Meander * Eerder * De Dichter * Erik Jan Harmens
 

Interview met Erik Jan Harmens
Most poets are other poets
door Maarten Gulden

In het jaar 2002 werd Erik Jan Harmens de eerste Nederlands kampioen poetry slam. Een jaar later publiceerde hij zijn eerste dichtbundel In menigten en in 2005 volgde zijn tweede dichtbundel Underperformer. Hij schrijft poëzierecensies voor De Groene Amsterdammer en voor het tijdschrift Awater. Voor het VPRO radioprogramma De Avonden interviewt hij dichters en afgelopen zomer verscheen zijn eerste roman, Kleine doorschijnende man.

Erik Jan Harmens begon als dichter op het podium. Over de behoefte die hij destijds had om het podium te beklimmen en gedichten voor te dragen vertelt hij: "Het leek me aardig om een groter publiek deelgenoot te maken van mijn poëzie dan de spiegel in mijn slaapkamer in Alphen aan den Rijn." Hij beschouwde zichzelf toen niet als een slammer maar als een dichter: "Ik geloof ook niet dat je pas een dichter bent als je een bundel hebt uitgegeven. Je bent een dichter als je gedichten schrijft. Of je dan ook een goede dichter bent is een tweede."


Foto: Keke Keukelaer


Uitventer
Hoewel Harmens zelf afkomstig is uit de slamwereld liet hij zich een tijd geleden in een artikel in Awater negatief uit over poetry slams. Dit werd hem niet door iedereen in dank afgenomen: "Een paar idioten stuurden e-mails waar de honden geen brood van lusten, ik heb ze een adequate routebeschrijving naar mijn huis gestuurd. Een aantal anderen vond het wel een grappig stuk. Weer anderen hebben het stuk nooit gelezen. Nestbevuiling is me wel eens voor de voeten geworpen. Een onbegrijpelijke reactie, omdat er nog helemaal geen nest wás toen een aantal dichters, waaronder Tjitske Jansen, Bernhard Christiansen, Sven Ariaans, Eus en ik, mee gingen doen aan poetry slams. De meesten zijn het nest in aanbouw ook onmiddellijk uitgevlogen, omdat het allang niet meer over poëzie ging maar over winnen. Mannetjesmakers gingen om het luidst schreeuwen en wilden daarvoor nog respect ook.".
Harmens neemt niet meer deel aan poetry slams maar blijft wel veel belang hechten aan performance. "Poëzie schrijven en poëzie voordragen op een wat particuliere wijze zijn twee verschillende ambachten," vertelt Harmens. "Als ik mijn stem opzet geloof ik dat ik zelfs een boodschappenlijstje nog overtuigend aan een publiek kan overbrengen, maar in dat geval verplaats ik alleen maar lucht. Ik wil twee dingen. Goede gedichten schrijven en die op geheel eigen wijze voorlezen. Ik repeteer nooit. Vijfennegentig procent van de optredens die ik doe loopt niet zoals ik gewild had. Ik struikel bijvoorbeeld over een woord. Of, wat in een bepaalde periode een aantal malen is gebeurd: ik ben er niet helemaal bij. Dan dacht ik aan mijn belastingaangifte, terwijl ik een gedicht aan het voordragen was. Toen heb ik een poosje nauwelijks nog voorgelezen. Ik walgde van mezelf. Ik was een uitventer geworden."

Bloedhekel
Erik Jan Harmens schrijft recensies voor De Groene Amsterdammer en Awater. Zijn stukken vallen op wat vorm betreft. Hij besteedt evenveel aandacht aan vorm (en inhoud) van recensies, als van zijn eigen poëzie.
"Ik vind een recensie secundair, maar streef er naar er met dezelfde inzet aan te werken, als wanneer ik een gedicht of verhaal schrijf. Wat me wel eens wordt verweten is dat ik relatief veel schrijf dat niet direct te maken heeft met de bundel zelf. Dat klopt ook wel, maar de bundel wekt het in me op en derhalve past het in mijn leesverslag. Overigens ben ik natuurlijk geen modelcriticus, ik heb bijvoorbeeld geen Nederlands gestudeerd. Ik ben een dichter die zijn leeservaringen publiceert, zo zie ik het. Voor polemiek ben ik niet in de wieg gelegd. En als dichters verwijzen naar Griekse mythen, zal ik die vaak niet als zodanig herkennen. Maar daar hebben we anderen voor, die dat wel goed kunnen."
Harmens kan keihard zijn als hij een bundel slecht vindt, maar hij kan ook enorm enthousiast worden van een dichtbundel: "Als ik poëzie lees die ik nog nooit heb gelezen, bijvoorbeeld. Er verschijnen heel veel bundels die op andere bundels lijken. 'Most people are other people,' schreef Oscar Wilde al. 'Most poets are other poets,' voeg ik er dan aan toe. Maar heel soms krijg ik een bundel in handen die op geen enkele andere bundel lijkt. De taal kan hard of zacht zijn, ingetogen of uitgesproken, lyrisch of postmodern, mijn poëtica is wat dat betreft inpasbaar. Ik moet wel het idee hebben dat een dichter alles heeft gegeven. Aan luie dichters heb ik een bloedhekel."

Jazznummer
Erik Jan Harmens is naast recensent en dichter ook radiomaker. Hij interviewt dichters voor het radioprogramma De avonden. Om zich voor te bereiden op een interview verdiept Harmens zich goed in de geïnterviewde door zijn of haar boeken te lezen. "Ik lees geen recensies en interviews die al zijn afgenomen. In mijn hoofd maak ik vervolgens verschillende scenario's voor het gesprek, die meestal geen van allen bewaarheid worden. Ik interview intuïtief, " legt hij uit. Volgens hem is een interview geslaagd, als vergeten wordt dat het een interview is. " Als het geen vraag-antwoordspel meer is, maar een gesprek. Als we over de tijd gaan en een plaat moeten 'skippen'. En vooral als het gesprek kop en staart heeft. Net als een jazznummer, met een thema aan het begin, dan verschillende solo's en dan afsluitend met het thema," vertelt hij.

Gospels en psalmen
Sommige recensenten storen zich aan de hoeveelheid schuttingtaal in de poëzie van Erik Jan Harmens. Maar hij verdedigt zich tegen deze kritiek. " Het is taal die je overal hoort, op straat, op televisie, op de radio, in kranten. Het is dus niet vreemd dat ik die taal opneem in mijn poëzie. Ik krijg een punthoofd van dichters die nog steeds stillevens van appels en peren neerpennen, terwijl buiten een oorlog woedt. Underperformer is een bundel over rouwverwerking, en toont woede als reactie op het heengaan van dierbaren. Er verschijnen veel bundels over rouw, maar daarin komt vooral het verdriet aan de orde, en meteen ook maar de berusting, als instant-emotie. Underperformer is een verbeten verslag van een verbeten strijd."
Zijn nieuwe bundel, die Gospels en Psalmen zal gaan heten, wordt heel anders dan Underperformer. Harmens: "Underperformer was slaan, geslagen worden, op het canvas landen, spons in het gezicht, weer opstaan, weer neergaan. Gospels en Psalmen wordt ingetogener, sprakelozer; zingen en wenen. De bundel gaat over de inwisselbaarheid van mensen. Overigens heb ik geen idee wanneer de bundel zal verschijnen. Ik heb lang moet zoeken naar de toon. Ik wil, voor zover mogelijk, in iedere bundel een stijlbreuk forceren. Dat zal niet helemaal lukken, maar dat is wel de intentie. Ik vraag me alles opnieuw af. Alles moet op het spel. Als het niet lukt, publiceer ik nooit meer een bundel. En zo erg is dat nou ook weer niet. Dan ga ik wat anders doen. Lasser is bijvoorbeeld ook een eerzaam beroep."


naar de gedichten van Erik Jan Harmens


[gepubliceerd: 15 december 2007]
 
^    >