Meander * Eerder * Dichters * Yi Fong Au
 
Yi Fong Au
door Sylvie Marie

Yi Fong Au is 17, maakt eigenzinnige gedichten, won voorlopig enkel wat faam bij een voorronde van WriteNow, maar werd al meteen opgemerkt door uitgeverij Prometheus. Yi Fong heeft samen met zijn vriend Ben Huizinga ook plannen voor een tijdschrift. Dat moet Obskurant gaan heten.

Yi Fong, zo jong en je bezighouden met poëzie, waarom?
Dat is een moeilijke vraag. Ik weet alleen dat ik niet de hele dag voor de tv wil hangen en niets doen, of later een baan hebben van 9 tot 5 op kantoor. Ik moet me bezighouden met nuttige dingen, zoals het maken van iets moois: schoonheid creëren, kunst, als je dat zo wil noemen. Dat is een van de beste doelen die je jezelf kan stellen in het leven. En poëzie is voor mij de beste manier om dat doel te verwezenlijken, simpelweg omdat mij dat gemakkelijker afgaat dan bijvoorbeeld schilderen of muziek maken.

Je gedichten zijn niet wat je van een 17-jarige verwacht, geen puberale verzuchtingen maar harde filosofie. Hoe komt dat?
Dat 'puberale verzuchtingen' heb ik jaren geleden geprobeerd in mijn gedichten, toen ik net begon met schrijven. Hoewel ik er toen best trots op was, moet ik nu zeggen dat het echte bagger was. Puberale verzuchtingen maken nu eenmaal geen goede poëzie. Het ging dan ook niet om liefdesgevoelens of verdriet, maar om de manier waarop ik met die gevoelens omging. Ik denk dan ook dat je alleen van puberale verzuchtingen kan spreken als de uitvoering van die gevoelens werkelijk verschrikkelijk is. Dat typeert die verzuchtingen. Niet de gevoelens, maar de manier waarop. En die harde filosofie? Dat zijn ook gevoelens, maar dan mijn gedachtes en gevoelens over dingen als schoonheid, kunst of geloof.

Samen met je vriend Ben Huizinga, die hier ook in de redactie zit, heb je ambitieuze plannen voor een tijdschrift. Hoe zit dat?
Ben is een fijne kerel, met fijne ideeën ook, zoals dat tijdschrift. Hij stelde voor het tijdschrift de naam Obskurant te geven, afkomstig uit een heel mooi gedicht van Lucebert, getiteld 'om lood of goud', dat begint met de regels:

de obskurant streelt en streelt en onderstreept
de nood en noodzaak van het lijden
hij kan breien en uitbreiden aan zijn kneedwerk
de koek onder de knielende knie

Prachtige regels en een heel toepasselijke titel. Lucebert is een groot voorbeeld voor ons en het tijdschrift zal zich dan ook richten op de meer hermetische, experimentele kant van literatuur.
We liepen eigenlijk al maanden met het idee in ons hoofd om een tijdschrift te beginnen. We dachten er eerst over om het tijdschrift zelf af te drukken. Maar we hadden nog helemaal geen inhoud voor het tijdschrift en dat zelf afdrukken klonk héél onprofessioneel in de oren.
Nu zijn we er serieus mee bezig. Zo hebben we nog eens goed nagedacht over de vormgeving en besloten dat het eerst een online-magazine wordt. We kennen mensen die goed zijn in vormgeving, dus dat zal geen probleem worden. Als het tijdschrift een succes wordt, kunnen we wellicht nog naar een uitgeverij stappen en het op papier laten verschijnen. Maar dat is van later zorg. We zijn wel al ernstig op zoek naar kopij, dus als iemand zich geroepen voelt, mag die gerust contact met ons opnemen.

Je pleit voor experimentele poëzie. Wat is daar speciaal aan en wat is er mis met de andere poëzie?
Experimentele poëzie is poëzie waarin risico's worden genomen. Er gebeuren dingen in het gedicht die niet eerder of zelden gedaan zijn. In dat opzicht heeft experimentele poëzie een heel belangrijke functie in de dichtkunst, namelijk het verleggen van de grenzen, uitdagen. Zonder deze poëzie zou de dichtkunst zich niet ontwikkelen; die zou blijven steken op één punt. En dat is iets wat nooit mag gebeuren. Kunst moet levendig blijven, blijven stromen, anders krijg je brak water.
Dit wil niet zeggen dat er iets mis is met andere poëzie, integendeel. Ik ben voor alle vormen van poëzie, zolang het maar goede poëzie is. Bovendien vervult de meer traditionele poëzie ook een heel belangrijke rol: ze zet de conventies vast waartegen het experimentele zich afzet.

Zet je je specifiek tegen iets of iemand af?
Als er iets is waar ik me tegen afzet, dan is het wel slechte poëzie. Ik streef ernaar goede dingen te maken. Het gaat er bij mij niet om dat poëzie experimenteel moet zijn, of heel gevoelig, alleen de kwaliteit telt. Deze term 'kwaliteit' is natuurlijk heel subjectief. Wat onderscheidt goede poëzie nu van slechte poëzie? Die vraag is moeilijk te beantwoorden. Voor mij geldt in ieder geval dat goede poëzie aandacht voor zichzelf vraagt en die aandacht beloont met een bepaalde indruk. Ze moet iets teweegbrengen. Dat is uiteindelijk het doel van poëzie: communiceren.
Dit streven naar kwaliteit is heel moeilijk. Ik bereik vaak niet het doel dat ik voor ogen had toen ik begon met schrijven. Ik schrijf ook heel langzaam en heel lang aan een gedicht, omdat ik nooit echt tevreden ben over mijn gedichten. Ik zit er altijd aan te prutsen, dingen te veranderen. Uiteindelijk blijven slechts de gedichten over die 'net om aan te zien' zijn. Ik heb maar een of twee gedichten waar ik tevreden mee ben.

Je lijkt je er echt op toe te leggen. Weet je veel af van poëzie? Autodidact?
Ik zou niet zeggen dat ik veel weet van poëzie, want er is nog zoveel dat ik moet leren. Ik volgde nooit een opleiding over poëzie, maar vertrouwde altijd op de hulp van andere schrijvers. In principe heb ik dus niet alles zelf gedaan. Toen ik pas begon met schrijven, heb ik heel veel gehad aan de feedback van Ben Huizinga. Ook stuurde ik de gedichten in naar verschillende fora, waar ik zo nu en dan wel goed commentaar kreeg. Kritiek is het beste dat je als schrijver kan overkomen, je ziet dan pas echt of je gedicht iets waard is of niet. Als dan blijkt dat het écht niets waard is, kun je er iets aan gaan doen. In ieder geval heb je dan het genoegen gehad om te leren van je fouten. Ik lees ook vaak teksten over literatuur, artikelen over dichters, analyses van gedichten, of studieboeken over de technische kant van het schrijven. Natuurlijk vormen de werken van andere schrijvers ook een enorme bron van kennis.

Wie zijn dan jouw specifieke voorbeelden in de hedendaagse poëzie?
Ik laat me vaak door het werk van Ouwens inspireren als ik een gedicht schrijf, maar ik zie het niet terug in mijn gedichten. Als voorbeeld neem ik vaker het werk van heel oude dichters, zoals Lucebert, Achterberg en Marsman. Ik ken dan ook niet zo veel hedendaagse schrijvers, daarmee bedoel ik schrijvers die in de afgelopen jaren pas hun debuut hebben gemaakt. Ik ben in ieder geval van plan me hierin te verdiepen, ik ga proberen de ontwikkelingen in de hedendaagse literatuur te volgen, iets te leren van de nieuwe generatie schrijvers.

Klopt het dat er al plannen zijn voor een bundel?
Er zijn inderdaad plannen. Ik heb zelfs al een contract getekend voor een poëziebundel bij uitgeverij Prometheus. Hij komt rond het voorjaar van 2008 uit, schat ik zo. Ik ben nu héél langzaam bezig aan de bundel. Ik heb nog geen bepaald plan bedacht wat structuur of samenhang betreft. Het zit allemaal nog in een heel vroeg stadium. Ik schrijf in de komende periode gewoon verder aan mijn gedichten. Later zie ik wel of ik daar een bepaalde samenhang in kan ontdekken en hoe ik de gedichten ga indelen in de bundel.

Samenstelling: Sylvie Marie

naar de gedichten van Yi Fong Au


[gepubliceerd: 16 november 2006]
 
^    >