Meander * Eerder * Dichters * Onno Kosters
 
Onno Kosters
door Wilma van den Akker

Onno Kosters (1962) is dichter, keeper, redacteur en vertaler van onder anderen Samuel Beckett, Weldon Kees en Simon Armitage. Hij publiceerde zijn gedichten in tijdschriften als De Brakke Hond, Raster en De Revisor en debuteerde in 2004 met de bundel Callahan en andere gedaanten bij uitgeverij Contact, zoals op zijn website www.doelverdediger.nl te lezen valt. Tegenwoordig is hij ook nog docent Engels aan de Universiteit Utrecht.

Twaalf ambachten en dertien ongelukken, of ben je een duizendpoot?
Hoeveel ongelukken mijn duizend ambachten zullen opleveren staat nog te bezien – al heeft een schouderblessure me inmiddels gedwongen het keepen eraan te geven. De functies oefen ik al naar gelang zin of gelegenheid na of naast elkaar uit. Nee, een duizendpoot ben ik niet. De ambachten liggen in elkaars verlengde. Maar we zitten hier niet voor mijn CV, toch? Al kan ik me voorstellen dat de combinatie keeper en dichter de lezers van Meander interesseert...

Nu je het zegt. Keepen en dichten, hoe verhouden die twee activiteiten zich tot elkaar?
Keepen en dichten zijn voor mij altijd nauw verwante activiteiten geweest - daar sta je dan, in dat grote boze doel, dat tegelijkertijd je vriend is: dat je moet beschermen en dat jou beschermt. Een vlak dat pas wordt ingevuld als de wedstrijd begint, de aanval toeslaat of juist wordt afgeslagen. Waarin je het goed moet doen, omdat het team anders prompt achter staat. Tot op zekere hoogte stelt keepen net zulke eisen aan je doen en laten als dichten. Een gedicht gaat gauw de mist in, een woord te veel en het is weg. Je bent als keeper een eenling, je mag van alles, maar binnen een bepaald gebied. Je ziet er anders uit maar je bent net zo goed onderdeel van het grotere geheel als je medespelers.

In het fragment van het gedicht 'Sudden Impact' meen ik enige verwijzingen naar het doelverdedigen te bespeuren, zoals om te schieten en tegenstander?
Ja, ik smokkel soms keep-associaties - spreek uit: kiep-associaties, wat wankelheid oproept - mijn werk binnen.

En andersom, als je in het doel staat en alles aan de andere kant van het veld gebeurt, ontstaat er dan poëzie in je hoofd?
Het best is deze vraag te beantwoorden met een gedicht dat ook in Callahan en andere gedaanten is gepubliceerd – een gedicht dat mij verbindt met de kwetsbare, eenzame keeper. Daarbij vervult de huidige keeper van AZ, Khalid Sinouh, een hoofdrol:

Zijn laatste wedstrijd

Zijn laatste wedstrijd en
terwijl de lucht betrekt
en het spel zich bij de
andere zestien afspeelt en

meeuwen op het middenveld

en het geroep om de bal
als van een commentator

met een kop als een boei,
die uitkraamt kosmische vlieger,
van welke planeet kom je?! en

dan nog net een machteloze
stap naar een niet onhoudbare bal.

Hij is tekort geschoten. Verre

van uitgekiept of helemaal terug
in de wedstrijd; op een enkele actie
van Sinouh na, doet weinig hem nog
aan zichzelf denken. Zo zonder doel

achter zich, zo – zo – ongewis.

Er gebeurt van alles in deze wedstrijd. De keeper waant zich elders, in de WK-wedstrijd Engeland-Argentinië van 1986: Maradonna's onvergelijkbare solo, vanaf eigen helft en afgerond met doelpunt, ontlokte de Argentijnse commentator de woorden: 'Kosmische vlieger, van welke planeet kom je?!' Afgeleid door dit gedroomde verleden en een bizar metoniem grijpt deze keeper mis. Sinouh is een keeper die prachtig kan falen én redden. Soms faalt hij, verbeeld ik me, omdat hij staat te dromen - net als ik. Hij begeeft zich buiten de orde die iedereen de belangrijkste vindt: het spel, de knikkers. Maar van een hogere orde is het soms te dromen, je elders te wanen.
Toch, als je de doelverdedigen-dichten-vergelijking te lang volhoudt, gaat die mank. Het is een al te romantisch beeld. Het belangrijkste is dat dit de twee bezigheden zijn die mij het gelukkigst maken.

'De man in de muur' is gebaseerd op een ware gebeurtenis van een Italiaan die zichzelf, ongeneeslijk ziek, in de muur van zijn huis had gemetseld. Zijn gezin leefde verder in de veronderstelling dat hij naar Amerika was vertrokken. Een luguber gegeven, dat je luchtig benadert.

… pa ging een pakje
sigaretten halen, plakte een geeltje op zijn monitor,

'Ben even weg,' was getekend, 'Godot'.
Humor, dus wordt de tafel gedekt, de pasta gekookt,
worden glazen gevuld en ligt op zijn plek keurig een
placemat

Persoonlijk vind ik het jammer dat je hier het woord 'humor' gebruikt. Vanwaar die keuze?
Voor de duidelijkheid: 'humor' zoals ik het hier gebruik, is vooral bitter bedoeld: 'Een van pa's grappen, hij moet weer eens een hoogst literaire verwijzing gebruiken terwijl hij maar een pakje sigaretten aan het halen is,' denkt zijn dochter, 'waarom kan hij nou nooit eens gewoon doen?' Niet wetende dat pa nooit meer gewoon, laat staan ongewoon zal doen of ooit nog komt… en zo samenvalt met Becketts Godot.
Meer in het algemeen: 'De man in de muur' is een tamelijk zwaar gedicht, heeft een ernstige thematiek – maar ik geloof dat zulke poëzie het beste leesbaar en houdbaar blijft door er af en toe een relativerende grap in op te nemen. Hiermee scherp ik ook het contrast met dat zware aan: om de tragiek beter tot zijn recht te laten komen. Hetzelfde geldt voor de stoerdoenerij van de hoofdpersoon. Hij kan ondanks die stoerdoenerij niet verhelen dat hij ook maar van glas is. Een thema dat in mijn volgende bundel ook speelt.

Wanneer komt die uit?
Mei 2007. Ik heb zojuist het manuscript van De grote verdwijntruc ingeleverd bij uitgeverij Contact. Kern van de bundel is de cyclus 'Lappen bij regen is gevaarlijk en zinloos': in een onschuldig voorjaarszonnetje staat een glazenwasser op zijn ladder. Dat is het uitgangspunt voor een reeks gedichten waarin die plek, bovenaan de ladder, het centrum van de wereld is geworden. Twaalf gedichten lang leven we mee met de glazenwasser. Wat ziet hij, wat hoort hij, wat zingt hij? Waar verdwijnt hij? Andere afdelingen in De grote verdwijntruc zijn 'Google Earth', waarin de gedichten in een wat losser verband staan, 'Het rusteloze einde', opgedragen aan een drietal dierbare doden, en 'Bouw', drie gedichten die met een zekere bravoure de bundel afsluiten.
Ook in de nieuwe bundel staan vertalingen van de Robinsongedichten van de Amerikaanse dichter Weldon Kees en de Engelse dichter Simon Armitage. De eerste schreef een aantal gedichten over een epische antiheld genaamd Robinson, een 'loner', een rusteloze figuur die probeert iets van de wereld te begrijpen. Kees is onder nooit opgehelderde omstandigheden verdwenen, met achterlating van zijn auto op de Golden Gate Bridge. Zijn Robinson is door Armitage begin jaren negentig naar Engeland getransporteerd en heeft in diens bundel Kid een nieuw bestaan gekregen. Op mijn beurt laat ik Robinson in De grote verdwijntruc naar Nederland emigreren, waar hij glazenwasser blijkt te zijn.

Samenstelling: Wilma van den Akker

naar de gedichten van Onno Kosters


[gepubliceerd: 29 december 2006]
 
^    >