Meander * Eerder * Dichters * Koos Hagen
 
Interview met Koos Hagen
'Een veenbrand van hartstocht'
door Yvonne Broekmans

Koos Hagen (Zwijndrecht, 1939) schrijft proza en poëzie. Er verschenen van hem al gedichten in diverse tijdschriften, in de poëziekalender en Meander, en korte verhalen in onder andere de bundel Verboden Terrein. Hij was werkzaam als docent Frans en bedrijfsjournalist, schreef musicals voor het voortgezet onderwijs en columns in het dagblad Trouw. In 2005 verscheen de dichtbundel Glasscherven, rood bij uitgeverij De Beuk in Amsterdam en in 2006 de novelle Het bed van Balzac.

De gedichten die je instuurde zijn luchtig van toon, maar maken wel duidelijk wat je over een bepaald onderwerp kwijt wilt. Maak je die keuze iedere keer bewust of zit deze manier van schrijven gewoon in je vingers?
Het begint altijd met een emotie. Die roept de eerste woorden op, ook wanneer ik in opdracht schrijf. Je kunt elk onderwerp op oneindig veel manieren benaderen, maar ik bedrijf geen wetenschap, ik reageer en associeer. Al schrijvend probeer ik te achterhalen waarop en waarom ik moet reageren - waar komt die inval, die halve regel vandaan - en wat ik nu eigenlijk wil zeggen. Dan ben je al bezig met schrappen en aanvullen. Het is een proces met een heel rationele kant. Maar als het op de vorm aankomt, ga ik intuïtief te werk en voel ik me een muzikant die improviseert tot hij voelt: zo moet het.

Ook de gedichten in de bundel Glasscherven, rood zijn tegelijk afstandelijk en geëngageerd. Hoe geschikt is poëzie volgens jou om blijk te geven van je betrokkenheid bij diverse actuele onderwerpen?
Heel geschikt, maar er zijn voorwaarden. Een dichter is geen ideoloog en geen prediker; algemene waarheden en beweringen wekken weerzin. Hij zoekt naar een beeld, een treffend detail, dat hij vervolgens uitlicht en filmt van een zekere afstand. Als hij uit de buurt blijft, trekt de kijker of lezer zijn conclusies zelf wel. Een lichte toon, humor, ironie houden de dichter op gepaste afstand. De beschrijving van de schattige eenjarige Adolfje bij zijn familie in Braunau, in De eerste foto van Hitler van Wislawa Szymborska, geeft meer te denken dan obligate verzetspoëzie.

'Op gepaste afstand blijven' lijkt me een uitspraak die gemakkelijk te rijmen is met je beroep als bedrijfsjournalist, maar een docent Frans is dagelijks bezig met de muziek van een bloemrijke taal. Heeft je werk invloed gehad op de gedichten die je schrijft?
Lang voordat ik aan een baan dacht, was ik al bezeten van taal. Soms kwam dat in de buurt van dronkenschap, veelal veroorzaakt door liefde en literatuur. Dat heeft niet alleen mijn studiekeuze bepaald, maar ook mijn manier van werken en mijn bezigheden daarbuiten. Wat in mijn gedichten terugkomt, is de neerslag van ervaringen, ontmoetingen, confrontaties in het werk, op reis, in de daklozenopvang of waar ook ter wereld. Zakelijkheid bewaar ik tegenwoordig voor de belastingaangifte.

Vaak hebben je gedichten een vorm van zien of kijken als thema. Zit daar een vage oproep in: kijk zelf, oordeel zelf? Of is dat een te moralistische interpretatie?
Ik ben visueel niet sterk. Ik loop als een blinde met taal en muziek in mijn hoofd rond, totdat mijn aandacht wordt getrokken door iets absurds: een ontploffing, er wordt gevochten of gevreeën, een kunstenaar die voor mijn ogen aan het werk is. Omdat de sensatie zo onverwacht binnenvalt, roep ik als vanzelf: kijk nou! Het overvalt me, ik wil het delen, maar een bewuste oproep is het nog niet. Wanneer ik vervolgens publiceer of het gedicht voordraag, kan ik me niet meer verschuilen achter mijn spontaniteit. Ik ga over een drempel: luister naar mij! Dat is meer dan een vage oproep, ik neem behoorlijk risico. Des te beter wanneer de lezer of luisteraar meekijkt, niet naar mij kijkt.

Je schrijft behalve poëzie ook proza. Heb je een duidelijke voorkeur?
Ik heb nooit een gedicht geschreven van meer dan drie pagina's. Een gedicht dat tien keer zo lang is ik zou het wel eens willen proberen krijgt te maken met andere wetten, die ook voor de roman gelden. Er moet afwisseling zijn en toch moet er een eigen toon blijven klinken, de lange adem stelt stilistisch hogere eisen.
Een gedicht, compact en intens, geeft mij eerder het gevoel dat het (bijna) klaar is. De uitkomst van een verhaal is onzekerder, het geeft meer spanning. Een piek of een breder landschap, ze hebben beide hun bekoring. Ik heb geen absolute voorkeur.

Welke dichters lees je graag en welke aspecten in hun werk spreken je aan?
Wanneer ik een gedicht drie maal heb gelezen en ik begrijp er nog steeds niets van, dan haak ik af. Voor mij moet het min of meer transparant zijn, niet als stilstaand water maar als een stromende rivier. Soms zie je de bodem bij het licht dat van boven komt, dan weer valt je oog op de glinsteringen die voorbijschieten. Wel heb ik een zwak voor dichters als Lucebert, bij wie de muziek je meesleept. Het minst zeggen me de abstracten die ook nog eens dorre, onmuzikale vormen hanteren. Schrijf liever een essay, denk ik dan.
Bij de dode dichters zie ik Marsman in de voorste gelederen. Onder de levenden zijn Campert, Claus en vooral Leo Vroman voor mij nog steeds grootheden. Bij de jongeren ga ik mee van Mark Boog en Menno Wigman tot Ingmar Heytze. Ik heb minder op met de Angelsaksische dichters dan met Europeanen van het vasteland. Ik grijp af en toe nog naar Baudelaire of Verlaine en bewonder Milosz. En de Friese dichter Tsjêbbe Hettinga.

Het gedicht 'Diva in arena' begint met de regel 'Een veenbrand van hartstocht'. Zijn er karakteristieken van een veenbrand die ook toepasselijk genoemd kunnen worden op de dichter Koos Hagen?
Ooit heb ik een veenbrand veroorzaakt in Wales. We dachten dat het kampvuur wel zou doven. We werden echter de volgende ochtend vroeg wakker van een brandlucht. De grond was warm onder onze voeten en er steeg rook op in de tent. Gelukkig was de rivier dichtbij.
Zoiets overkomt je af en toe ook in figuurlijke zin. Alles lijkt onder controle, maar ineens is het brandalarm en schrik je je dood. Zoals wanneer je er bij een operavoorstelling in een antiek theater getuige van bent hoe Medea haar echtgenoot op de wreedst denkbare manier straft. Bluswater is niet bij de hand, de emotie zoekt een uitweg in muziek. Of in een gedicht.


naar de gedichten van Koos Hagen


[gepubliceerd: 10 maart 2007]
 
^    >