Meander * Eerder * Dichters * Arjen van Meijgaard
 
Arjen van Meijgaard
door Peter Wullen

Arjen van Meijgaard (1973) zag ik voor het eerst optreden in de Nijmeegse bibliotheek bij de presentatie van de themabundel Spanning van het literaire blad Op Ruwe Planken. Later legde hij in een kort gesprek uit hoe hij daar verzeild was geraakt: 'Als je in Den Haag woont en iets wilt bereiken, kom je al snel aan de andere kant van Nederland terecht omdat daar vaker podia en schrijfwedstrijden worden georganiseerd dan in de Randstad. Ik had kopij opgestuurd voor een nieuw nummer van Op Ruwe Planken en over de 'wedstrijd' gelezen. Het leek me een leuke uitdaging: de eerste alinea van een verhaal van René Appel afmaken. En zie: het leverde iets op. De redactie vroeg me dat verhaal voor te lezen en ander werk, waaronder enkele gedichten.'

Je gedichten zijn uitstekend geschikt om voorgedragen te worden. Je maakte indruk die namiddag in Nijmegen. Schrijf je bewust om voor te dragen?
Als je je eigen werk mag voordragen, kun je er net iets meer mee. De woorden op papier zouden natuurlijk al voor zich moeten spreken, maar misschien zijn mijn gedichten inderdaad geschikter om voor te lezen. Als ik iets schrijf, lees ik het altijd een aantal keren hardop voor. Dan proef ik de woorden en merk ik of de klanken ook goed op elkaar zijn afgestemd.

Je kreeg ook al de kans om voor te dragen bij enkele grote radiostations. Beviel dat?
Bij één radiostation was dat. Ik heb meegedaan aan de wedstrijd Duizend Woorden van het VPRO-radioprogramma De Avonden en uitgeverij Nieuw Amsterdam en mocht een verhaal komen voordragen voor de radio. In de uitzending gaven twee schrijvers, die ook voorlazen uit eigen werk, commentaar op mijn verhaal. De sfeer was prettig: een ronde tafel met microfoons in het midden, muziek tussen de sprekers door en een handvol publiek. Dat is me goed bevallen. Wie de luisteraars thuis waren, dat blijft gissen. Het enige wat je weet, is dat je stem hier en daar in een onbekende woonkamer door de luidspreker klinkt.

Weet je nog wanneer je begon te dichten?
Op de middelbare school ik denk dat ik zestien was - ben ik begonnen met hartverscheurende gedichten. Over liefde, dood, ongenaakbaarheid - dat vond ik toen een mooi woord - en rozen die vastgeketend zaten in lege flessen, het hoofd vol bloed. Die 'gedichten' leken in niets op het werk van dichters met wie ik meende iets te hebben: Slauerhoff en Bloem. Ook het gedicht God en godin van Vroman vond ik toen al erg mooi. Ik probeerde hen niet na te doen, omdat ik wist dat me dat toch niet zou lukken. Toen ik voor mijn verjaardag de verzamelbundel Domweg gelukkig in de Dapperstraat kreeg, ben ik gedichten uit mijn hoofd gaan leren. Af en toe meestal ongevraagd - droeg ik er een voor: 'Ik heb een ceder in mijn tuin geplant' of 'Alleen in mijn gedichten kan ik wonen'. Een van mijn huidige favoriete dichters is Rodenko, maar ook Pessoa en Buddingh' kan ik nog steeds mooi vinden

Je schrijft in je korte bio dat 'schrijven een spel is, net als improviseren op een viool'.
Sinds mijn zevende speel ik viool. Het liefst improviseer ik. Daarbij is het belangrijk dat je verrast, maar ook een melodie, een lijn, probeert vast te houden, en een begin en een eind aan het stuk weet te geven. Dat is vergelijkbaar met schrijven. Als ik met een gedicht of een prozatekst weet te boeien en te verrassen, gaat het de goede kant op.

Wat is het allerbelangrijkste voor je: proza of poëzie?
Proza is op dit moment belangrijker. Daar voel ik me meer in thuis. Poëzie is op het scherpst van de snede goochelen met woorden. Wikken, wegen, schrappen. Dat moet met proza ook, maar na een mooie zin kan een minder mooie volgen, puur ter informatie om bijvoorbeeld de hoofdpersoon uit de tram te krijgen. Bij proza gaat het meer om het geheel, bij poëzie zit je veel dichter op de tekst.

Je proza laat zich omschrijven als korte, rake observaties met een pointe. Het zou evengoed poëtisch proza kunnen zijn. Of niet?
Misschien wel. Je kunt het impressies noemen, fragmenten, scènes. Het achterliggende idee bij deze tekstjes is misschien hetzelfde als bij poëzie: puzzelen, passen en meten op woordniveau om een gedachte weer te geven. Mijn gedichten zijn ook eerder impressies of korte verhaaltjes, het tegengestelde van hermetische poëzie van bijvoorbeeld Faverey of Kouwenaar. En misschien is dat wel de echte poëzie.

Tot slot: ik las een opmerkelijke zin in je bio. 'Arjen van Meijgaard was straatmuzikant in Parijs'.
Toen ik 19 was, heb ik een jaar in Parijs gewoond. In eerste instantie als au pair, maar al snel merkte ik dat er als straatmuzikant meer te beleven viel. Ik heb bij verschillende musea gestaan, maar ook in de metrogangen en in een restaurant. Daar kreeg ik voor twee uur spelen - van de Bolero tot de Czardas, met tussendoor melancholische improvisaties - een bord eten en een glas rode wijn. Tot de rand gevuld, dat wel. Gelukkig verdiende ik op straat meer, zelfs zoveel dat ik het geld in de toch relatief dure stad Parijs niet allemaal kon uitgeven. Er hangt nu thuis een mooi schilderij aan de muur, verdiend in de straten van de Franse hoofdstad. De ervaringen van dat jaar ben ik aan het opschrijven, vermengd met veel fictie. Er begint langzaam een novelle te ontstaan. Hopelijk wordt die nog eens uitgegeven. Fragmenten uit het verhaal zijn te vinden op mijn weblog www.arjenvanmeijgaard.web-log.nl.

Samenstelling: Peter Wullen

naar de gedichten van Arjen van Meijgaard


[gepubliceerd: 30 november 2006]
 
^    >