Meander * Eerder * Dichters * Tamara Binken
 
Interview met Tamara Binken
Alleen een 8 bovenaan het blaadje
door Sander de Vaan

Tamara, veertien jaar en nu al publicaties in onder andere Meander, Krakatau en De Brakke Hond. Hoe krijg je dat voor elkaar?
Dat vraag ik mezelf ook af. Het zijn allemaal literaire tijdschriften waarvan de sites me wel bevielen. Ik heb wat gedichten naar een aantal redacties gestuurd en die publicaties zijn daar het resultaat van. Wat ik wel apart vind, is dat ze er dezelfde gedichten uitpikten, zoals 'een mickey mouse als opklapkip'.

Daar wilde ik het al met je over hebben. Een opklapkip, wat is dat?
Dat is een lang verhaal. Het begon met een grapje, maar ik vind het niet leuk om alles uit te leggen. Het mooie aan een gedicht is dat je er altijd geheimpjes in kunt stoppen, die soms iemand anders ook kent en soms alleen ik zelf. Met een opklapkip bedoel ik zo'n bord langs de weg dat aangeeft dat er een snackbar in de buurt is en waar een paar gerechten op staan. Op het exemplaar dat ik tegenkwam stond een kip en je kon het opklappen.

Wanneer ben je begonnen met dichten?
Ik heb lang volgehouden dat ik een half jaar dicht, maar dat is nu al anderhalf jaar. Ik weet niet precies hoe het begonnen is. Op de basisschool wilde ik graag verhalen schrijven. Ik had er de mooiste ideeën voor, alleen kreeg ik nooit een verhaal af. Daarom ging ik korte zinnetjes en stukjes schrijven, en gedachteloos wat op papier krabbelen. Toen had ik opeens mijn eerste gedichtje geschreven. Op internet kwam ik Dichttalent tegen. Dat was toen nog een site met dichters tegen wie ik opkeek; nu is daar niks meer van over. Later verhuisde ik naar de Lettertempel, vooral vanwege de kritieken, maar dat is jammergenoeg ook niks meer.
Mijn docente Nederlands heeft me vorig jaar gedichten laten inleveren voor een extra cijfer. Ze had er helaas niet bij geschreven wat ze ervan vond; er stond alleen een 8 bovenaan het blaadje. Dit jaar wordt er vooralsnog geen aandacht aan besteed, ook niet aan poëzie in het algemeen.

Je treedt ook op. Hoe bevalt dat?
Ik heb een keer iets voorgedragen in Culemborg, in een dichterskeldertje. Dat beviel me zeer goed: heel klein en gezellig, en vooral ook heel veilig daar. De organisator van dat dichterscafé heeft me uitgenodigd voor een slam, later dit jaar. Ik had er wel van gehoord, maar wist niet wat het inhield en dus ben ik in Utrecht gaan kijken naar Zinderslam. Ik zou er ook zelf graag aan meedoen, al lijkt het me doodeng en vraag ik me af of mijn gedichten ervoor geschikt zijn. Ik ben gaan zoeken op internet, maar de meeste slams zijn ver uit de buurt van Amsterdam en ook nog eens 's avonds of doordeweeks. Ik heb me wel ingeschreven voor Slam Zeist, maar daar sta ik op de wachtlijst, geloof ik. Dus als iemand nog iets weet?

Zijn er dichters door wie je je laat inspireren?
De dichters op internet lees ik vaak, zodat ik kan oefenen om kritiek te geven, wat weer van belang is voor mijn eigen werk. En ik heb de verzamelbundel van Herman de Coninck. Overal in huis neem ik dat ding mee. Ik weet niet of ik me door hem laat inspireren, want ik heb een heel andere stijl. Ik ben me nog aan het oriënteren op andere dichters. Ik wil veel lezen, alleen heb ik geen idee waar ik moet beginnen. Er is zoveel! Ik ken geen enkel gedicht van mezelf uit mijn hoofd, maar deze van De Coninck wel:

O, ik weet het niet,
maar besta, wees mooi.
Zeg: kijk, een vogel
en leer me de vogel zien
zeg: het leven is een brood
om in te bijten en de appels zien rood
van plezier, en nog, en nog, zeg iets.
leer me huilen, en als ik huil
leer me zeggen: het is niets.

Waaraan moet volgens jou een goed gedicht voldoen?
Een moeilijke vraag... Bij gedichten van anderen moet het bij mij vooral vanbinnen gaan kriebelen, bijvoorbeeld omdat het taalgebruik mooi is, of omdat er briljante ideeën in zitten, of omdat het goed loopt. Bij mezelf vind ik dat moeilijker. Iemand heeft ooit tegen mij gezegd dat ik geen zelfkritiek heb en dat klopt. Een waardeloze eigenschap, want ik heb er bij een superslecht gedicht geen benul van dat het slecht is.

Op je site staat een aantal 'typische' tienerteksten over liefdesverdriet en andere zaken, maar de gedichten die je her en der gepubliceerd hebt, zijn een stuk rijper. Het lijkt soms wel of je geen veertien, maar veertíg jaar levenservaring hebt. Hoe doe je dat?
Mijn site gebruik ik voor van alles, ook om er teksten op te zetten die verder niks waard zijn. Maar ik vind het lekker om dat kwijt te kunnen, want ik ben een tiener. Hoe ik dat doe? Tja, het zit er waarschijnlijk gewoon in. Ik voel me ook anders dan mijn leeftijdgenoten, maar eigenlijk voelen alle pubers zich anders en bijzonder, dus dat gaat voor iedereen op. Soms is het trouwens wel lastig om dat te hebben, die schijnbare levenservaring. Dat denken van mij stopt ook nooit, heel vermoeiend...

Schaaf je lang aan je teksten?
Ik krijg een idee in mijn hoofd, meestal een aantal zinnen, en als ik niet snel pen en papier pak, ben ik het kwijt. Als ik die dingen heb opgeschreven, zijn er vaak al delen weggevallen en ga ik er mee verder, het verhaaltje afmaken dus. Schaven doe ik niet veel. Als het op mijn computer staat, is het voor mij ook af. Ik plaats nog wel eens teksten op internetsites en als ik daar kritiek op iets krijg, ga ik daar goed over nadenken en soms verander ik het dan ook.

Een veertienjarige met zoveel dichttalent; ik stel mij voor dat de uitgevers in de rij staan. Kunnen we binnenkort al iets in bundelvorm van je verwachten?
Nou, dat zou me toch een droom zijn, als ze in de rij zouden staan! Maar ik heb nog niemand gezien. Een bundel klinkt als iets wat voor mij nog heel ver weg is. Ik ben er ook nog helemaal niet mee bezig. Als er iemand aanklopt van een uitgeverij zou ik in de zevende hemel zijn, maar ik ga er niet zelf naar op zoek.

Samenstelling: Sander de Vaan

naar de gedichten van Tamara Binken


[gepubliceerd: 25 januari 2007]
 
^    >