Meander * Eerder * Dichters * Antoinette Sisto
 
Interview met Antoinette Sisto
Dus reik mij niet de handschoen waarin de hand ontbreekt
door Yvonne Broekmans

Antoinette Sisto (Almelo, 1963) groeide op in een Italiaans-Indisch gezin. Na haar studie Italiaanse taal- en letterkunde woonde zij enkele jaren in het buitenland: Rome, Queensland (Australië) en Berkeley (Californië). In 2002 verschenen zeven gedichten van haar in de verzamelbundel In de verste verte... bij uitgeverij Opwenteling in Eindhoven. Dezelfde uitgeverij verzorgde haar debuutbundel Het verre huis (2006).

In Meander verschenen van jou in 2005 en 2006 twee gedichten, 'Pied-à-terre' en 'Feng Shui', die een huis als onderwerp hebben. In je debuutbundel Het verre huis gaat een groot aantal gedichten op dit thema door; ook komen vensters en ramen vaak voor. Vanwaar deze fascinatie?
Huizen hebben altijd tot mijn verbeelding gesproken. Wanneer ik als kind in een vreemd huis logeerde en daar 's morgens wakker werd, fantaseerde ik hoe mijn leven eruit zou zien als ik in dat huis zou wonen, kijkend vanuit dat raam, met dat uitzicht. Alsof dat huis een doorkijkspiegel was en mij een blik gegund werd in andermans persoonlijke geheimen. Ik denk dat de meeste emoties zich binnenskamers afspelen.

De gedichten verwijzen ook duidelijk naar je verblijf buiten Nederland. In hoeverre is dat van invloed geweest op je werk?
Tot mijn twintigste verbleef ik iedere zomer zes weken op de boerderij van mijn grootouders in Zuid-Italië. Er was daar geen stromend water en geen elektrisch licht. Ik las 's avonds bij een petroleumlamp en waste me 's morgens met water uit de put, dat mijn oma op een butagasstelletje opwarmde. Het was zo'n groot verschil met hoe we in Nederland woonden. Dat huis van mijn grootouders is onder andere terug te vinden in de cyclus Het verre huis. Ook heb ik, samen met mijn man, in een oud en statig Victoriaans huis in Californië gewoond. Dat huis heeft me zeker geïnspireerd bij het schrijven van 'Feng Shui' en 'Pied-à-terre'. Het is vast geen toeval dat van alle huizen die me geïnspireerd hebben bij het schrijven van deze bundel, er niet één in Nederland staat.

Ik begrijp dat je bewondering hebt voor Wislawa Szymborska, Miriam van Hee en Hanny Michaelis. Wat is het in hun poëzie dat je vooral aanspreekt?
Ik vind Wislawa Szymborska een briljant dichteres. Zij kan serieuze onderwerpen een luchtig en ironisch cachet geven, waardoor ze nergens echt zwaar wordt. Haar gedicht 'Een ui' vind ik een prachtvondst. Het gedicht 'Lofzang op mijn zus' is van een directe eenvoud en speelsheids die mij verbazen. En toch slaat zij een ferme spijker op zijn kop: je bewondert en houdt van iemand die niets maar dan ook niets met gedichten te maken heeft, die ze misschien niet eens begrijpt. De poëzie van Miriam van Hee bewonder ik al jaren. Ze beschrijft kleine momenten, intieme details, alsof ze heel dicht bij zichzelf blijft. Verder vind ik de toon van haar gedichten prachtig. Hanny Michaelis is voor mij het voorbeeld van een dichteres van wie ik nog een hoop kan leren. Nergens een overtollig woord of een overbodig beeld. Heel mooi vind ik het gedicht 'Op weg naar een kamer vol vreemden'.

Hoe zou je je eigen poëzie kenschetsen?
Mijn eigen poëzie? Lastige vraag, hoor. Ik probeer in elk gedicht tot een soort observatie te komen, tot een inzicht of hoe je het ook noemen wilt; een regel, waarmee je de spijker op zijn kop slaat en het woord even boven zichzelf uit tilt. Ik ben niet erg geïnteresseerd in poëzie die met veel bijvoeglijke naamwoorden een beeld wil oproepen of een tot in de details uitgewerkt landschap wil weergeven. Dat kan mij niet boeien. Poëzie moet iets onvermijdelijks hebben, iets ontluisterends. Een gedicht moet toewerken naar een laatste zin die als het ware de deur in je gezicht dichtslaat en je beduusd achterlaat: zo, die zit.

Hoe belangrijk is schrijven voor je?
Schrijven is erg belangrijk voor me. Ik kan me een leven zonder niet goed voorstellen. Ik kan in het dagelijks leven erg besluiteloos zijn en twijfelen aan de meest triviale dingen: eet ik vandaag vlees of vis? Ga ik naar die verjaardag of niet? Zal ik die vriendin bellen of liever mailen? Niet erg praktisch dus.
Maar als ik gedichten schrijf, valt die twijfel op zijn plaats: elk woord telt en is belangrijk. De beste gedichten blijken achteraf vaak die gedichten waaraan ik veel getwijfeld heb en veel geschrapt en herschreven. Het gedicht 'Solitaire' bijvoorbeeld, daar heb ik eindeloos aan zitten schaven. Er waren momenten dat ik het weg wilde gooien.

Het gedicht 'Signalen' eindigt met de regels 'dus reik mij niet de handschoen waarin de hand ontbreekt'. Een soort credo?
Dat gedicht gaat over non-verbale communicatie en signalen die je elkaar onbewust geeft. Veel mensen zeggen dingen die ze niet menen, bang als ze zijn om iets echts te zeggen. Ik zie het vooral bij mensen die de dertig gepasseerd zijn. Ze zetten een masker op, reiken een handschoen in plaats van een hand. Je voelt niet of hun huid klam of droog is, of hun vingers trillen. Je mist het echte contact.

Uitgeverij Opwenteling profileert zich als de idealistische uitgever voor de debuterende dichter. Voel je je nog debutant?
Aan de ene kant wel. Dit is de eerste keer dat er tweeënvijftig gedichten van mij in een boekje gebundeld zijn. Dat voelt erg kwetsbaar. Aan de andere kant zijn er in 2002 door Opwenteling al zeven gedichten van mij geplaatst in de verzamelbundel In de verste verte..., samen met gedichten van vijf andere auteurs. Dus dat nieuwe gevoel van voor het eerst publiceren heb ik nu niet.

Heb je op dit moment literaire toekomstplannen?
Ik wilde altijd al een verhalenbundel schrijven of een roman, maar het is allemaal heel anders gelopen toen ik vijf gedichten toestuurde aan Opwenteling en ze me vroegen of ik ook een persoonlijke bundel wilde schrijven. Ik ben inmiddels begonnen met het schrijven van nieuwe gedichten en daarnaast zou ik graag als poëzieredacteur bij een tijdschrift willen werken. Voorlopig voelt poëzie als een veilig en geborgen huis.

Samenstelling: Yvonne Broekmans

naar de gedichten van Antoinette Sisto


[gepubliceerd: 8 februari 2007]
 
^    >