Meander * Eerder * Dichters * Kees Hermis
 
Kees Hermis
Vanuit een onbestemd verlangen
door Sander de Vaan

Voor Kees Hermis (1941) is poëzie schrijven een vorm van leven geworden. Lees hier een korte zelfintroductie van een bevlogen, gevoelvol en consciëntieus dichter.

Mijn poëzie is te omschrijven als een uit onbestemd heimwee geboren antwoord op werkelijkheid. Een soort van thuiskomen. Want:

Thuis is niet hier, is water
en leven van de wind
is varen, wenden, keren
thuis kom je onderweg.


Aldus de flaptekst van mijn bundel Stuiflicht, die voorjaar 2003 verscheen en een keuze is uit 25 jaar gepubliceerde poëzie.

Met bovenstaande omschrijving is meteen de drijfveer gegeven die mij sinds jaar en dag naar de pen doet grijpen. Na diverse vormen van expressie te hebben beoefend, is voor mij de woordkunst het meest geëigende middel om een zo adequaat en authentiek mogelijk antwoord te geven op wat mij aanspreekt, raakt. Dat betekent antwoord trachten te geven op binnen- en buitenwereld, het woord inzetten als wapen, gereedschap, maar ook als instrument.

In essentie is dichten: proberen enige orde te scheppen in een chaotische werkelijkheid om leven enigszins draaglijk te maken. De consequentie is dat je werkelijkheid – hoe bedreigend, lelijk en onoverzichtelijk soms ook – niet uit de weg gaat, maar opzoekt, benoemt, onder woorden brengt, ermee in gesprek gaat.

Dit in- en uitademen van werkelijkheid (in gesproken en geschreven woorden) ben ik in de loop der jaren steeds meer als een vorm van leven gaan ervaren; zelfs als een onmiskenbare levensvoorwaarde, niet om het bestaan te kunnen verklaren en/of te begrijpen, maar veeleer om het in kaart te brengen en daarin de ruimtes te vinden c.q. open te houden voor mysterie en verwondering, ongebondenheid en ontspanning, schoonheid en harmonie. Taal, en in het bijzonder poëzie, biedt daartoe ongekende mogelijkheden.

Daar waar het gaat om het ontwerpen van een eigen poëtisch verbeelde werkelijkheid, is de dichter architect en bouwer tegelijk. Hij is het die het daar en dan voor het zeggen heeft. Alles kan en alles mag er, voor zover zijn creativiteit en fantasie hem in staat stellen de wereld die hem voor ogen staat gestalte te geven. Het is aan de lezer om voor zichzelf in vrijheid te bepalen hoe groot het werkelijkheidsgehalte van die (gemanipuleerde, fictieve) wereld is en in hoeverre zij als herkenbaar en bewoonbaar wordt beleefd.

Allerlei emoties kunnen aanleiding zijn om tot dichten te komen. De basis van waaruit ik ten diepste vertrek is vanaf de eerste dag dat ik schrijf een onbestemd verlangen. Dat heeft gemaakt dat mijn werk vrijwel altijd een romantisch karakter draagt en zich laat kenschetsen als poëzie die een warm Dionysisch antwoord zoekt op een koude Apollinische wereld.

Dichters die mij op mijn zoektocht hebben vergezeld en met wie ik mij verwant voel zijn: Hans Andreus, Hans Lodeizen en Rutger Kopland, maar ook oudere dichters als Maurits Mok, M. Vasalis en Ed Hoornik en Latijns-Amerikaanse dichters als Pablo Neruda en Carlos Drummond de Andrade.

Of mijn odyssee ook 'bevredigende resultaten' heeft opgeleverd? Het hangt er maar van af wat je ambieert en verwacht. In mijn beleving krijgt taal betekenis als een woord een ant-woord oproept en er een gesprek ontstaat.
Anders gezegd: als poëzie emoties raakt en iets in beweging wordt gezet. Dat betekent praktisch: als een lezer mij vraagt om bepaalde gedichten ergens voor te mogen gebruiken, dat ik dan met voldoening constateer dat mijn poëzie kennelijk mensen aanspreekt en derhalve functioneert. Maar dit 'resultaat' blijft uiteindelijk een prettig bijproduct, hoofdzaak blijft het dichten zelf.

Samenstelling: Sander de Vaan

naar de gedichten van Kees Hermis


[gepubliceerd: 23 augustus 2006]
 
^    >