Meander * Eerder * Dichters * Cor Gordijn
 
Cor Gordijn
Een ziekmakende Pfeijfferwind
door Sander de Vaan

Cor Gordijn (Den Haag, 1969) werkt als docent filosofie en Frans op het Gymnasium Haganum. Hij publiceerde onder meer in Hollands Maandblad en De Brakke Hond, en won de Hollands Maandblad Schrijversbeurs 2002/2003 in de categorie poŽzie.

Hoe zou u het schrijven van een gedicht kort samenvatten?
Dichten is voor mij eerst en vooral een spel met taal, met woorden, ritme, klank en betekenis.

Wat hoopt u te bereiken met uw gedichten?
Ik probeer momenten, gebeurtenissen of ervaringen die zich niet in proza of anderszins laten vangen, te verwoorden en invoelbaar te maken. Vaak streef ik een zekere mate van meerduidigheid na, in de hoop de lezer ertoe aan te zetten het gedicht mede te construeren, in te vullen en er een eigen betekenis aan toe te kennen.

Wat zijn uw inspiratiebronnen bij het schrijven?
Taal is bijna altijd het startpunt van een gedicht. Meestal is het een enkel woord, dat mij opvalt in een krant, een tijdschrift of op internet. Vanuit dat woord kan een gedicht groeien, vaak doordat ik het confronteer of combineer met woorden die mij al eerder zijn opgevallen. Zo kunnen plotseling nieuwe, verrassende combinaties ontstaan, die beelden oproepen waarmee ik verder kan.

Joost Zwagerman klaagt dat zo weinig Nederlandse schrijvers de actualiteit in hun teksten verwerken. Hoe staat u hier tegenover?
Ik probeer mijn gedichten juist te ontdoen van verwijzingen naar de actualiteit; waarschijnlijk om ze een zekere abstractie en tijdloosheid mee te geven, opdat de lezer het gedicht op eigen wijze kan interpreteren. Gedichten met directe verwijzingen naar de actualiteit zijn mijns inziens vaak te anekdotisch en slecht tegen de tand des tijds bestand, hoewel ze door hun specifieke inhoud natuurlijk wel historische waarde kunnen krijgen.

GeŽngageerde gedichten zult u dus niet snel schrijven...
Ik ben er geen liefhebber van, hoewel ook hier de uitzondering de regel bevestigt. Ik geef de voorkeur aan het kleine, het intieme. Er zijn bovendien tal van andere uitingsvormen, die zich beter lenen voor engagement.

Is er een gedicht van een andere dichter dat u groen van jaloezie doet zien?
Vooral Gerrit Kouwenaar weet mij met zijn gedichten steeds weer te betoveren. Zijn bundel Totaal witte kamer beschouw ik als een ongeŽvenaard hoogtepunt in de Nederlandse poŽzie. Gedichten als 'woorden op glas' en 'totaal witte kamer' zijn van een ontroerende, ongekende en jaloersmakende schoonheid.

U bent leraar. Hoe ziet u de poŽzie-beleving bij de jeugd?
Op mijn school wordt gelukkig nog gewoon echt lesgegeven en veel aandacht besteed aan taal en cultuur. In het algemeen zijn leerlingen heus wel geÔnteresseerd, ook in poŽzie. Voorwaarde is dat de docent de stof met liefde, bezieling en overtuiging brengt, dat hij de leerlingen op het juiste niveau bedient en niet aan hun lot overlaat. PoŽzie-onderwijs bestaat bij de gratie van interactie tussen leraar en leerling en tussen de leerlingen onderling.

Draagt u wel eens voor op een podium?
Nog niet vaak, maar ik voel me als een vis in het water wanneer ik voor een groep sta en deze mag toespreken. Ik ken alleen nog niet de juiste mensen die mij kunnen introduceren.

Wat vindt u van slampoŽzie?
Het is eigenlijk een andere discipline binnen dezelfde tak van sport. Hoewel ik met slamgedichten zelf vaak weinig affiniteit heb, heb ik respect voor slamdichters. Zij tonen aan dat je met een goede presentatie de dichtkunst kunt populariseren. Andere vormen van dichtkunst kunnen daarvan leren en meeprofiteren.

Hoe ziet u het huidige poŽzieklimaat in Nederland?
Dat wordt te veel bepaald door de Ilja Pfeijffers in het land, die er een enge, rigide opvatting van poŽzie op na houden. Gelukkig zijn er nu ook mensen die een ander geluid durven te laten horen en die wat tegengas geven. In het debat over poŽzie geldt echter nog steeds het recht van de sterkste: wie het hardst brult heeft gelijk en bepaalt het klimaat. De poŽziewereld lijkt soms verdacht veel op het gewone leven. Er zal dus voorlopig nog wel even een ziekmakende Pfeijfferwind blijven waaien.

Staat u in contact met andere dichters?
Nog niet veel. Ik heb ook geen vaste schare lezers die mijn gedichten beoordelen voordat ik mijn werk opstuur naar een literair tijdschrift. Een oud-literatuurdocent en zijn echtgenote die docent Nederlands is geweest, lezen mijn gedichten wel regelmatig. Zij vormen als het ware mijn klankbord.

Welke hier niet gestelde vraag zou u hier graag beantwoorden?
Waar blijft uw debuutbundel? Ja, waar blijft die eigenlijk? Het wordt er wel eens tijd voor...

Samenstelling: Sander de Vaan

naar de gedichten van Cor Gordijn


[gepubliceerd: 20 april 2006]
 
^    >