Meander * Eerder * Dichters * Lies Van Gasse
 
Lies van Gasse
door Peter Wullen

Sinds ze als finaliste eindigde in de Meander jongerenwedstrijd hoorden we relatief weinig van schrijfster en beeldend kunstenares Lies Van Gasse. Jawel, ze bleef publiceren in literaire tijdschriften, ze trad veelvuldig op in België en Nederland en profileerde zich de laatste tijd als literatuurrecensente, maar daarnaast bleef het stil. De grote doorbraak bleef uit voor deze Vlaamse, die zowel in het Nederlands als in het Italiaans dicht. 'De jongerenwedstrijd van Meander opende een deur die kort erna al heel bruusk is dichtgevallen. Misschien was het allemaal wat te abrupt.'

Hoe ben je met schrijven begonnen? Waarom juist poëzie?
Ik kan mij niet echt herinneren dat ik ooit met schrijven begon en al zeker niet dat ik het ooit niet deed. Ik schreef ook al heel vroeg poëzie. Bij mijn ouders thuis liggen nog geïllustreerde stukjes poëzie van toen ik zes was. Taal was bij ons een heel dominant en tegelijkertijd vanzelfsprekend gegeven, omdat mijn ouders allebei Germaanse talen gedaan hebben en erg belezen zijn. Dat ik schrijf, is daarom in sommige situaties vanzelfsprekender geworden dan dat ik spreek. Ik ben een tamelijk stil en gevoelig iemand en zoals men weet schrijven die meer dan ze spreken.

Ik kijk altijd mijn ogen uit op je prachtige webstek. Is het je eigen ontwerp?
Mijn eigen website is een digitale versie van het afstudeerwerk dat ik op Sint-Lucas maakte. Ik maakte hem dus ook zelf. Het is een heel gecompliceerd en moeilijk toegankelijk werk over correspondenties en contact en dat heb ik ook zo willen vertalen. Die site is ook een manier om dat werk in de openbaarheid te krijgen en te houden, omdat het gewoon in onze gang vergeten staat te worden. Met de recentere blauhaus-site www.blauhaus.tk was het de bedoeling van mij en mijn vriend, Stijn Van den Bossche, om te laten zien wat er zoal aan artistieks geproduceerd wordt in ons kleine blauwe huis. We ontwierpen samen de site. Ik zette er gedichten op, illustraties en schilderijen en hij liet er muziek horen. De bedoeling was ook dat we zo in contact zouden komen met geïnteresseerden, toevallige lezers, of mensen die met dezelfde dingen bezig zijn, maar voorlopig komt er weinig reactie op.

Je won op heel jonge leeftijd al een paar poëzieprijzen, waaronder de Poëzieprijs van de Stad Harelbeke. Je vertelde me onlangs dat je een bundel klaar hebt liggen, maar dat je geen uitgever vindt. Hoe rijm je dat met elkaar?
Ik denk dat die prijzen uiteindelijk minder betekenen dan men over het algemeen wil geloven. Niet dat ze geen belangrijke appreciatie zijn, maar een bundel moet een samenhangend, juist geheel zijn, goed in de markt liggen en het niveau van al het voorgaande overstijgen op het moment dat hij uitgegeven wordt. Er moet zoveel meezitten en als je jong bent is alles zo wankel. Alles bij elkaar denk ik dat de vele veranderingen in mijn leven het laatste jaar mij hebben geremd. Niet in het schrijven, maar wel in het zoeken naar manieren om dat schrijven uit te brengen.

Je publiceerde in verschillende literaire tijdschriften, onder andere in Deus Ex Machina, een redelijk prestigieus literair tijdschrift. Blijkbaar wordt je poëzie toch op brede schaal gewaardeerd.
Ik vind het wel bijzonder. Onlangs sprak ik nog met Tjen Pauwels, die daar destijds hoofdredacteur was. Hij vertelde me dat ik verder moet schaven aan de vorm, maar dat waar ik over wil schrijven iets essentieels is. Dat was een prachtcompliment. Het is ook het enige dat ik wil doen met mijn kunst of mijn poëzie: mensen tot een soort van besef brengen. Dingen aan het licht brengen.

Welke dichters of schrijvers beïnvloeden je?
Alles wat ik lees beïnvloedt mij. Ik heb vroeger veel geleerd van Kopland, dan van Grunberg. Vorig jaar heb ik een half jaar filosofie gestudeerd. Toen ben ik veel over kunst gaan lezen. Frank Van De Veire, Maarten Doorman. Ik las ook van en over filosofen als Nietzsche, Kant, Barthes, Benjamin... Maar eerlijk gezegd kan de krant of een schrijffout in een e-mail ook al een bron van inspiratie zijn. Schrijven heeft immers ook te maken met aandacht voor de wereld om je heen, met dingen oppikken en die op een persoonlijke manier verwerken.

Je studeerde een half jaar in Milaan. Hoe heb je die tijd ervaren?
Die hele verplaatsing heeft een enorme invloed op mij gehad. Ik ben voor een paar maanden veranderd van taal, kwam in een volledig ander decor terecht dan het kleine Wase stadje dat ik gewoon was. Plots leefde ik aan de rand van een industriële grootstad en tolkte ik voor Spaanse en Duitse studenten. Ik werd er ook geconfronteerd met een cultuur die veel meer achting heeft voor kunst en taal. Kunstenaar zijn, wat hier soms bijna als een aberratie beschouwd wordt, wordt daar enorm bewonderd en aangezien mijn voeling met kunst altijd iets heel spontaans geweest is, voelde ik me er ook erg in mijn sas.

Vanwaar je interesse in het Italiaans? Ik heb op je website gemerkt dat je je eigen gedichten zelf in het Italiaans vertaalt.
Die vertalingen zijn vooral ook een manier om mijn vrienden daar te kunnen tonen wat ik schrijf. Vlaamse poëzie wijkt immers erg af van de Italiaanse, die veel klassieker is van opbouw.

Kan het zijn dat ik wat toch enige desillusie en ontgoocheling merk over de reacties en de opvattingen over het 'kunstenaar zijn' in onze contreien?
Desillusie is een groot woord. Het is anders hier. Je moet je kunstenaarschap veel meer rechtvaardigen, maar vaak denk ik dat dat ook een sterkte is. Kunstenaars hier zijn het bewuster. Kunstenaars daar zijn het op een spontanere manier.

Je hebt ook iets met muziek?
Jazz... Ik heb vroeger veel klarinet gespeeld en mijn vriend is een begaafd pianist/organist. Die piano is bovendien ook een dankbaar beeld dat terugkomt in veel gedichten. Ik denk echter dat de meeste schrijvers wel iets hebben aan de logica van melodieën en akkoorden. Die helpt je soms om orde te scheppen in woorden en verzen.

Je vijf titelloze gedichten die nu in Meander zijn gepubliceerd, lijken thematisch met elkaar vervlochten. Kun je een toelichting geven?
Ze geven een erg droeve indruk. Dat komt, denk ik, omdat ze geschreven zijn om een soort unheimlichkeit weer te geven, het gevoel dat er iets niet in de haak is en dat je overvalt met een zwaarte die je nauwelijks aankan. Dat gevoel heeft weliswaar normaal gezien een concrete oorzaak, maar wanneer die zwaarte je overvalt ben je niet helder genoeg om die te vatten. Daarom is het een universele staat van zijn, die ik zo nauwkeurig mogelijk heb proberen vatten. Het gaat over momenten waarop je de wereld niet kan of wil vatten en er buiten gaat staan.

Samenstelling: Peter Wullen

naar de gedichten van Lies Van Gasse


[gepubliceerd: 5 oktober 2006]
 
^    >