Meander * Eerder * Dichters * Guido de Bruyn
 
Guido de Bruyn
door Sander de Vaan

Guido de Bruyn (1955) vertaalde sonnetten van Shakespeare en publiceerde zijn eigen gedichten onder meer in De Brakke Hond en Yang. In 2004 debuteerde hij bij Uitgeverij P met de sprankelende bundel Het achterwerk van het geluk. Een gesprek met een veelzijdig kunstenaar.

Wat doet u in het dagelijks leven?
Ik werk als televisieregisseur bij Canvas. Maak documentaires voor de reeks Keerpunt.

Een dag die begint als alle andere dagen, maar dan opeens blijkt niets meer hetzelfde te zijn... Is er voor u zo'n keerpunt geweest, in literair opzicht?
De geraffineerde zingzang van 'Melopee' van Paul van Ostaijen trof me toen ik in mijn 'wonderjaren' zat. Pas achteraf heb ik begrepen wat hij bedoelde met poëzie: 'een in het metafysische verankerd spel met woorden'. Het is dus allemaal de schuld van Van Ostaijen.

U schreef ooit het sprankelende gedicht 'De dichter', dat als volgt eindigt: ’Dichters!/ Vierendeel hun verzen, lijm hun ogen open,/ smeer hun pupillen vol met pek. Opdat zij zouden zien/ de klare winternacht der stervelingen/ Dichters!/ Steek hun stijve in bros ijs./ De maan is slechts een vlaai, en/ 's nachts zijn alle koeien grijs.’ En toch: u dicht nog altijd... Wat hoopt u te bereiken met uw gedichten?
Wat 'De dichter' betreft: zelfspot is een vorm van mentale hygiëne. En voorts: wie publiceert wil gelezen worden. Dat volstaat voor mij.

Hoe zou u uw eigen poëzie in het kort omschrijven?
Op z'n best: poëzie van Guido De Bruyn. Op z'n slechtst: idem. Cocteau zei het al: cultivez vos défauts, parce que c'est toi!

Wie zijn uw inspiratiebronnen bij het schrijven?
Mijn geliefde. Shakespeare, wiens sonnetten ik vertaalde. Beelden, zowel uit de plastische kunst, als film, muziek en architectuur. Ik laat me graag prettig besmetten door schoonheid.


Kunt u, als regisseur, de poëzieliefhebber enkele poëtische films aanbevelen, ter afwisseling van de lezerij?
Shakespeare in love is een goede film ter introductie van de bard. Maar 'poëtische' films op zich bestaan niet. Nog altijd heeft het woord 'poëtisch' dat kleffe Bilitis-aroma.

Is er een gedicht van een andere dichter dat u groen van jaloezie doet zien?
'De Moeder' uit De Oostakkerse Gedichten van Hugo Claus en 'Melopee' uit Het Eerste Boek van Schmoll van Paul van Ostaijen.

Wat raakt u vooral in deze twee gedichten?
Bij Claus de harde lyriek: 'ik was de genode maar de dodende gast'. Bij Van Ostaijen zoals gezegd de muzikaliteit, die in een filosofische toonaard staat geschreven: 'waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee'. Let op dat bewust weglaten van het vraagteken aan het slot.

Waaraan moet volgens u een goed gedicht voldoen?
Taalchemie. Muzikaliteit. Ontroering, omdat niemand anders het zo verwoord heeft.

Nederlandstalige dichtbundels worden over het algemeen slecht en soms zelfs amper verkocht. Is er nog toekomst voor de poëzie in ons met tv-beelden behangen bestaan?
Ik ben geneigd te zeggen: nauwelijks. Maar ik ga met plezier tegen mijn eigen neiging in: Plato krijgt op een dag ongelijk.

Kunnen wij van u binnenkort nog publicaties verwachten?
In de lente verschijnt bij uitgeverij P Winterreis (werktitel).

Samenstelling: Sander de Vaan


naar de gedichten van Guido de Bruyn


[gepubliceerd: 14 december 2006]
 
^    >