Meander * Eerder * Dichters * Froukje van der Ploeg
 
Froukje van der Ploeg
door Gerben de Ruiter

Froukje van der Ploeg woont en werkt in Amsterdam. Ze studeerde audiovisuele vormgeving aan de kunstacademie in Breda en volgde de schijversvaksschool ‘t Colofon in Amsterdam. Ze studeerde daar in 2002 af in de richting poëzie. Haar afstudeerwerk werd begeleid door Esther Jansma. Froukje debuteerde in Hollands Maandblad en kreeg in 2004 van dit literaire tijdschrift de schrijfbeurs voor poëzie. Op 1 juni 2006 verschijnt haar debuut Kater bij Uitgeverij Nieuw Amsterdam.

Ook schrijvers schrijven soms niet, wat doe jij als je niet schrijft?
Ik heb samen met mijn moeder een groot wit paard, Noerejev. Ik spring met hem en ga veel naar buiten. Ik ga drie of vier dagen per week naar hem toe, in de zomer wat vaker. Hij staat in Spaarnwoude, een prettig gebied waar je lekker buiten kunt zijn, zo vlak bij de stad. Ik werk daarnaast in een chique kledingwinkel. In mijn vrije tijd lees ik veel boeken en ga ik vaak naar de film, het theater en optredens.

Je paard heet Noerejev, wordt er in je gedichten veel ‘gedanst’?
Noerejev is inderdaad vernoemd naar de Russische danser, dat vond ik wel grappig voor een heel groot wit paard. Ik hou van ritme in gedichten, en in mijn gedicht 'Koninginnedagen' komt het dansen letterlijk terug. Ik hou van dans; als kind heb ik veel ballet gezien. Op de kunstacademie heb ik de productie gedaan voor een dansfilm. Als ik uitga dans ik zelf, volledig ongeschoold verder.
Daarnaast heb ik veel tijd doorgebracht op het water. Ik hou van zeilen en ik ga graag naar de Waddeneilanden. Die onderwerpen komen terug in mijn poëzie. Ik heb gedichten over vuurtorens, strand en zeeziekte. Ritme, zee en licht, daar hou ik van.

Je volgde een opleiding aan 't Colofon, een schrijversvakschool, waar je werd begeleid door Esther Jansma. Welke invloed heeft Jansma op je eigen werk?
De invloed van Esther is vooral het weglaten, met minder woorden meer zeggen. Verder heb ik van haar geleerd goed om te gaan met de interpunctie, bijvoorbeeld door niet zoveel komma's in een gedicht te gebruiken. Daar wordt de tekst zo harig van. Ook heeft ze mij geleerd hoe ik mijn voordracht kan verbeteren. Zij gaf mij als tip dat ik elke zin moet 'willen' en ook op die manier moet uitspreken.

Hoe kneed je een talent tot een dichter?
Talent kneed je door je heel duidelijk te focussen op wat je wilt. Goed om je heen kijken en luisteren, veel lezen en veel ander werk op je eigen werk uitproberen tot je je eigen stijl vindt. En heel klassiek, altijd denken dat het beter kan zodàt je ook verbetert. Gedichten hebben net als wijn een rusttijd nodig, het is een rijpingsproces. Werk van een jaar oud kan ik nu nog veranderen.

Hoe doe je dat, ander werk op je eigen werk uitproberen?
Je kunt kijken hoe een zin van een andere schrijver past in jouw eigen gedicht. Niet om te gebruiken, maar om een eigen stijl te zoeken. Net als het zoeken naar de kleur kleding die het beste bij je past. Op deze manier vind ik mijn eigen schrijfstem. Ook word ik beïnvloed door wat ik lees en zie. Of dat nu opera is of een soapserie. Het vormt mij. Alles vormt mij.

Welke schrijvers bewonder jij?
Ik ben een groot fan van Menno Wigman. Hij schrijft zinnen die ik ook wil schrijven. Ik hou ook van poëtisch proza, zoals dat van Rascha Peper. Zij schrijft mooie, beeldende zinnen. In Joe Speedboot van Tommy Wieringa staan ook erg mooie poëtische zinnen.

Tot slot; waarom moeten we allemaal jouw bundel Kater gaan kopen?
Mijn bundel is toegankelijk voor een groot publiek. Mijn gedichten gaan over alledaagse onderwerpen waarin iedereen zich kan herkennen. Ze zijn helder en leesbaar. Ik schrijf over opgroeien en veranderen, en dat is een universeel onderwerp. Ik hoop met mijn zinnen te ontroeren en iets in de lezer te raken.

Samenstelling: Gerben de Ruiter

naar de gedichten van Froukje van der Ploeg


[gepubliceerd: 1 juni 2006]
 
^    >