes van terug in mijn gedichten. En ook heb ik zinnetjes die passen op muzikale zinnen van Schubert in de tekst verstopt,' legt Mirck uit. 'En natuurlijk begreep ik de Winterreise pas echt toen ik haar vertaald had. De dichter en vertaler komen elkaar dus tegen in deze bundel en zwaaien dan uit de verte naar elkaar.' Maar waarom de Winterreise? 'Ik merkte na een paar nieuwe gedichten dat ik over mijn voorbije relatie schreef en ik wilde een bundel over één thema maken.'

Een beetje verslaafd geraakt
'De Winterreise is voor mij het toppunt van romantische liedkunst; ze inspireerde me, qua vorm, qua sfeer en ook qua beeld. Persoonlijk vind ik de gedichten niet zo heel sterk het is juist de combinatie met de muziek die ze tot leven brengt. Ik heb gedaan alsof ik een moderne Wilhelm Müller was. Eén recensent was zo dom en conservatief te denken dat ik me met Schubert wilde meten. Ik wil helemaal niks meten, maar ik was benieuwd hoe eenzelfde cyclus tweehonderd jaar later klonk. Ik ben ook erg geïnteresseerd in intertekstualiteit. Om commerciële redenen - de bundel kwam uit tijdens de Boekenweek en het thema was toen muziek - is vermeld wat mijn inspiratiebron was, maar ik zou dat zelf liever aan de lezer overgelaten hebben. De bundel moet ook zonder Schubert te waarderen zijn.'
De hele bundel is geschreven in de sonnetvorm. 'Om mezelf te beperken,' licht Mirck toe. 'De eerste aanzetten van mijn gedichten zijn meestal een regel of dertig lang. Nu dwong ik mezelf minstens de helft daarvan te schrappen en daar klaart het altijd erg van op. Verder wilde ik het sonnet als vorm oprekken, kijken wat er overblijft als je niet rijmt, als je de volta heel ruim opvat, tegen de grenzen ervan aanschurken. Ik vind het daarnaast ook een fijne vorm, de lengte is ook precies goed. En ik wilde ook een eenheid in de bundel, zoals 24 schilderijtjes van hetzelfde formaat. Ik probeer mezelf nu weer te dwingen een nieuwe vorm te vinden want ik ben een beetje verslaafd geraakt.'

Muziek is alles
Muziek is alles voor Mirck: inspiratie, uiting, bron en toevluchtsoord. 'Ik speel vaak gitaar als een gedicht niet lukt, tot ik tegen mijn technische - muzikale grenzen aan loop en gefrustreerd mijn bureau weer opzoek. Dan weet ik weer waar ik sta en lukt het schrijven wel. Muziek helpt om in de sfeer te komen. Wegsleepregeling schreef ik met Wende Snijders aan, dat hielp erg. En Schuberts Winterreise bracht me dus op het idee voor de bundel. Meestal weet ik eerder hoe een gedicht moet klinken dan wat erin beweerd zou moeten worden...'.
Achter in de bundel zit een cd. 'Dat moest gewoon,' zegt Mirck. 'Ik wilde weer terug naar de bron: de Winterreise is een gedichtencyclus die op muziek is gezet. Ik wilde mijn cyclus ook op muziek, zodat het echt een antwoord zou zijn. Het was ook een jeugddroom: ooit een cd maken. Nu heb ik dat in elk geval als dichter gedaan. De tekst staat precies genoteerd in de partituur van Bert Lochs en ik moest dus een beroep doen op mijn tien jaar klassiek pianoles om mee te kunnen lezen. Ik werk graag met muzikanten; je kunt je er door laten optillen, nieuwe kleuren in je werk zien als je voordraagt. Bovendien is deze cd, deze compositie, iets nieuws: geen zangstem maar een voorleesstem die door de componist is uitgekiend. Ik vond het een erg mooie aanvulling. De cd is een interpretatie van de bundel. Als de muziek door Brainpower, Maarten van Roozendaal of Micha Hamel was gemaakt, was het een ander ding geworden. Ik heb Bert Lochs de vrije hand gegeven, en het is derhalve zijn project. Ik was benieuwd wat hij ervan zou maken, hoe hij het hoorde, en naar het grensgebied tussen lied en gedicht. Uiteindelijk is de bundel van mij en de muziek van hem, net zoals de gedichten van Wilhelm Müller niet van Schubert zijn en vice versa.'

Toekomst
Hoe zijn gedichten zich wat de vorm betreft zullen ontwikkelen, is Mirck nog niet duidelijk. 'Met grote nieuwsgierigheid sla ik mezelf gade. Ik zoek naar een andere vorm dan het sonnet, schreef onlangs een gedicht over wijn van dertien kantjes. Maar ik ben ook stadsdichter van Zutphen en dat werk wordt het eerst gebundeld, over twee jaar als mijn ambtstermijn erop zit. En verder werk ik aan een kinderboek en een tweede roman, dus ik heb nog een lange weg te gaan... Hoe dan ook wil ik mezelf blijven vernieuwen, onderzoeken, uitdagen.'



naar de gedichten van Hanz Mirck


[gepubliceerd: 19 mei 2007]
 
^    >