Meander * Eerder * Dichters * Sofie Verdoodt
 
Sofie Verdoodt
door Sylvie Marie

Poëzie is Sofie Verdoodt (Impe, 1983) niet vreemd. Ze viel met haar gedichten al meerdere malen in de prijzen en publiceerde reeds in tijdschriften als 'De Brakke Hond' en recent 'Poëziekrant'. Ook is ze lang actief geweest als medewerkster bij Jeugd en Poëzie.

Er wordt wel eens gevraagd aan dichters wie of wat hen tot dichten inspireert, mijn vraag voor jou is net het andere: waarover schrijf jij absoluut níet?
Ik zal me zelden laten inspireren door zeer tijdsgebonden gebeurtenissen in het maatschappelijk leven, zoals de verkiezingen. Met andere woorden: ik zou hopeloos falen als stadsdichter maar in principe schrijf ik over alles, aangezien de beelden die ik gebruik uit de werkelijkheid geplukt zijn, maar dan getransformeerd.

Wie of wat wil je bereiken met je gedichten? Is het een nood, een vorm van zelftherapie? Ik las bijvoorbeeld enkele gedichten van je die over de Griekse mythologie gaan, hoe komt het dat dit je wel tot schrijven aanzet?
Ik schrijf niet bewust naar lezers toe maar ik vind het een aangename illusie dat er een zekere communicatie bestaat met een publiek. Voor mij is het schrijven onderdeel van een persoonlijke mythologie en een zoektocht naar een identiteit. Dat heeft ook te maken met het feit dat ik schrijf zolang ik het me kan herinneren. Nadrukkelijk autobiografisch is het niet, daarvoor verschuil ik me te graag achter personages als Dido, Ophelia en andere figuren die ik al aan het woord liet. Bovendien zijn in mijn gedichten de taal en de beelden meester. Ze geven me lang niet altijd mijn zin. Verder gaat het absoluut om een nood tot schrijven, alsof het leven paradoxaal genoeg 'echter' wordt wanneer het op papier staat. Ik krijg pas greep op de dingen en op mijn ideeën wanneer ze vertaald zijn naar die poëtische vorm.

Ben je een 'soort' dichter? streef je naar een bepaalde stijl?
Mijn 'stijl' is amper beredeneerd. Soms word ik meegevoerd in een hermetische constructie maar ik probeer er dan wel voor te zorgen dat het klopt. Ik richt me, wellicht vanuit mijn grote passie voor film, op beelden en de taal die daarbij past is vaak gesloten, gebald, zwaar metaforisch. Ik heb geen ambitie om binnen een bepaalde literaire stroming gesitueerd te worden. Wel plaats ik mezelf bewust binnen een traditie, een groter geheel. Ongetwijfeld correspondeert mijn werk met de poëzie die ik zelf graag lees: Anna Achmatova, Sylvia Plath, Rainer Maria Rilke, W.B. Yeats, Martinus Nijhoff, Gerrit Achterberg...

Het valt me op dat je graag bezig bent met cyclussen, zo vielen al enkele cyclusgedichten van je in de prijzen en ook in de nieuwe Poëziekrant zou een cyclus van je hand staan. Heeft een cyclus volgens jouw meer waarde dan een enkel gedicht?
Waardevoller zou ik het niet noemen. Het wel is verleidelijk om een idee grondiger te kunnen uitwerken. Ik hou ervan om gedichten onderling naar elkaar te laten verwijzen en me helemaal onder te dompelen in de sfeer. Bovendien leef ik ook heel cyclisch, het einde van zo'n cyclus voelt aan als het einde van een periode in mijn leven. Het is een manier om coherentie te verkrijgen.

Welke dichter zou jij door Meander geïnterviewd willen zien?
Dat is een makkelijke vraag. Ik denk meteen aan Kris Lauwereys. Een interview met hem zou ik graag lezen, omdat ik hem goed ken en we er al vele uren discussie over ons werk op hebben zitten. Hij slaagt erin me van tijd tot tijd te verbluffen in zijn gevecht met de taal. Niet zelden zou ik een beeld van hem willen stelen. Ik ga bewust op zoek naar dichters met wie ik enige verwantschap herken, omdat de uitwisseling van ideeën vruchtbaar kan zijn en ik door het lezen van hun werk zin krijg om zelf aan het schrijven te slaan. In het beste geval ontstaat er een dialoog die zonder de vorm van poëzie niet uitgesproken zou kunnen worden.


Samenstelling: Sylvie Marie

naar de gedichten van Sofie Verdoodt


[gepubliceerd: 4 april 2006]
 
^    >