Meander * Eerder * De Dichter * Victor Vroomkoning
 
Interview met Victor Vroomkoning
Een dichterlijk mens
door Maarten Gulden

Gezegend met enige muzikaliteit, speelde Walter van de Laar al vroeg viool en piano, componeerde hij eigentijdse melodieën en schreef hij er teksten bij. Op de middelbare school deed hij aan cabaret en begon hij gedichten te schrijven voor het schoolblad. Ook schreef hij schelddichten op zijn leraren; vandaar dat hij een pseudoniem in het leven riep. Pas in het begin van de jaren tachtig, toen hij de veertig al gepasseerd was, is hij in tijdschriften gaan publiceren onder de naam Victor Vroomkoning. Op de vraag waarom hij dichter is geworden antwoordt hij: 'Het ging vanzelf. Misschien word je als dichter geboren. Ik weet ook niet of ik dichter ben. Ik ben een dichterlijk mens'.


Foto (c) Gerard Monté
Kleinspraak
In Vroomkonings gedichten gaat het over de intieme, alledaagse, kleine dingen, in een vrij eenvoudige, toegankelijke taal. Eerder vent dan vorm, eerder anekdote dan hermetisme. 'Bij mij gaat het meer om herinnering, herkenning, weemoed en bezinning dan om verbeelding, verwarring en experiment. Mijn gedichten vinden hun grond in een anekdote, een levenservaring, een levensgevoel,' vertelt Vroomkoning. 'Ik zeg dat we tussen geboorte en dood leven, tussen Eros en Thanatos. Dat is misleidend uitgedrukt, want geboorte is niet gelijk aan de Eros. Ik bedoel dat wij mensen vanaf ons begin vooral gedreven worden door Eros en Thanatos. Daarover: over De Liefde(sdrift) en de Dood(sdrift) schrijf ik in het bijzonder. Ik wantrouw ideologieën, de taal van Hitler, geënt op een metafysisch idee, heeft gruwelen veroorzaakt. Ik ben geen geëngageerd dichter in politieke zin, ik heb geen boodschap. Mij gaat het in de poëzie om een particuliere wereld, particulier taalgebruik.
Ik vertrouw wel Grote Gevoelens, niet de Grote Woorden erover. Als ik ze al in mijn poëzie te berde breng, worden ze in miniformaat opgediend, gelardeerd met understatement en weemoed. Herman de Coninck noemde dit kleinspraak, dat zoveel betekent als poëtische bescheidenheid: ingehouden drama, stilte na de storm. Liever het understatement dan de hyperbool. De dichter moet niet schreeuwen en holle woorden gebruiken, anders wordt hij onverstaanbaar. Er is poeha genoeg in de wereld. Laat mij maar de intimist zijn voor wie sommige recensenten mij houden.'

Dagelijkse ervaring
Vroomkoning gaat uit van de dagelijkse ervaring. Hij noemt de dingen bij de naam: 'Het is míjn vader die in mijn gedichten figureert; ik maak hem voorstelbaar, inleefbaar, invoelbaar opdat hij de vader van de lezer wordt. In mijn verzen spiegelt zich weliswaar mijn leven, maar - hoop ik - ook hét leven. Overigens gaat het nooit om het wát maar om het hoé, hoe het staat opgeschreven, in taal uitgedrukt. Ik zeg niet: de inhoud, de stof is ondergeschikt; ik zeg: de inhoud doet er eerst toe als die adequaat staat opgeschreven. Het gaat in mijn poëzie ook om het cruciale van waarneming. Ik wil de kinderlijke blik terug: hé, kijk eens; steeds met nieuwe, ontvankelijke ogen naar de - oude, vertrouwde - dingen kijken. Dat is poëzie, dat is wat poëzie doet, moet doen. Ik houd daarom van rituelen, herhalingen, niet om de gewenning, maar om het zich steeds vernieuwen in ogenschijnlijk onveranderlijke omstandigheden: niets blijft, alles herhaalt zich.'

De onontkoombare breuk
Vooral in zijn eerste bundels, De einders tegemoet en De laatste dingen, bepalen breuken, scheiding en de dood de inhoud. 'De werkelijkheid van alledag doortrekt mijn eerste verzen, en dat is eigenlijk tot op de dag van vandaag niet veel anders. Boven een van mijn publicaties plaatste Herman de Coninck de titel Repeterende Breuken. De eerste breuk in je leven is de komst in het daglicht uit het duister van de moederschoot. Elke dag komen er nieuwe scheurtjes, kloofjes, breuken bij; verlangens kweken ontgoochelingen, niet ingeloste verwachtingen, verlatingen. De mens wordt schuldeloos, waardevrij geboren, maar tijdens zijn leven raakt hij vol misère ondanks - nee: dankzij zichzelf; vergelijkbaar met de held in het Griekse drama. De onontkoombare dood werpt zijn schaduw vooruit. Kijk om je heen: veel rampspoed ondanks alle 'goede bedoelingen'. De mens is uitgerust met schitterende kwaliteiten, tegelijk een onvolkomen wezen dat oorlog voert, zijn zuster verkracht, zijn broeder vermoordt. Veel liefdesrelaties beginnen moedig maar brokkelen af en met de moed der wanhoop wordt er gescheiden. Het enige dat een beetje helpt tegen dit onheil is relativiteitszin, ironie, die mij en het vers op de been houden. Ik mediteer zo nu en dan om me in evenwicht te houden. Diezelfde functie heeft de poëzie.'

Erotische poëzie
Onder het heteroniem Mathilde Lippens publiceerde hij in De Revisor en Maatstaf zo'n vijfentwintig erotische verzen, die zowel bij de redacties als literaire tijdschriftrecensenten veel waardering oogstten. Met een groot aantal van deze verzen won hij een belangrijke literaire prijs. 'Toen ik ze in Lippendienst bundelde onder de naam Stella Napels, kregen ze eerst welwillende aandacht, maar vanaf het moment dat de ware identiteit achterhaald was, werd de bundel als pornografisch afgedaan en werd ik nog net niet als vieze ouwe man bestempeld. Men voelde zich waarschijnlijk belazerd,' aldus Vroomkoning. 'De ontvangst van Lippendienst toont nog maar eens aan, hoe lichtvaardig de poëziekritiek de lyrische ik met de biografische auteur zonder reserve vereenzelvigt. Incongruentie tussen auteur en ik-personage - in proza aan de orde van de dag en door de kritiek volkomen geaccepteerd - wordt in de poëziekritiek ontoelaatbaar geacht. In de poëzie worden doorleefdheid en authenticiteit blijkbaar zo van essentieel belang gevonden, dat de 'ik' en de schrijver nagenoeg identiek moeten zijn, tenminste van dezelfde sekse. Ergo: men schrijft over proza anders dan over poëzie,' vindt Vroomkoning.
In zijn bundels staan al enkele min of meer erotische verzen. Wat nog ontbreekt is een bundel, uitgebracht onder de naam Victor Vroomkoning. Hij vertelt: "Ik zou graag nog eens een ferme erotische búndel af willen scheiden maar dat is een hele onderneming. Liefdesgedichten, erotische verzen zeker, zijn de moeilijkste onder de poëzie. Ze vereisen hartstocht en afstand tegelijkertijd, zeg maar afgekoelde emotie. Er mag geen cliché doorheen glippen, platheid mag, maar gedoseerd, vals sentiment ligt op de loer, exaltatie is uit den boze. Maar misschien moet ik me spiegelen aan Carlos de Andrade, de Braziliaanse dichter die op zijn ouwe dag, toen hij tegen de tachtig liep, die prachtbundel O amor natural publiceerde - overigens fraai vertaald door August Willemsen. Dan kan ik nog wat jaartjes wachten.'

Stadsdichter van Nijmegen
Victor Vroomkoning leeft inmiddels veertig jaar in en rond Nijmegen. In september 2006 is hij voor twee jaar benoemd tot stadsdichter van de Keizerstad. In deze hoedanigheid moet hij elk jaar zes gedichten schrijven en een voor een 'eenzame dode'. 'Als stadsdichter moet ik hier en daar optreden, word ik geacht een woordje te zeggen op de bijeenkomsten van het Stedelijk Netwerk, geef ik workshops op scholen en publiceer ik aan Nijmegen gerelateerde gedichten in De Gelderlander,' licht hij toe.
'Nijmegen is een achtenswaardige - volgens Nescio - on-Hollandse stad,' gaat hij verder. 'Het bombardement in februari 1944 heeft een enorme krater geslagen. Toch valt er nog veel te genieten in deze oudste stad van Nederland, van de mooie singels, de Waal en hier en daar een restje oudheid. Natuurlijk is de ligging bijzonder, wat menig dichter inspireerde (zie de bloemlezing De navel van 't land). Ik schreef vorig jaar 'Dodemont', een lang - in Nijmegen gesitueerd - episch gedicht. De omgeving van Nijmegen is hier en daar weergaloos: de Ooijpolder, Berg en Dal, Groesbeek, de Haterse Vennen. Ik heb er een klein fietsparcours uitgezet. Op de fiets komt regelmatig een regel aanwaaien. Zonder ervan te houden, vind ik Nijmegen een bijzondere stad. Die omstandigheid, betrokkenheid en afstand tegelijk is volgens mij ideaal voor een stadsdichter: zo gaat de inhoud niet met de vorm op de loop.'


naar de gedichten van Victor Vroomkoning


[gepubliceerd: 16 juni 2007]
 
^    >