Meander * Eerder * Dichters * Kris Lauwereys
 
Kris Lauwereys
door Sylvie Marie

Enkele weken geleden verwees Sofie Verdoodt in het interview bij Dichters naar Kris Lauwereys. Kris blijkt inderdaad de moeite waard om ontdekt te worden. Hij won al meerdere poëziewedstrijden en ook in literaire tijdschriften sijpelt zijn naam langzaamaan door.

Het lijstje met prijzen die je al binnenrijfde is ellenlang. Vertel het ons, Kris, wat is de formule?
Er is er geen natuurlijk. Ik zou ook een lijstje kunnen opstellen met wedstrijden waarbij ik niets won. Ik schrijf mijn gedichten en stuur die af en toe in voor een wedstrijd. Soms val ik in de smaak, soms niet. Elke wedstrijd is anders. Een ander gedicht, voor een andere jury, vergeleken met telkens andere inzendingen van telkens andere dichters. Je moet gewoon geluk hebben. Ik schrok me wild toen ik de eerste keer dat ik aan een wedstrijd deelnam, ook iets won. Het heeft me wel gestimuleerd om meer te schrijven. Ik betrap me er soms op dat ik mezelf dwing om nog eens aan een gedicht te beginnen naarmate de deadline van een wedstrijd dichterbij komt. Het is in elk geval een leuke extra motivatie.

Ben je tevreden met de poëzie die je zelf schrijft of heb je het gevoel nog op zoek te zijn naar een eigen stem?
Tevredenheid is een heel wisselvallig gevoel. Je zit soms een tijdje aan een gedicht te werken tot je een stadium bereikt waarin je denkt dat het af is. Dan kan je daar even tevreden mee zijn. Het geeft ook wel voldoening als een gedicht in de prijzen valt of gepubliceerd wordt. Maar er zijn net zo goed van die dagen dat ik door mijn gedichten blader en ze plots zo naakt en onvolmaakt lijken. Ergens vind ik dat gevoel niet eens zo slecht. Het blijft toch telkens weer worstelen met wat je wil zeggen en hoe je het wil zeggen. Dat is een zoektocht die je blijft voeren, bij elk gedicht. Toch denk ik wel dat ik al een eigen stem gevonden heb. Als ik mijn gedichten naast elkaar leg, zie ik daar wel een lijn in, en iets van mezelf. Of anderen dat ook zo aanvoelen, is een andere vraag.

Hoe voltrekt zich dat eigenlijk bij jou, het schrijven van een gedicht?
Ik schrijf heel weinig, deels door tijdgebrek, en deels omdat ik me voortdurend loop af te vragen waarover ik zou schrijven. Dat is voor mij vaak het moeilijkste stuk. Van zodra ik een onderwerp heb, waarin ik mijn ideeën, gevoelens en beelden de vrije loop kan laten in die mate dat ze elkaar gaan ondersteunen, komt het eigenlijke schrijven tamelijk vlot. Ik pieker soms twee maand over iets, schrijf af en toe een flard, een beeld, een woord op, en dan plots klikt het in elkaar, en schrijf ik twee gedichten op een paar uur. De manier waarop ik schrijf is voor mij misschien een argument waarom ik voor mezelf meen een eigen stem te hebben gevonden.

Wat mij vooral opvalt aan die eigen stem is dat je in je gedichten subtiele eindrijmschema’s opstelt. Waarom is dat? Is rijm niet iets dat al lang 'uit de mode' is?
Een echt rijmschema steek ik eigenlijk nooit in mijn gedichten. Ik hou er wel van om met klanken te spelen, en rijm is daar een voorbeeld van. Eindrijm kan volgens mij heel mooi en krachtig zijn als je er spaarzaam mee omgaat. Soms vermijd ik het bewust om te gaan rijmen, om geen al te repetitieve dreun te creëren, maar wanneer je het met mate gebruikt, kan dit het ritme net ondersteunen, een vorm van harmonie toevoegen. Ik vind het jammer wanneer mensen in 'modes' denken. Ik zou nu niet meteen meer in sonnetvorm gaan schrijven, maar er zijn genoeg hedendaagse dichters die bewijzen dat je dit nog perfect kan doen zonder oubollig te klinken.

Je gebruikt telkens hoofdletters aan het begin van elk vers én elke zin. Heb je daar een bedoeling mee?
Neen, dat gebeurt eerder onbewust.

Naast dichter ben je ook fotograaf, hoe verhouden die twee kunstvormen zich voor jou persoonlijk tot elkaar? Legt het beeld dat vast waar je in woorden tekortschiet?
Ik zou mezelf eigenlijk nooit een fotograaf noemen, ik ken dan ook niets van fotografie. Ik vind het wel leuk om foto's te nemen van mensen, en ben er een beetje toevallig ingetuimeld. Eens foto's genomen van een vriendin, leuke reacties op gekregen, andere mensen die ook foto’s wilden... Zo is de bal aan het rollen gegaan. Ik denk dat ik het vooral leuk vind omdat het zo anders is dan schrijven. Je werkt met mensen in plaats van papier, met beelden in plaats van woorden... Het is een aangename afwisseling. Verder zit er niet echt een artistieke bedoeling achter. Mijn foto's geven vooral impressies weer, van een sfeer, van een moment, van de persoon voor de lens. Mijn gedichten zijn een vorm van expressie, die zijn meer een veruiterlijking van wat er zich binnenin afspeelt. Er is dus niet echt een link tussen de twee.

Waar blijft je debuutbundel?
Zoals ik al zei, schrijf ik weinig. Werken, studeren en leven eisen veel tijd op, en nadenken over wat ik wil schrijven, en waarom ik nog zou schrijven vertraagt het schrijfproces aanzienlijk. Ik heb ook nog nooit de moeite genomen een aantal gedichten samen te nemen en naar een uitgever te sturen. Ik heb intussen een eerste officiële publicatie van een viertal gedichten in Deus Ex Machina. Het lijkt me logisch om het eerst eens bij een aantal tijdschriften te proberen.
Ergens droomt iedere dichter wel van een bundel, maar ik besef tegelijk maar al te goed hoe klein de kansen hier in Vlaanderen zijn voor dichters, en hoe weinig mensen er van wakker liggen of ik ooit een bundel uitbreng of niet. Ik schrijf in mijn eigen tempo verder en ik zie wel waar ik uitkom.

Samenstelling: Sylvie Marie

naar de gedichten van Kris Lauwereys


[gepubliceerd: 27 juli 2006]
 
^    >