Meander * Eerder * Dichters * Geralt Wolterbeek
 
Geralt Wolterbeek
'Het gedicht wordt voor mij pas interessant als ik er niet uit kom'
door Sylvie Marie

Geralt Wolterbeek (1963) woont en werkt in Amsterdam. Naast dichter is hij grafisch ontwerper en beeldend kunstenaar. Zijn gedichten verschenen al in de tijdschriften Lava en Op Ruwe Planken. Ook nam hij tweemaal deel aan het festival Onbederf'lijk Vers en won hij een aantal prijzen in poëziewedstrijden.

Wanneer ben je met dichten begonnen?
Vijf of zes jaar geleden. Ik zat met mijn beeldende kunst op een dood spoor. De stapels schilderijen groeiden, maar het kon me niet echt meer raken. Het zoeken naar een andere stijl of inhoud bracht geen oplossing. Dat moest anders. Vraag me niet waarom, maar ik dacht: laat ik het eens opschrijven. En al vrij snel eigenlijk werd me duidelijk dat ik met een verzameling woorden meer kon vertellen dan met geschilderde beelden. En dat ik bij het teruglezen van een gedicht dacht: ja, zo is het. Dat was een ervaring die ik als schilder niet kende. Het dichten heeft de plaats ingenomen van het schilderen. Nu maak ik stapels gedichten, die in ieder geval een stuk minder ruimte innemen dan de schilderijen.

Wisselde je de ene kunst definitief voor de andere in?
Op dit moment schilder ik niet, maar of dat definitief is kan ik onmogelijk voorzien. Als ik er weer zin in krijg zal ik het niet nalaten.

Het gedicht 'een dier' werd door de jury van de poëziewedstrijd van Harelbeke - die bestond uit Bernard Dewulf, Peter Verhulst en Maarten De Pourcq - als het beste beschouwd. Wat betekent dat gedicht eigenlijk?
Eigenlijks niets. Mijn gedichten zijn vaak gebaseerd op een waarneming, iets wat me raakt. In mijn gedichten beschrijf ik die indruk, beschrijf ik de zoektocht naar de betekenis. Waarom iets me heeft geraakt. En het gedicht wordt voor mij pas interessant als ik er niet uit kom. Dat ik er mijn vinger niet op kan leggen en blijf zoeken. Dus als ik een betekenis moet geven aan het gedicht 'een dier', dan is het dat je leeft met vragen, niet met antwoorden.

Wat vind je zelf je beste gedicht ooit?
Dat hangt sterk van de dag en mijn humeur af. Het is net als luisteren naar muziek: de ene dag zet ik iets op, terwijl ik daar de volgende dag niet aan moet denken. Maar als ik een gedicht zou moeten kiezen, dan zou ik zeggen: mijn laatste. Want als ik mijn laatste gedicht níet mijn beste gedicht vind, dan is het nog niet af. Het streven moet toch zijn om elke keer weer verder te komen in zeggingskracht.

Mij laatste gedicht is nu:

onderweg
van huis ontdaan
onderweg
de plek in een bos
met een uitzicht zo groot
als een kamer, je kijkt er in rond
binnen is het al gauw, klein
heeft het zich allang
als huis gesloten
met jezelf aanwezig
deze plek die je invult
in het midden
vul je
met opstaan, verlaten
in de verte keer je je om
ziet het nog liggen
het nabeeld, je zit er
groot, niet zo klein
wordend als nu
tot je er niet meer in
terugkeert

Je maakt ook logo's. Beschouw je dat als een kunst?
Ja. Het vraagt vorm- en kleurgevoel en het heeft veel overeenkomsten met het maken van een schilderij of een gedicht. Je zoekt naar een evenwichtige compositie, naar spanning én naar inhoud.

Vind je logo's en gedichten maken even moeilijk of gaat het ene makkelijker dan het andere?
Alles wat je goed wil doen is moeilijk. In die zin is er geen verschil. Wat wél verschil maakt is voor wie je het maakt. Bij het ontwerpen van een logo heb ik duidelijk het bedrijf voor ogen waar ik het voor maak. Het resultaat moet bij de stijl en wensen van dat bedrijf passen, en bij de branche en de klanten. Een logo voor een notaris zal een totaal ander ontwerp opleveren als dat voor een speelgoedwinkel. Maar als grafisch ontwerper moet je ze wel beide kunnen maken en je eigen smaak soms opzij zetten. Dat is bij het schrijven van gedichten helemaal anders, want een gedicht schrijf ik voornamelijk voor mezelf.

Op je site, die mooi onderverdeeld is in lettermerken, woordwerken en tekstzerken is vooral het laatste innemend: een gedicht op een deur, een gedicht op een stenen plaat in een grasperk. Hoe komt het dat je gedichten al zo mooi in het openbaar werden gebracht?
Door mijn achtergrond als beeldend kunstenaar heb ik regelmatig geëxposeerd tijdens kunstmanifestaties en kunstroutes. In het verleden heb ik mijn gedichten op die manier in de openbaarheid gebracht. Maar het combineren van beeldende kunst en poëzie is in mijn ogen moeizaam. Voor mij hoort poëzie in een boek, hoewel ik blijf zoeken naar een oplossing om mijn gedichten in de openbare ruimte te laten passen.

Net zoals Tonnus Oosterhoff dat probeert met bewegende gedichten op cd-rom. Wat vind je van die experimenten?
Experimenten zijn nodig om tot nieuwe oplossingen te komen. Daar moet vroeg of laat iets uit kunnen komen. Bij visuele poëzie moet het visuele in ieder geval een eigen verhaal kunnen vertellen in het geheel. Het moet geen plaatje bij een praatje worden. Dat is bij de bewegende poëzie van Oosterhoff zeker niet het geval. Het spreekt me zeker aan; je introduceert beweging en dynamiek in je poëzie.

Wie zijn jouw voorbeelden?
Er zijn veel goede gedichten geschreven die ik als voorbeeld beschouw. Van net zo veel verschillende dichters. Er is eigenlijk maar één dichter van wie ik praktisch al het werk heel goed vind en dat is Gerrit Kouwenaar. Ik heb het geluk mogen hebben een avond met hem op te treden. Voor het poëziefestival Onbederf’lijk Vers hebben we om en om onze gedichten voorgedragen. Dat was een hele eer.

Kan ik geloven. Nooit gedacht aan een bundel?
Natuurlijk. Dat zou erkenning zijn van mijn werk.

En? Is daar al iets concreets van gekomen?
Ik stuurde al eens op naar een paar uitgeverijen. Mocht een uitgever door de gedichten bij dit interview geïnteresseerd zijn geraakt, dan kan er via mijn website www.wolterbeek.nl natuurlijk altijd contact worden gezocht.

Samenstelling Sylvie Marie

naar de gedichten van Geralt Wolterbeek


[gepubliceerd: 10 januari 2007]
 
^    >