Meander * Eerder * Dichters * Ruth Lasters
 
Ruth Lasters
Invallen krijg ik niet door met mijn schoonmoeder te gaan bowlen
door Sylvie Marie & David Troch


Foto (c) Koen Broos
Op Het Andere Boek, het jaarlijkse Antwerpse boekenfeest, zien we Ruth Lasters twee keer. Eerst in een panelgesprek rond de bloemlezing 25 onder de 35 (Prometheus), daarna voor de voorstelling van haar romandebuut Poolijs (Meulenhoff/Manteau). Twee dagen later bellen we bij Ruth aan om het niet alleen over haar debuut te hebben, maar ook over haar poëzie. Die publiceerde ze al in tijdschriften als Het liegend konijn en in de bloemlezing Op het Oog, 21 dichters voor de 21ste eeuw (Uitgeverij P). We nemen de trappen naar haar appartement waar de deur al openstaat. Een goed gevulde boekenkast verwelkomt ons.

Ruth, hoe is de bal voor je roman aan het rollen gegaan?
Ik was op zoek naar een uitgever voor mijn dichtbundel. Ik heb die naar Meulenhoff/Manteau gestuurd, samen met het kortverhaal dat ik voor de wedstrijd van De Brakke Hond had geschreven. Het is nu eenmaal een gegeven dat proza commerciëler is dan poëzie. Dat is niet echt fair, maar het is wel zo. Een jaar geleden, eind september, telefoneerden ze mij. De gedichten vonden ze goed, maar ze vroegen me toch of ik van het kortverhaal geen roman kon maken.

En dat was geen probleem?
Het kortverhaal was een soort synopsis van een roman waarmee ik bezig was. Uiteindelijk is het een heel andere roman geworden. Dat is niet verwonderlijk als je eerst van een groot stuk een klein maakt en dan weer een groot.

Een heel andere roman, zijn er zulke grote verschillen tussen het kortverhaal en de uiteindelijke roman?
Er is één groot verschil, maar dat is niet zo belangrijk. Ik heb het vrouwelijke personage in een man veranderd en de man in een vrouw. Dat kwam in de roman beter uit. Het was op die manier voor mij ook gemakkelijker om afstand te creëren tussen mij en mijn personages.
En van de croque-monsieurs uit het kortverhaal moest ik voor de roman tosti's maken. (lacht)

Naast die man en die vrouw speelt in je roman ook het cursieve een grote rol.
Dat verhaaltje dat steeds tussen de hoofdstukken loopt is geschreven door Anka, een vriendin van Yves. Het gaat over Mondriaan die wakker wordt op een vlakte en heel verward is omdat hij niet weet waar hij is. Eigenlijk zit hij in de keel van Yves die lijdt aan een bizarre dwangneurose. Anka die dit vreemde verhaal geschreven heeft, vertegenwoordigt samen met Yves het intellectuele en het gezochte. Lucy, Yves' huidige partner die weigert om ook maar één letter te lezen van Anka's vertelsel, staat voor het spontane en het volkse. Het conflict tussen het volkse en het intellectuele, is naast 'leven met een dwangstoornis' en 'de complexiteit van relaties' een belangrijk thema in Poolijs.

Waarom een ijspiste? Heb je daar ooit gewerkt?
Nee, die ijspiste dook spontaan op in een of andere paragraaf en het prikkelde mij. Dat het verhaal zich op een ijspiste afspeelt, is op zich niet zo belangrijk. Het had net zo goed een hockeystadion kunnen zijn. Maar, als je boek zich afspeelt op een ijspiste moet je natuurlijk wel eens een schaatsterm gebruiken. Ik ken nu het verschil tussen alle schaatssprongen, maar vraag me niet om ze te tonen want ik kan helemaal niet schaatsen.

En poëzie? Wat gebeurde met de bundel die je instuurde?
Die vond de uitgever goed. In mei moet ik hem opnieuw indienen. Ik ga er ondertussen nog aan verder werken.

Heb je ondertussen nog gedichten geschreven?
Niet echt. Ik moest mijn roman in zeven maanden tijd klaar hebben. Daardoor had ik geen tijd voor poëzie. Ik kan het trouwens ook niet goed samen schrijven. Het is óf poëzie óf proza. De zin om iets te creëren kan ik niet aan mijn twee kinderen tegelijk geven. Zo verhongert de ene op bepaalde momenten. Er zullen waarschijnlijk mensen zijn die dat wel kunnen, maar ik niet. Over anderhalve week heb ik vakantie en dan ga ik weer met poëzie beginnen.

Wat is voor jou het grootste verschil tussen proza en poëzie?
Poëzie vind ik intensiever omdat je altijd opnieuw moet beginnen. Bij proza is dat anders. Als je daar eenmaal je compositie hebt, kan je zeggen: "vandaag ga ik dat schrijven en dan dat". Dat vind ik leuk. De compositie vinden is natuurlijk wel het moeilijkste. Maar bij poëzie moet je dus altíjd vanaf nul beginnen.

Volgende week begin je weer met poëzie. Kan je dat dan echt zeggen: "nu ga ik poëzie schrijven"?
Ik werk met invallen die ik opwek. Ik krijg die niet door met mijn schoonmoeder te gaan bowlen. Ik maak mijn kamer gezellig, zet een pot thee en begin wat te kribbelen op papier. Na een paar uur kan daar misschien iets bruikbaars uitkomen. Bij mij gaat het om goesting hebben om iets te maken. Als ik dat niet heb, gaat het niet. Het zal nu wel even duren voor ik opnieuw een gedicht heb. Als ik in mijn vakantieweek één gedicht kan maken waarover ik tevreden ben, heb ik goed gewerkt. Ik lag toch een jaar stil. Ik wil er weer inkomen. Daar verlang ik wel naar.

Hoeveel schreef je er vroeger?
Ik probeerde één goed gedicht per week te schrijven, maar dat is al heel veel. Want je schrijft er misschien wel vier per maand terwijl er maar twee bruikbaar zijn. Ik behoud wel de stukken van die andere gedichten. Ik ben iemand die graag al zijn materiaal gebruikt. Met creatief materiaal ben ik nogal economisch.

Je hebt een bestandje met allemaal zinnen erin?
Ja, maar de goede ideeën blijven vooral in mijn hoofd. Als iets echt bruikbaar is, dan zit het in mij en komt het er wel opnieuw uit.

En met het boek? Je kreeg zeven maanden om het te schrijven. 's Morgens zet je je computer aan, wat doe je dan?
Schrijven betekent voor mij in de eerste plaats ideeën verzamelen. Dingen bedenken doe ik liever niet aan een bureau. Neen, ik neem liever een bad, ik ga naar het park. Hier vlakbij heb je een heel mooi park met brugjes en zo.

En daar laat je je gedachten groeien?
Ik ga er een paar uur zitten. Ik begin niet meteen zinnen te schrijven maar zoek eerst een inval. Dat werkt net zoals bij het poëzieschrijven. Ik dénk eigenlijk meer. Ik ben een schrijver die met gedachten werkt, met ideeën, niet zozeer met woorden. Eerst bedenk ik het, dan schrijf ik het op. Niet meteen met mooie zinnen, dat doe ik pas veel later. Als ik al eens een laptop meeneem, wil het zeggen dat mijn tekst bijna af is.

Ruth, hier is je kans om reclame te maken. Waarom moeten mensen Poolijs in huis halen?
Moeten en literatuur gaan niet samen. Je moet een brood kopen en je moet af en toe eens je haar wassen, maar je moet geen boek lezen. Maar mocht je zin hebben in een nieuwe jonge vrouw voor in je boekenkast: tja, kies dan maar resoluut voor Poolijs. (lacht)

Samenstelling: Sylvie Marie en David Troch

naar de gedichten van Ruth Lasters


[gepubliceerd: 1 november 2006]
 
^    >