Meander * Eerder * Dichters * Laura Tack
 
Interview met Laura Tack
'Een goede dichter kan de taal doen buigen'
door Sylvie Marie

Laura, je bent met je achttien jaar alweer een heel jonge dichteres in onze Dichtersafleveringen. Hoe komt het zo, dat je je op deze leeftijd al bezighoudt met poëzie?
Dat is geleidelijk gegroeid. Als kind al zocht ik verschillende manieren om indrukken op een creatieve manier te verwerken. Eerst gebeurde dat met verf en kleurpotloden. Dat beviel me wel. Ik heb dan ook vanaf het eerste leerjaar van de lagere school twaalf jaar lang les gevolgd aan de Academie voor Schone Kunsten in Kortrijk. Wat later begon ik muziekles te volgen en op het einde van de lagere school, toen ik de taal al wat beter onder de knie had, begon ik met korte gedichtjes. Meestal gebeurde dat als ik op reis was en ik geen tekendoos of muziekinstrument bij de hand had om de opgedane reisimpressies te verwerken. Dan uitte ik me maar met pen en papier.

Intussen sleepte je al enkele prijzen in de wacht. Hoe kwam je bij die wedstrijden?
Dat was in de middelbare school, toen ik echt interesse begon te krijgen voor poëzie. Mijn lerares Nederlands stimuleerde me in het tweede jaar om deel te nemen aan de wedstrijd van Jeugd en Poëzie. Toen ik in het derde middelbaar in de prijzen viel, was ik gemotiveerd om verder kennis te maken met poëzie; zowel met het lezen als met het schrijven ervan.
Nu ben ik nog steeds gebeten door de poëziemicrobe. Het blijft voor mij een uitstekende manier om de zaken eens op een rijtje te zetten.

Is dat voor jou de kracht van poëzie?
Voor mij is het inderdaad altijd een weerspiegeling van een ervaring. Taal op zich is te beperkt om die ervaring in al haar facetten weer te geven. Het woord liefde bijvoorbeeld, dekt nooit de hele lading. Een liefdeservaring is vaak veel meer dan wat onder woorden kan gebracht worden. Een goede dichter is in staat om de taal om te buigen, om met woorden eigen composities te maken die via associaties bij de lezers een ervaring oproepen. De lezer herkent zich in de ervaring. Het is alsof hij ze opnieuw beleeft. Het leuke aan een poëziebundel lezen is dat je doorheen een bundel 'ervaringen' bladert. Je kan er je eigen ervaringen voor een stuk in terugvinden.

Poëzie is dus een 'ervaringenvertaalkunst'?
Ik vind dat het twee andere kunstdisciplines samenbrengt: enerzijds de beeldende kunst, anderzijds muziek. Ofwel: aan de ene kant de beelden, aan de andere kant de klanken en het ritme die aan bod komen in poëzie. In goede, krachtige poëzie zijn voor mij beide elementen vertegenwoordigd. Het is enerzijds een reflectie op de werkelijkheid, op menselijke ervaringen, en anderzijds een uiting van kunst.

Men zegt wel eens dat poëzieschrijven een ambacht is, dat er kneepjes van het vak bestaan. Anderen menen dan weer dat er voor poëzie geen regels bestaan en dat het een oncontroleerbare hobby is. Hoe denk jij daarover?
Ik heb de indruk dat de tijd van strikte rijmschema's en sonnetten voorbij is. In dat opzicht is het schrijven van gedichten niet echt een ambacht meer. Toch denk ik dat men zich onbewust aan een bepaald stramien houdt. Door veel gedichten te lezen, bijvoorbeeld, neem je een manier van schrijven in een bepaald metrum, in een bepaalde vorm, over. Al geniet de dichter natuurlijk een grote dichterlijke vrijheid. Hoe verklaar je anders het bestaan van al die verschillende vormen poëzie?

Volg jij een bepaald stramien? Hoe ziet dat er volgens jou uit?
Ik hou me niet echt aan een bepaald stramien. Als ik een gedicht schrijf, vertrek ik vaak vanuit een bepaald beeld of een woord dat ik ergens las. Ook houd ik me niet aan een bepaalde vorm. Ik ben nog steeds op zoek en probeer verschillende dingen uit, al denk ik daar niet zozeer bij na. Het is eerder een automatisme.

Je gedichten die in Harelbeke in de prijzen vielen dit jaar, zijn een cyclus over het personage 'zij'. Wie is die zij precies?
Het personage 'zij' is eigenlijk ontstaan uit een verlangen om de versplinterde werkelijkheid, die we tijdens ons leven maar gedeeltelijk en vanuit ons eigen perspectief kunnen kennen, als een geheel te kunnen overzien. Als mens is dat onmogelijk, maar 'zij' is daar wel toe in staat. 'Zij' staat buiten de tijd, omvat de wereld veel meer dan wij mensen. Daarom gaf ik haar ook 'tijdloze' eigenschappen: ze is de weidse zee, ze wandelt als duinen… Kortom, ze is iemand die al eeuwen is en die blijft. Ze overstijgt onze menselijke gedachten, ze graaft ze onder langs de vloedlijn. Ze schrijft geschiedenis.

Is het iemand die jij zou willen zijn?
Bij nader inzien toch niet. 'Zij' lijkt me net iets te hemels. Het is beangstigend om als mens een soort tussenwezen tussen hemel en aarde te zijn. Daarom voegde ik later als tegengewicht een derde luik toe waarin ik het personage meer doe aansluiten bij het menselijke.
Toch verlang ik er wel naar om die werkelijkheid ooit volledig te vatten. Het blijft echter bij een verlangen.

Heb je favoriete thema's om over te schrijven?
Niet echt. Ik schrijf het liefst over dagdagelijkse ervaringen die ik dan een soort dieptedimensie geef. Ook heb ik soms de behoefte om kritisch te zijn over bepaalde maatschappelijke (wan)toestanden.

Schrijf je ook proza?
Momenteel niet. Ik heb er de tijd niet voor. Ik zou wel willen natuurlijk. Er zijn nog veel verhalen die ik ooit eens wil vertellen. Je moet, denk ik, over veel tijd beschikken om goede proza te kunnen schrijven. Voor het moment ontbreekt dit een beetje. Ik vrees dat het er niet beter op zal worden!



naar de gedichten van Laura Tack


[gepubliceerd: 21 april 2007]
 
^    >