Meander * Eerder * Dichters * Michel Krott
 
Apologie van een nietsnut
De sonnetten van Michel Krott
door Peter Wullen

Na Herbestemming, een bundel in eigen beheer, De relativiteit van Escher, een online bundel, en een bundeltje bij Het Zinkend Schip, is Apologie van een nietsnut de eerste echte dichtbundel van Michel Krott. 'Ik kwam terecht bij uitgeverij Schakel in Utrecht via Meander. Ik kreeg een uitnodiging om een manuscript in te sturen nadat Olivier Rieter, de oprichter van uitgeverij Schakel, mijn gedichten in Meander had gelezen. De bundel bevat een aantal oude gedichten, onder andere uit De relativiteit van Escher, en een verzameling nieuwe gedichten.'

Wat moeten we zoeken achter de titel van de bundel en het gedicht Apologie van een nietsnut?
De hoofdzaak wordt al uitgedrukt in de eerste regels van het gedicht: Vergeef me de ontaarde voeten/ 't gezwerf en 't aldoor vluchten moeten/ voor stenen tafels. Bindingsangst en schuldgevoel spelen een belangrijke rol. Ik gebruik de ik-vorm vaak om een gedicht een intiemer karakter te geven. Zo'n gedicht hoeft niet geheel autobiografisch te zijn. De bundel draagt deze titel omdat er het besef uit doorklinkt dat poëzie in wezen nutteloos is; je kunt er tegelijkertijd het verlangen naar een rechtvaardiging van het schrijven in lezen.

Een cyclus uit de bundel heet De Relativiteit van Escher. Wat is dat precies?
Relativiteit is een litho van M.C. Escher uit 1953, waarin drie zwaartekrachten loodrecht op elkaar werken. Vakwerk. Op de tekeningen van Escher raak ik niet uitgekeken.

Je schrijft vrij veel sonnetten. Waarom kies je voor het sonnet en wat trekt je aan in die dichtvorm?
Na het schrijven van een sonnet krijg ik soms het gevoel dat ik een werkelijk afgerond gedicht heb gemaakt. Als ik maar lang genoeg aan een sonnet sleutel en schaaf, dan lijken alle woorden op hun plaats te vallen. Het is alsof er niets anders meer kan staan. Woorden die qua inhoud overbodig lijken, kunnen bijvoorbeeld niet geschrapt worden omdat ze zo prettig rijmen. Natuurlijk besef ik ook dat een sonnet voor de lezer minder gevoelswaarde zal hebben dan voor de schrijver; rijmdwang is een lastig obstakel voor het schrijven van een leesbaar gedicht. Ik merk dat ik me spontaner kan uitdrukken als ik meer rijmklanken gebruik. Het gedicht Tafereel zonder eindrijm, maar wel geworteld in de traditionele structuur 2x4 en 2x3, vijf jamben per regel is een goed voorbeeld van zo'n 'vrij sonnet'. Toch kan een traditioneel sonnet heel mooi en leesbaar zijn: 'No second Troy' van Jean Pierre Rawie, 'Insomnia' en 'De Dapperstraat' van J.C. Bloem, 'Woningloze' van Slauerhoff.

Je richtte een website op voor Latijns-Amerikaanse poëzie. Vanwaar die interesse voor de poëzie uit dat continent?
Ik kreeg belangstelling voor de Spaanse taal toen ik in 1998 afstudeerde in San José, Costa Rica. Ik kon destijds nog niet veel Spaanstalige poëzie lezen, maar gaandeweg ging dat beter. Plotseling kreeg ik de smaak te pakken. In 2005 besloot ik een poging te wagen om twee gedichten van Rubén Darío te vertalen. Dat ging erg moeizaam, maar het was leuk om te doen. Wat mij aanspreekt in Latijns-Amerikaanse poëzie is het temperamentvolle karakter; wij zouden dat in Nederland of België misschien pathetisch noemen.

Wie is je favoriete Latijns-Amerikaanse dichter?
Dat vind ik moeilijk. Ik vind het al moeilijk om in het Nederlandse taalgebied een favoriete dichter aan te wijzen, hoewel J.C. Bloem ongetwijfeld hoog scoort. Als ik toch iemand moet aanwijzen: Rubén Darío (Nicaragua 1867-1916), die temperament combineerde met vakmanschap. Pablo Neruda lees ik ook graag. Ik ben trouwens allerminst een kenner. Ik vertaal af en toe een gedicht dat opvalt tijdens mijn reis door het poëtische landschap van Latijns-Amerika; eigenlijk gaat het vertalen hand in hand met het verkennen van dit uitgestrekte landschap.

Er staan vrij veel gedichten in de bundel die over schilderkunst gaan. Wat heb je met de schilderkunst?
Niets meer dan andere kunstliefhebbers, denk ik. Een mooi schilderij is een goede inspiratiebron, omdat het de fantasie prikkelt. Neem bijvoorbeeld Guernica van Pablo Picasso of Stadsgezicht van Carel Willink. Zo'n schilderij nodigt gewoon uit om er een gedicht over te schrijven.

Michel Krott Apologie van een Nietsnut
Uitgeverij Schakel, Utrecht 2007.



naar de gedichten van Michel Krott


[gepubliceerd: 5 mei 2007]
 
^    >