Meander * Eerder * Dichters * Peter van Galen
 
Interview met Peter van Galen
Schrijven als roeping
door Peter Wullen

Heel af en toe duikt er zomaar vanuit het niets een talent op. Peter van Galen bijvoorbeeld. Nog nooit van gehoord? Dat kan. Je vindt zijn naam ook nergens door te googlen. Toch schrijft deze jongeman uit Veenendaal aantrekkelijke en toegankelijke gedichten met een zekere onbestemdheid die ze tot echte poëzie maakt. Met een zekere trots stellen we hem dan ook voor.


Foto: Marc van de Grift
Peter, je bent vooralsnog een relatief onbekende dichter. Vertel eens wat over jezelf.
Ik ben geboren in 1980 in Amersfoort en bracht mijn eerste levensjaren door in Scherpenzeel. Op vijfjarige leeftijd verhuisde ik naar het vlakbij gelegen Veenendaal, in het midden van Nederland. Kennismaken met literatuur was er in mijn jeugd niet bij, ook niet op school.

Hoe kwam je dan bij het dichten terecht?
Later las ik af en toe een boek, totdat ik op mijn achttiende dat is alweer even geleden - de negentiende-eeuwse Russische bibliotheek ontdekte: Dostojevski, Toergenjev, Tolstoj, Tsjechov, de roman Oblomov van Gontsjarov. Niet lang daarna kwam ik via Gerard Reve - nog steeds mijn literaire held - bij de vaderlandse literatuur. Ik las veel klassiekers uit de twintigste en late negentiende eeuw.
De eerste poëzie die ik las, was die van Piet Paaltjens (Snikken en grimlachjes) en Arthur Rimbaud. Op dit moment zijn de Vijftigers, Gerrit Achterberg, Martinus Nijhoff, Willem de Merode, J.A. der Mouw mijn Nederlandse favorieten. Eigenlijk van alles en nog wat.

Wat trekt je aan in de dichtkunst?
Ik ben altijd op zoek. Het ontdekken van een groot gedicht of dichter is iets waar ik erg van geniet. Hetzelfde heb ik met muziek. Als tiener ben ik begonnen met een uitgebreide muziekcollectie, met punkrock tot ongeveer 1985, vroege blues en country - Harry Smith's Anthology of American Folk Music om maar een voorbeeld te noemen - veel jaren vijftig, zestig en zeventig, undergroundbandjes als The Modern Lovers, The Thirteenth Floor Elevators en The Sonics. Een zeer brede smaak, maar ik erger me aan inhoudsloze, alledaagse flutmuziek; soms word ik er zelfs agressief van. Ook luister ik weinig naar muziek van deze tijd, wat ook geldt voor het lezen van literatuur. Toch zie ik mezelf niet als iemand van de oude stempel. De meeste dingen zijn nu eenmaal verleden tijd en kwaliteit veroudert niet.

Welke band hebben schrijven en muziek voor jou?
Ik geloof dat muziek mijn schrijven wel beïnvloedt. Klank en ritme vind ik belangrijk. Ik schrijf zelden een lang gedicht, zoals ik ook van korte, bondige liedjes houd. Ik heb voorheen veel muziek geschreven, vooral punk en blues, en wellicht heeft dat me geholpen bij het schrijven van poëzie.

Je hebt momenteel geen werk. Voordien werkte je in een drukkerij. Kon je je daar dan niet creatief uiten?
Na mijn grafische opleiding werkte ik inderdaad zeven jaar in een drukkerij, wat mijn creativiteit juist telkens weer de kop indrukte, ook toen ik parttime ging werken. Kort nadat ik daar was weggegaan, ben ik intensiever gaan schrijven dat was eind 2005 en gedichten op websites gaan plaatsen, met Writehi(s)story als hoogtepunt. Mijn werk staat inmiddels in drie bloemlezingen van die site en in een gebundeld estafettegedicht van het Poëziecentrum in Bredevoort. Werken doe ik wegens omstandigheden al een tijdje niet meer, maar als dichter heb ik een flinke groei mogen doormaken. Ik ben het gaan zien als een roeping. Sommige mensen willen de wereld verbeteren, ik de Nederlandse letteren van de vroege eenentwintigste eeuw. Ieder zijn meug.

Hoe ontstaan je gedichten?
Schrijven is vooral ook lezen. En lezen is leren. Peinzend achter mijn bureau kom ik tot weinig. Het moet plotseling in me ontwaken, om vrijlating roepen. Dan is het vaak alleen nog een kwestie van opschrijven. Mijn gedichten ontstaan over het algemeen dus vrij snel, alsof ze al bestonden, al rondwaarden in mijn hoofd. Ik ben blij om te horen dat mijn werk opvallend is en boven het gros uit steek, maar ik ben me er maar al te goed van bewust dat ik moet leren consistenter te zijn, om het niveau van sommige gedichten of zinnen vast te houden. Op een gedichtensite is zoiets niet van essentieel belang, maar mijn streven is het publiceren van bundels bij een gerenommeerde uitgever. Of ik daar al klaar voor ben, durf ik gerust te betwijfelen. Maar ik denk dat ik mijn goede werk van het mindere kan onderscheiden, wat belangrijk is als je wilt groeien. En sinds kort heb ik de Liefde aan mijn zijde, die me sterkt en een wat rooskleuriger levensvisie verschaft. Op een dag wil ik een Groot Dichter zijn, met een pennenstreek die nooit faalt, alleen het allerhoogste voortbrengt. Tot die tijd zal ik niet rusten.


naar de gedichten van Peter van Galen


[gepubliceerd: 22 februari 2007]
 
^    >