Meander * Eerder * Dichters * Bert Lema
 
Interview met Bert Lema
'De tijd dringt niet'
door Peter Wullen

Het verhaal dat de dichter Bert Lema me vertelt, hoorde ik al meermaals. Sinds zijn vijftiende of zestiende schrijft hij poëzie. Hij won aanvankelijk enkele prijzen en publiceerde begin jaren negentig zelfs eventjes in het roemruchte Dietsche Warande en Belfort. Tot dat tijdschrift een andere, meer postmodernistische koers begon te varen. Streektaal en light verse waren plots not done.

Lema is het daar slechts gedeeltelijk mee eens: 'De redactie was verdeeld over een gedicht van mij. Mijn gedichten werden om een of andere reden door het tijdschrift afgewezen. Ook de andere tijdschriften deden dat. Ik denk dat ik toen gewoon brol schreef.' Lema ging dus terug naar af. Hij moest wachten op een nieuwe wind en een nieuwe kans. Die komt er nu voor de ondertussen al 38-jarige dichter.

Lema had een voetnoot kunnen blijven in de literaire kronieken. Maar eind jaren negentig vond hij een nieuwe adem en begon hij opnieuw overal te publiceren. Eerst in kleine tijdschriften, zoals De Groote Beer, Schoon Schip, Ballustrada, Gierik en Dighter. Dan met de regelmaat van de klok in De Brakke Hond. Kort geleden bracht hij zelfs een bundel uit, Traag is uw verbazing, bij de kleine Antwerpse uitgeverij Ampersand en Tilde. 'Ik word erg gewaardeerd door het tijdschrift De Brakke Hond. Binnenkort publiceren ze opnieuw een aantal van mijn gedichten. Dat komt misschien deels door een reactie van Matthias Danneels van Het Nieuwsblad. Hij had een opvallend stuk geschreven over mijn poëzie. En dat in een krant die zelfs niet eens literatuur-minded is.'


Ik ontmoet Bert Lema in het overbekende Café Parti vlakbij het Sint-Pietersstation in Gent. In het café draagt elke tafel de naam van een wereldhoofdstad. In ons geval is dat Lima. We lachen even om dat stomme toeval. Genoeg om het ijs te breken. Bert Lema is een ietwat melancholische en verlegen kerel, licht kalend en met een brilletje waarachter pretoogjes schuilen. 'Dit is mijn eerste interview ooit. Ik kwam speciaal van mijn werk in Brussel naar Gent en ik reis morgenvroeg terug naar Vollezele in het Pajottenland. Ik blijf bij een vriend en ga vanavond even de bloemetjes buitenzetten in Gent.' Hoe hij in Vollezele terechtkwam? 'Ik ben afkomstig van Brugge en ging dan naar Gent om er te studeren. Ik studeerde Germaanse [1] en ik schreef een thesis over Gerrit Achterberg. Daarna woonde ik vijf jaar in Brussel. Vervolgens verhuisde ik naar het platteland in Vollezele, waar ik nog steeds woon met mijn vrouw en mijn twee kindjes. Ik hou me bezig met alfabetisering en met mensen die moeite hebben om zelfs de eenvoudigste zinnen te lezen.'

Lema schrijft opvallend compacte en krachtige poëzie die tegelijk heel eenvoudig en heel spiritueel is. Hij maakt veelvuldig gebruik van dialectwoorden en van de ge en uw vorm, wat voor- en tegenstanders kent. Vooral voor Nederlanders klinkt dat soms raar. 'Ik ben me daar volop bewust van. Maar ik probeer universele poëzie te schrijven zonder te vervallen in kneuterigheid. Ik gebruik niet echt West-Vlaams, maar ik leen wel woorden uit het dialect zoals marbel [2] of katievig. Sommige woorden komen gewoon bovendrijven uit mijn kindertijd.' Zelf ben ik eveneens afkomstig uit het diepe en verre West-Vlaanderen maar ik frons hier toch even de wenkbrauwen. Katievig? 'Dat betekent sjofel. Iemand is katievig als hij bijvoorbeeld rondloopt met een mantel die niet meer helemaal van deze tijd is.'

Het was een lange weg van Brugge eerst over Gent dan naar Brussel en dan naar Vollezele. 'Ik ben inderdaad lange tijd stilgevallen. Ik vond pas laat mijn definitieve stijl. Mijn thema's zijn vrij eenvoudig gebleven. Mijn gedichten zijn spiritueel maar tegelijk ook relativerend. Ik schreef mijn thesis over Achterberg maar toch heb ik gemengde gevoelens over hem. Ik vind hem te absoluut. Hij is te weinig levensgenieter en hij relativeert niet genoeg.' Welke dichters inspireren hem dan wel? Bert Lema aarzelt even en somt dan een lijstje op waartoe T.S. Eliot, Claus, Lucebert, Llorca en Neruda behoren. Maar dat zijn allemaal toch oude of dode dichters! Laaft hij zijn geest af en toe ook eens aan hedendaagse Nederlandstalige dichters? 'Ik lees heel weinig poëzie. Ik haal mijn invloeden uit mijn omgeving. Ik las onlangs wel een zeer schoon gedicht van een zekere Lies Van Gasse over een tafel, waarbij ze zichzelf beschrijft terwijl ze met haar beide armen op tafel leunt…'

De bundel Traag is uw verbazing kwam onlangs uit bij de kleine Antwerpse uitgeverij Ampersand en Tilde. Lema schreef een email naar uitgever François Vermeulen en kreeg prompt antwoord. De bundel bestaat uit twee delen. Het eerste deel bevat aparte gedichten die reeds elders verschenen. Het tweede deel bevat de cyclus Traag is uw verbazing. 'De bundel is de samenvatting van zes of zeven jaar schrijven. De cyclus vormt een eenheid. De titel slaat op een heel trage openbaring. Je doet je ogen heel traag open en merkt met stijgende verwondering hoe het land eruitziet.'

De carrière van Bert Lema als dichter verliep tot nu toe erg low profile. Voor een deel is dat zijn eigen wil. Hij zoekt niet echt aandacht voor zijn persoontje. 'Het zijn de gedichten die tellen. Ik zou inderdaad overal kunnen voorlezen in de cafés in Gent maar dat ligt niet in mijn karakter. Mijn enige ambitie is om een reguliere uitgeverij te vinden waar ik af en toe een dichtbundel kan uitgeven. Ik meen het heel serieus met mijn gedichten. Maar aan de andere kant probeer ik realistisch te blijven. Het is niet zo belangrijk. Ernst heeft iets hilarisch. Humor heeft iets serieus. Het heeft ook iets boeddhistisch. De glimlach van de kosmos als het ware. De tijd dringt niet. Na mijn bundel ga ik gewoon verder. Ik kreeg reeds een aanbieding om binnenkort in het Hollandse tijdschrift Bunker Hill van Alfred Schaffer te publiceren. Dat zint me wel!'

[1] Germaanse talen
[2] Knikker

Bert Lema – 'Traag is uw verbazing'
De Oostakkerse Cahiers
Uitgeverij Ampersand en Tilde, Antwerpen, 2007


naar de gedichten van Bert Lema


[gepubliceerd: 24 maart 2007]
 
^    >