Meander * Eerder * De Dichter * Tsead Bruinja
 
Interview met Tsead Bruinja
Een muzikale manier van nadenken
door Maarten Gulden

Wie de website van dichter Tsead Bruinja bezoekt kan kiezen uit verschillende talen. Naast het Nederlands en het Fries zijn dat onder andere het Spaans, Afrikaans, Japans en Arabisch. Hij beperkt zich niet tot één taal, medium of land. Zo heeft Bruinja meerdere bundels in het Fries en het Nederlands op zijn naam staan, is hij op internet op vele plaatsen te vinden en staat hij ook graag buiten Nederland en Vlaanderen op het podium. Poëzie kent voor hem geen grenzen.


Foto (c) Saskia Stehouwer


'Ik ben geïnteresseerd in poëzie die in andere talen en culturen wordt geschreven. Ik treed ook vaak in het buitenland op, omdat ik uit mezelf niet snel op reis zou gaan,' vertelt Bruinja. 'Het is bijna altijd een leerzame en een plezierige ervaring. Als je in Nederland op de meeste festivals te gast bent geweest, word je natuurlijk niet elk jaar weer uitgenodigd. Wanneer je ook in het buitenland optreedt, vergroot je de mogelijkheden om op te treden. Op deze manier kan ik me een paar keer per jaar weer in een wereld wanen waar poëzie centraal staat.' Bruinja houdt van het podium en van optreden. 'Ik wil gewoon graag dat mensen mijn werk lezen en naar mijn optredens komen.'

Struga
In augustus was hij op het poëziefestival Struga Poetry Evenings in Struga in Macedonië, waarvoor hij een uitnodiging had gekregen. 'Het was geweldig,' verzucht Bruinja. 'Ik heb veel van het land gezien en vaak opgetreden. Ik verwachtte dat het heel officieel zou zijn en dat we misschien gedurende de hele week maar een keer een gedicht zouden mogen voorlezen. Dat bleken er meer te zijn. Bovendien heb ik er de volgende geweldige dichters ontmoet: Carolyn Forché (Amerika), Stanley Onjezani Kenani (Malawi), Mary O'Malley (Ierland), Kyong Mi Park (Japan) en Sjon (IJsland). Binnenkort zal er op de website dus ook een Macedonisch deel komen - dat is geen spielerei, zoals misschien gedacht wordt. Aangezien ik zelf een minderheidstaal spreek, wil ik mensen op poëtische wijze de hand schudden via hun eigen taal en hen niet dwingen om mijn gedichten alleen maar in het Engels te lezen.'

Denken in het Fries
Bruinja begon met het schrijven van songteksten en gedichten, zo rond zijn veertiende. Niet in het Fries, zoals sommigen denken, maar in het Engels. 'Die keuze moet zijn voortgekomen uit de muziek waar ik naar luisterde. Maar tijdens mijn studie Engels besefte ik dat mijn beheersing van deze taal tekortschoot. Daarna ben ik eerst in het Nederlands gaan schrijven en toen pas in het Fries.' In het Fries schreef hij vooral over zijn ouders, over de ziekte en de dood van zijn moeder, en over zijn grootouders. In zijn laatste Friese bundel, Gers dat alfêst laket / Gras dat alvast lacht, is dat anders. Die bundel is volgens de dichter meer op de buitenwereld gericht en gaat vooral over liefde en religie in deze tijd.
Volgend jaar verschijnt er bij Cossee een bloemlezing uit de vier Friese bundels. 'Mijn Nederlandse poëzie was lange tijd meer een abstracte bezigheid, een soort laboratorium, maar de gedichten die ik nu in het Nederlands schrijf zijn de laatste tijd persoonlijker geworden en helderder', gaat hij verder. 'Misschien voel ik me meer op gemak met mezelf en met de Nederlandse taal. Vroeger was ik erg bang om fouten te maken en dacht ik wellicht ook meer in het Fries. Het Nederlands voelt steeds natuurlijker aan en daarnaast denk ik dat ik me iets minder druk maak over hoe het hoort.'

Vlak land
Het feit dat hij in Friesland is geboren, heeft geen grote impact gehad op zijn poëzie. Bruinja: 'Hoewel het een vrij rustig gebied was, broeide er naar mijn gevoel altijd iets ruws en agressiefs. Dat ruwe heeft zijn weg gevonden in mijn gedichten. Friesland is een vlak land en op grond daarvan zou je een kale en nuchtere schrijfstijl kunnen verwachten, maar ik geloof niet dat die vlieger voor mijn werk op gaat. Ik voel me wel verwant met de boerenachtergrond van mijn ouders en grootouders, maar dat gaat niet zo ver dat ik alleen over het landleven wil schrijven. Bovendien was ik echt een 'binnenkind'. Mijn moeder moest me soms naar buiten schoppen, zelfs als het mooi weer was.'
De verhuizing van Groningen, waar hij negen jaar woonde en werkte, naar Amsterdam, heeft evenmin zijn poëzie beïnvloed. 'Ik word meer beïnvloed door wie ik lees. Ik geniet wel van de bedrijvigheid en veelheid aan stemmen op het gebied van poëzie in Amsterdam, maar die was er ook in Groningen. Als mijn poëzie al veranderd is, dan is dat meer doordat ik ouder ben geworden en meer bundels heb geschreven', aldus Bruinja.

Cossee
Zijn laatste dichtbundel is bij een andere uitgever verschenen. 'Laat ik vooropstellen dat ik veel aan Contact te danken heb, en met name aan mijn toenmalige redacteur Erna Staal. Deze uitgever durfde het avontuur met mij aan en heeft me altijd geweldig gesteund. Ik ben ze dankbaar voor het feit dat ze, samen met uitgeverij Bornmeer Hein Jaap Hilarides, mij de kans gaven om de Droom in blauwe regenjas te maken, een bloemlezing met werk van nieuwe Friese dichters,' zegt hij over de overstap. 'Toen ik in 2006 een bloemlezing uit mijn Friese werk wilde publiceren, was Contact daar enthousiast over. Het verschijnen van die bloemlezing werd echter uitgesteld en in de communicatie daarover heeft de uitgever een paar steken laten vallen. Ik begreep het punt dat ze minder poëzie konden uitgeven dan ze wilden, maar wij hadden een afspraak en ik had Bang voor de bal ook al in de planning staan. Ik heb zelf ook fouten gemaakt in de communicatie met Contact. Ik was kwaad en ben opgestapt, ook omdat ze me het gevoel gaven dat ik moeilijk zat te doen, maar met de meeste mensen bij de uitgeverij heb ik nog een uitstekende band. Ik blijf het een mooi fonds vinden, vooral het poëziefonds.'
Vervolgens maakte Bruinja de overstap naar Cossee, een kleinere uitgever - dat sprak hem aan. 'Elk boek dat ze uitgeven, wordt door elke medewerker gelezen. Dat zie je niet vaak', legt hij uit. 'Bovendien was er, toen ik erbij kwam, maar één andere dichter bij Cossee: Mark Boog. Ik heb respect voor het werk van Boog, dus ik voelde me thuis in het fonds. Sinds kort is Hélène Gelèns eraan toegevoegd, waar ik ook erg blij mee ben. Maar dat Alfred Schaffer destijds redacteur was bij Cossee, was misschien nog wel de belangrijkste reden voor mijn overstap. Tot dan toe had ik nooit om veel redactie op mijn bundels gevraagd. Dat wilde ik veranderen en Alfred leek me, en bleek, daar de meest geschikte persoon voor."

Het dromen van de taal
In de dichtbundel Bang voor de bal staan veel quotes uit songteksten. 'Songteksten zijn voor mij minstens even belangrijk als poëzie,' licht Bruinja toe. 'De quotes komen uit teksten van bands waar ik graag naar luister. Per quote zou ik eventueel kunnen toelichten waarom ik daarvoor gekozen heb, maar wellicht wordt dit interview daardoor te lang. De quotes gaan een band aan met de afdeling waar ze voor staan en stiekem hoop ik dat lezers van Bang voor de bal die bands nog eens gaan beluisteren. Een band als Marillion roept bij veel mensen herinneringen op aan de jaren tachtig, terwijl ze nu muziek maken die ook door fans van Coldplay en Keane gewaardeerd zou kunnen worden.' Bruinja ziet een sterk verband tussen poëzie en muziek: 'Poëzie is voor mij een muzikale manier van nadenken. Dromen wordt wel eens verklaard als een bijeffect van het verwerken van alles dat je overdag meemaakt. Ik zie het schrijven van poëzie als het dromen van de taal of de verwerking van taal in je hersenen. Dit geldt vooral voor de eerste regel. Zodra je die geschreven hebt, voeg je dingen toe en begint er een betekenis te ontstaan die samen met de associaties en de muziek van die eerste regel de rest stuurt.'



naar de gedichten van Tsead Bruinja


[gepubliceerd: 22 september 2007]
 
^    >