Meander * Eerder * Dichters * Jan de Bas
 
Jan de Bas
Een doorgeefluik van de Inspiratie
door Sander de Vaan

Jan de Bas (1964) is historicus en dichter. Naast wetenschappelijke publicaties verschenen er van zijn hand ook verscheidene dichtbundels voor volwassenen en kinderen.


Jan de Bas en zoon Jona
Hoe zou je jezelf willen omschrijven?
Ik ben een man die net als veel andere mannen veel taken, functies, kanten heeft. Ik ben vader van drie kinderen, echtgenoot, docent, historicus, liefhebber van voetbal (ik volg ADO op de voet), gelovig, dichter en sinds enige tijd aforist. Het kost me - ook net als veel andere mensen - soms moeite om het leven in balans te houden. De meest actuele dingen zorgen voor de prioriteitsstelling. Omdat je me als dichter interviewt: de dichter komt nogal eens op plaats nummer zoveel.

Kan dat eigenlijk wel? Een dichter die in de eerste plaats allerlei andere dingen doet? Het strookt zo weinig met al die schrijvers die zeggen dat ze vóór alles met schrijven bezig zijn.
Dat is zo. Maar als de inspiratie je aangrijpt, gaat dat voor. Je kunt dat ook wel organiseren. Ik heb altijd een dunne Parker op zak (dit omdat ik acht jaar geleden RSI kreeg en alleen met zo’n pen uit de voeten kan) en een papiertje. Op mijn nachtkastje liggen pen en papier ook altijd te wachten op de ‘geest van boven’... Heb ik het als docent of onderzoeker te druk, dan belemmert dat wel de inspiratie. Bij het laatste moet je ook aan indirecte inspiratie denken, het bezig zijn met poëzie. Vooral wetenschappelijk schrijven en dichten bijten elkaar bij mij. Maar ook als je aan een stuk beschouwend proza werkt, kan de poëzie opeens opkomen. Schrijvers die alleen maar schrijven, vergeten te leven. En leven is de bron om te kunnen schrijven. Pas schreef ik het aforisme: ‘Schrijven is jutten op het strand van de inspiratie.’ Ik kom eigenlijk te weinig aan het strand...

Je zegt: ‘als de inspiratie je aangrijpt’. Voel je je een poëtisch doorgeefluik van een goddelijke inspiratie?
Ja en nee. Ik ben geen dichter die - net als bijvoorbeeld Cor Gordijn, wiens werk ik zeer waardeer - dagen, weken, maanden aan een vers werkt. Uiteraard corrigeer ik wel eens wat, maar het gaat mij vooral om het moment. De oeringeving. Het zuivere gedicht, ingegeven door Hogerhand. Of dit goddelijk is? Soms denk ik van wel... Soms zie ik het meer als de Extra Dimensie, iets dat buiten verstand, gevoel en lijf omgaat. Dus: ik zie me inderdaad als een doorgeefluik van de Inspiratie. Alles wat in me zit, wordt daarvoor gebruikt. Het gaat dus door me heen, maar het gaat zoals Gestaltpsychologen stellen: tussen stimulus en respons bevindt zich de mens met al zijn eigenschappen etc. Ik ben dus meer dan een doorgeefluik, mede omdat ik soms zelf voor het moment kies me open te zetten. Een dichter zonder pen en papier op zak maakt minder kans op inspiratie.

Mark Boog zei in Meander Magazine naar aanleiding van het begrip ‘inspiratie’: "Je kunt van elke zin die je uitspreekt wel zeggen dat hij door God gegeven is. Pure aanstellerij." Volgens hem is het schrijven van goede gedichten meer een kwestie van 'in vorm zijn'...
What ‘s in a name? Mark Boog ervaart het als 'in vorm zijn', maar wie zorgt er voor de vorm? Dat gaat buiten jezelf om. Boog ziet dat natuurlijk ook zo. Het kan dus ook voorkomen dat je klaar zit met pen en papier en dat de Inspiratie met een boog om je heen gaat. Of dat je iets hebt gemaakt, de inspiratie langskwam en dat het toch niks blijkt te zijn. Tja, lastig is dat wel. Bepaalt de inspiratie ook direct de kwaliteit van het vers. Misschien moet je goede Inspiratie (met hoofdletter) en minder goede inspiratie onderscheiden. Dan is die Inspiratie zoiets als wat Boog 'in vorm zijn' noemt. Maar de vorm heb je nooit zelf in de hand. Die komt van Boven. Nou ja, oefening baart ook wel kunst. Om te oefenen moet je echter weer gemotiveerd, misschien wel geïnspireerd zijn. Het komt toch altijd weer op de I/inspiratie aan, of neer.

Waaraan moet volgens jou een goed gedicht voldoen?
Ten eerste moet het je onmiddellijk raken. Er moet contact zijn. De lezer moet meegeïnspireerd worden. Ook hier werkt Hogerhand... Ten tweede moet het spannend zijn en dat voorlopig ook blijven, zodat het na eerste kennismaking boeiend blijft voor herlezing. Je zou dan zo’n aha-erlebnis moeten kunnen krijgen. Dit gebeurt mij bij veel werk van De Coninck. Ook wel bij Kopland, Van Geel en Hanlo.

Hoe ontstond het gedicht Zo is het leven?
Mijn vrouw en ik hadden een hond, Kim. Zij was ziek en leefde zoals in het gedicht beschreven staat. Zo ging dat dus met het bestaan. Symbolisch? Metafoor? Spiegeling? Zelfreflectie? Het mag en kan allemaal. Indringend was het wel... Het gedicht heeft een hele geschiedenis. Liter weigerde het op te nemen. Het blad vroeg me in 1998 mee te werken aan een dagboek. Op 15 mei schreef ik onder meer over het overlijden van de hond, de dag ervoor. Ik verwerkte het gedicht in mijn bijdrage en zo kwam het alsnog in het blad. In 2003 verscheen het ook in mijn bundel. Dat zijn zo de dingen waar het hier om gaat. Weer later, in 2004, nam Komrij het op in zijn bloemlezing.

Wat zijn je dichtersambities voor de komende jaren?
Vrijdag 9 juni werd mijn derde kinderbundel gepresenteerd. Ondertussen nadert het definitieve manuscript van een vijfde bundel voor volwassen lezers de voltooiing. Het is aftasten welke uitgeverij er heil in ziet. In een voortraject kreeg ik een paar keer nul op het rekest. Een zeer grote meerderheid van de verzen verscheen in bladen (o.a. Hollands Maandblad, Passionate, Liter). Je zou toch zeggen dat het moet lukken... Kortom: als het aan mij ligt, komt er in 2007/2008 zeker een nieuwe 'De Bas' uit! Wordt dus vervolgd naar ik hoop.

Samenstelling: Sander de Vaan

naar de gedichten van Jan de Bas


[gepubliceerd: 30 juni 2006]
 
^    >