Meander * Eerder * Dichters * Eric van Loo
 
Interview met Eric van Loo
Het schrijven van een gedicht als zoektocht
door Antoinette Sisto

Eric van Loo (Rotterdam, 1957) is psycholoog en dichter. Hij heeft zijn eigen poëziewebsite www.eenlegetafel.nl waarop hij gedichten en gedachten over poëzie publiceert. Sinds vorig jaar treedt hij ook regelmatig op bij dichterspodia en slamwedstrijden. Naar aanleiding van de drie gedichten die hij inzond naar Meander, schoof ik bij hem aan tafel, voor een gesprek over poëtica, inspiratie en de invloed van oudere dichters.

In een aantal gedichten op je website Een lege tafel, zoals 'Een tafel in de tuin' en 'Een middag aan het strand', staat het dichten zelf centraal. Hoe belangrijk is dit thema voor jou?
Schrijven is een manier om bij de dingen stil te staan. Daarbij gaat het al snel niet alleen om de gebeurtenis, maar ook om wat het in mij losmaakt. Wat raakt mij, waarom wil ik hier over schrijven? Voor je het weet sluipen deze gedachten het gedicht binnen. Misschien is het ook wel de fase van het beginnende dichterschap. Ik was me er niet van bewust dat het zo sterk in mijn gedichten aanwezig was. Aan de andere kant merk ik vaak dat ik mij op dit punt in goed gezelschap bevind. Ik kan geen bundel openslaan (van bijvoorbeeld Kopland, Jansma, Heytze, Nijhoff of Gerhardt) of ik kom gedichten of zinnen tegen die over het schrijven zelf gaan. Misschien zoek ik dat wel op. Juist het beschouwelijke maakt poëzie voor mij interessant.

Zou je jouw eigen poëtica in één zin, of twee zinnen, kunnen samenvatten?
'In mijn gedichten streef ik een helder taalgebruik na. Mijn poëzie wil verstaanbaar zijn, maar niet per se eenvoudig. Onder de eerste lezing zijn vaak meerdere lagen aanwezig, net zoals een nauwkeurige waarneming meerdere lagen in een gebeurtenis bloot kan leggen. Goede poëzie beschrijft, belicht, becommentarieert en vangt de gelaagdheid van het bestaan.' Dat schreef ik een half jaar geleden op mijn auteurspagina van Meander, bondiger kan ik het niet zeggen.

Je bewondert het werk van oudere dichters zoals Adriaan Roland Holst, Gerrit Kouwenaar en Elisabeth Eybers. Vanwaar die voorkeur voor oudere dichters?
In het dagelijks leven ben ik psycholoog op de afdeling Geriatrie in een middelgroot ziekenhuis. Ik heb veel te maken met hoogbejaarde, vaak verwarde mensen. In brieven en rapporten schrijven we wat er met hen aan de hand is. Veel interessanter vind ik het, wanneer ouderen daar zelf wat over kunnen zeggen. In mijn afstudeerscriptie heb ik een hoofdstuk gewijd aan de laatste dagboeken van Frederik van Eeden, die daarin van binnenuit het proces van geestelijke aftakeling beschreef. Heel indringend. Ik zie mezelf nog zitten met de originele schriftjes in de Universiteitsbibliotheek. Naderhand bleek er veel belangstelling voor te bestaan en heb ik het hoofdstuk voor het tijdschrift Denkbeeld uitgewerkt tot een artikel.
Nu ik de laatste jaren meer met poëzie bezig ben, komt deze belangstelling opnieuw naar boven. Wat hebben dichters ons te zeggen over het gevecht tegen de tijd, tegen de aftakeling? Over het zoeken naar zin wanneer het moment komt om de balans op te maken? Ik hoop niet dat Kopland het mij kwalijk neemt dat hij op mijn site in hetzelfde rijtje genoemd wordt. Hij is zo oud nog niet, maar ik heb een gedicht van hem opgenomen, omdat de thema's eindigheid en sterfelijkheid in zijn recente werk steeds nadrukkelijker naar voren komen.

Hoe ontstaat bij jou het idee voor een gedicht?
Het schrijven van een gedicht begint vaak met een 'poëtisch moment'. Dat klinkt gevaarlijk tautologisch, maar het is nu eenmaal niet anders. Het kan beginnen met een voorval, met een observatie waarin een soort van inzicht naar voren komt.

En als je dat vervolgens zo mooi mogelijk opschrijft, heb je dan ook een goed gedicht?
Nee natuurlijk niet, al dacht ik daar een aantal jaren terug anders over. Het schrijven van een gedicht is eerder een zoektocht, een poging de verwondering zo nauwkeurig mogelijk vast te leggen. Als dit lukt, beginnen ook andere ervaringen mee te trillen, bij mij als dichter en als het goed is ook bij de lezer. Misschien verandert er zelfs iets aan het gedicht wanneer het door meer mensen gelezen wordt. Dan begint het gedicht echt tot leven te komen. Dit heb ik de laatste maanden ervaren bij het oefenen en voordragen van oude, in vergetelheid geraakte gedichten.

Je bent actief bij dichterspodia en slamfestivals. Hoe belangrijk vind je de presentatie voor een dichter? Stel dat een dichter goeie poëzie schrijft maar niet boeiend voordraagt, denk je dan: puntje eraf?
Poëzie komt voor mij het best tot haar recht in een bundel. Geen verzameld werk, maar een dun bundeltje dat je makkelijk meeneemt op een wandeling, waarin een aantal goede vrienden staan die je van tijd tot tijd eens opzoekt. Dichterspodia en slam zie ik vooral als mogelijkheden om bekendheid aan mijn werk te geven en ook om met dichters en luisteraars in contact te komen. Presentatie vind ik daarbij wel belangrijk. Het moet meer zijn dan wat gemompel tussen twee kaften. Ik experimenteer ook graag met wat lichter werk, zoals 'Over de top' (het derde gedicht in deze Meander-aflevering). Maar een echte slammer ben ik niet en zal ik waarschijnlijk nooit worden.

Poëzie wordt een steeds serieuzere aangelegenheid voor je. Heb je concrete toekomstplannen in de vorm van een persoonlijke bundel?
Ik zou het natuurlijk fantastisch vinden als een uitgever dit leest, en denkt: die moet ik hebben! Maar zo werkt het niet. Ik heb links en rechts wat lijntjes uitgegooid, en als mijn werk zich zo blijft ontwikkelen zoals het afgelopen jaar heb ik er wel vertrouwen in dat het er nog eens van komt.


naar de gedichten van Eric van Loo


[gepubliceerd: 24 maart 2007]
 
^    >