Meander * Eerder * Dichters * Alexis de Roode
 
Alexis de Roode
Elke Bruna moet een poëziehoek hebben
door Sander de Vaan

Alexis de Roode (1970) debuteerde vorig jaar met Geef mij een wonder (Uitgeverij Podium). De bundel behaalde in het kader van de Publieksprijs voor de Beste Dichtbundel van 2005 een derde plaats en is genomineerd voor de C. Buddingh'-prijs.


(Foto: Christiaan Krouwel)

Wat betekent dichten voor jou?
Voor mij is het een manier om de werkelijkheid te beheersen en bezweren. Het komt in de buurt van toverspreuken en gebeden. Een gedicht heeft voor mij dezelfde functie als de handklap plus toverspreuk van Tika, de dochter van Ti-ta-tovenaar: 'Dan doe ik DIT … en alles staat stil'. Wat er nog bij komt, is de behoefte om te communiceren: met gedichten kan ik ervaringen overdragen die ik niet op een andere manier kan overdragen. Hoop ik althans.

In je gedicht 'Brief' betuigt de 'ik' spijt; in hoeverre kan poëzie persoonlijke (schuld-)gevoelens verlichten?
Het schrijven van poëzie kan, net als het lezen ervan, gevoelens transformeren, ideeën tot leven wekken, gedachten op gang brengen. Elk scheppend werk lijkt me daarvoor uitstekend geschikt. Het gedicht 'Brief' was een persoonlijke catharsis, waar ik lang op heb zitten broeden en schaven, met name de laatste twee regels. Ik hoop echter dat mijn gedichten, al dan niet geboren uit persoonlijke ervaringen, zich van mij loszingen. Dat blijkt wel, want reeds twee recensenten lazen in dit gedicht een excuus richting een moeder, terwijl er nergens in het gedicht een geslacht wordt genoemd. Het verbaasde mij, maar was ook wel verheugend. Iedereen projecteert kennelijk zijn eigen ervaringswereld op de woorden, en dat is wat het belang van een gedicht bepaalt.

De dood is nadrukkelijk aanwezig in je gedichten. Is het een thema dat je al langer bezighoudt?
Sinds ik er rond mijn vijfde achter kwam dat de Tweede Wereldoorlog niet één dag, maar vijf jaar had geduurd. Daarvoor dacht ik aan een onverwachte dood te kunnen ontkomen, door mij een nacht lang in het berghok onder de trap te verstoppen, een beetje zoals de heilige Sint Alexis, die dertig jaar onder de trap woonde in zijn ouderlijk huis. De dood blijft altijd het ultieme mysterie. Maar je kunt er beter niet al te veel over dichten, het gaat snel tegenstaan … er is zo veel van.

'In de tuin' leest alsof het in één ademtocht is geschreven, klopt dat?
Het werd inderdaad in één windvlaag aangedragen. Er was geen enkele concrete aanleiding tot dit gedichtje, er was geen tuin en geen kind. Ik kreeg het beeld, begon te schrijven en merkte tot mijn verbazing dat het na één zin al af was. Tamelijk veel lezers worden er door getroffen en daar ben ik blij mee. Het raakte mijzelf ook. Het is een zinnetje van niks, maar toch klopt het. Ik ben het langst bezig geweest met de interpunctie. Ik wilde het eigenlijk zonder interpunctie doen, maar in deze bundel heb ik mezelf opgelegd om volledige interpunctie te gebruiken. Net als Reve.

Zijn er gedichten/dichters die je inspireren?
In mijn beelden ben ik wellicht het meest beïnvloed door Herman Smith, een kunstschilder uit Koedijk die van alles schrijft, maar nog nooit als dichter gepubliceerd heeft. Ik heb veel met hem samengewerkt en ik merk dat ik veel van hem heb overgenomen. Mijn persoonlijke Nederlandse top-3 bestaat uit Paul van Ostaijen, Vasalis en Gerard Reve.

Je bent actief op diverse podia. Is gedichten voordragen voor jou een logisch gevolg van het schrijven?
Niet echt. Ik heb jarenlang geschreven zonder voor te dragen. Maar uiteindelijk krijgen gedichten pas hun vervulling als ze gaan communiceren, en het podium is daarvoor even waardevol als papier.

Gedichten die het goed doen op podia staan niet garant voor een succesvol vervolg op papier en vice versa. Zoek je bewust naar een evenwicht tussen deze twee manieren van dichten?
Nee, ik schrijf bijna altijd uit drang om te schrijven, om de tijd stil te zetten en een waarheid (liever 'de waarheid') vast te leggen. Pas in tweede instantie ga ik bedenken welke gedichten geschikt zijn voor op het podium. Het komt wel voor dat ik tijdens het hardop voordragen aanpassingen wil doen, maar die zijn niet altijd geschikt voor papier.

Wat vind je van het huidige poëzieklimaat in het Nederlands taalgebied?
Poëzie krijgt steeds meer een maatschappelijke functie en dichters zoeken de communicatie meer op, door op een podium te gaan staan en internet te gebruiken. Stadsdichters, dichter des vaderlands, dichters in kranten e.d zijn allemaal uitstekend om het dichten een geaccepteerde plaats te bezorgen. Een brede basis zorgt ook voor meer doorstroom naar de perifere gebieden van de poëzie. Dat lijkt me op den duur goed voor de verkoop van dichtbundels. Ik hoop dat boekhandels ook eens wat actiever met hun poëzieafdeling aan de slag gaan. Elke Bruna moet een poëziehoek hebben. Gedichten lijken me ideale treinlectuur.

Maar wat vind je van de dichtbundels die de laatste tijd gepubliceerd zijn?
Er zit weinig bij dat mij raakt. Het is mij vaak te cerebraal, teveel gepriegel op de vierkante millimeter, te weinig visionair, of te gekunsteld. Dichters van nu die mij aanspreken zijn Arjen Duinker, omdat hij een vinger op de waarheid legt, en Ingmar Heytze, omwille van zijn loodkristallen helderheid. Van de recente debuten vond ik de bundel van Benne van der Velde, Opgeruimd Razen, heel prettig om te lezen.

Je bent ook op sites als Dichttalent te vinden; wat vind je van dergelijke podia?
Die juich ik van harte toe. Er zijn veel slechte dichters te vinden, maar ook redelijk wat matige en een paar tamelijk goede. Je krijgt meteen onbevooroordeelde reacties op je gedichten, dat is prettig en mogelijk leerzaam. De fora moet je echter schuwen als de pest, daar heerst de politiek. Ik merk ook dat op Dichttalent de meeste deelnemers puur vanuit empathie reageren, daar heb je dus weinig aan om je gedichten vormtechnisch te verbeteren. Maar een traantje van Lady Love is ook veel waard, als je nooit eerder een liefhebber voor je gedichten hebt gevonden. Verder lopen meningen altijd zo vreselijk uiteen, dat het de moeite waard is om er per gedicht tien of twintig te verzamelen, voordat je zelf conclusies trekt.

Samenstelling: Sander de Vaan

naar de gedichten van Alexis de Roode


[gepubliceerd: 18 mei 2006]
 
^    >