Meander * Eerder * Dichters * Bo Vanluchene
 
Interview met Bo Vanluchene
'Jongens nemen misschien liever een gitaar vast'
door Sylvie Marie

Bo Vanluchene is achttien en, net als de jonge dichters die we in Dichters al voorstelden, volop bezig met een poëziecarrière. Ze scoorde op enkele dichtwedstrijden, zoals Doe Maar Dicht Maar en Met Andere Zinnen, en er verschenen gedichten van haar in enkele tijdschriften. Bovendien lijkt de toekomst haar toe te lachen, maar daarover wil ze nog niet veel kwijt. Om in het oog te houden, dus.

De jonge talenten in deze rubriek zijn vaak meisjes. Zo passeerden Vicky Francken en Tamara Binken al de revue. Herken je jezelf in hen?
Vicky Francken heb ik een paar keer gezien en gesproken bij wedstrijden. Ik heb veel bewondering voor haar en ik zie wel enige gelijkenissen wat betreft thema's en vormgeving. Maar me gelijkstellen aan haar, dat vind ik moeilijk. Dat jonge, opkomende dichters vaak meisjes zijn, is inderdaad opvallend. Jongens nemen op die leeftijd misschien liever een gitaar vast. Toch hoop ik dat men verder kijkt dan leeftijd en geslacht: de thema's die jongeren aansnijden, zijn vaak universeel. Ook constateer ik dat volwassenen die met poëzie bezig zijn zich al te vaak vergalopperen aan hun fascinatie voor de vorm. Echte emotionele eerlijkheid en waarheid vind ik eerder in de poëzie van leeftijdsgenoten. Het uiteindelijke streven van de dichter is in dat opzicht een perfecte synthese van vorm en inhoud: gaat het dan over twintigers en jonge dertigers? Maar nu generaliseer ik te veel en het is perfect mogelijk dat ik over tien jaar hier heel anders over denk.

Wat jullie volgens mij gemeen hebben, is dat jullie het over de liefde hebben, met eenvoudige taal werken en lange zinnen vol enjambementen gebruiken. Doe je dat bewust?
Het gaat eerder vanzelf dan bewust. Enjambementen vind ik poëtisch interessant omdat ze een heel andere betekenis aan een zin kunnen geven. Wat de eenvoudige taal betreft, heb ik dezelfde visie die de onnavolgbare Herman de Coninck had: poëzie moet als het ware gedemocratiseerd worden. Ze moet toegankelijk en genietbaar zijn voor iedereen. Sommige dichters hoor ik honderduit vertellen over verregaande intertekstualiteit in hun poëzie, verwijzingen naar film en literatuur, en dan denk ik: tja, intelligent, maar toen ik het de eerste keer las, vond ik er niks aan. Wat heb je daar dan aan?
Liefde vind ik eigenlijk een enorm cliché om over te dichten. Ik probeer me daar nu meer en meer tegen af te zetten. Vaak zien mensen ook amoureuze verwikkelingen in mijn gedichten, terwijl ik het oorspronkelijk over iets anders had. Interpreteren staat natuurlijk vrij, een gedicht is primair van de lezer zodra het geschreven is.

Welke plaats neemt poëzie in je leven in?
Poëzie is voor mij een soort verwerkingsproces. Daarmee bedoel ik niet dat ik mijn hele liefdesleven van me af moet schrijven. Het kan ook gewoon gaan om banale gebeurtenissen, nieuwsfeiten of dromen die indruk op me hebben gemaakt. Ik vertrek graag vanuit de tragiek. Die kan zich evengoed in kleine dingen uiten en hoeft niet noodzakelijk te leiden tot zwartgalligheid, integendeel. Het gaat er net om dat zon dagdagelijks verdriet omgezet wordt in literaire schoonheid: als ik schrijf, dwing ik mezelf na te denken en de zaken anders te bekijken. Het is eerder een denkproces dan een hobby.

Wat vind jij dan slechte poëzie? Die zonder tragiek?
Poëzie vind ik slecht als ze me niet weet te raken. Dat kan door verschillende factoren veroorzaakt worden. Enerzijds kan ik me mateloos storen aan schrijffouten, sinterklaasrijm, lukraak gekozen enjambementen en clichés. Anderzijds moet het inhoudelijk ook goed zitten: ik hou niet van afgezaagde, ongeïnspireerde onderwerpen of thema's waarvoor ik geen affectie kan voelen. Ik wil niet pretenderen dat ik het beter kan. Eerlijk gezegd, als ik mijn eigen gedichten twaalf keer herlezen heb, vind ik ze plots ook slecht geworden.

Heb je als dichter nog ambities of zie je wel?
Competitie vind ik zeker niet het belangrijkste, me profileren in het wereldje evenmin. Mijn hoofdbezigheid is het schrijven zelf en dat is wel een soort oerdrang. Veel dichters ambiëren te publiceren. Ik zeg niet dat ik nooit een bundel wil uitgeven, integendeel, maar wat ik wil is goede poëzie maken en mezelf voortdurend verbeteren en heruitvinden. Ik doe wel vaak mee aan wedstrijden: misschien zit er toch ergens een ijdele schrijver in mij die in het midden van de belangstelling wil staan. Of misschien is het mijn manier om te toetsen of ik wel goed bezig ben.

Zijn er nog publicaties op til of deed je nog mee aan wedstrijden?
Ik heb me zeker niet teruggetrokken in een kluizenaarsbestaan. Er staan nog wat zaken te gebeuren, maar daar kan ik weinig over zeggen.

Echt niet? Toe, een hint!
Laten we het erbij houden dat ik goed bezig lijk te zijn.

Bo Vanluchene won, een paar dagen na het interview, de derde prijs bij de jongeren in de Literaire Prijs stad Harelbeke.

Samenstelling: Sylvie Marie

naar de gedichten van Bo Vanluchene


[gepubliceerd: 8 februari 2007]
 
^    >