Meander * Eerder * Dichters * Liesbeth V. Hafenrichter
 
Interview met Liesbeth V. Hafenrichter
Hopeloze romantica die stiekem Libelle leest in bed
door Sylvie Marie

Liesbeth V. Hafenrichter is je dichtersnaam. Waarom niet gewoon Liesbeth Völkel?
Mijn dichtersnaam is - naar het sympathieke Spaanse voorbeeld - een combinatie van de naam van mijn vader en die van mijn moeder. Völkel betekent van hetzelfde kleine volkje en Hafenrichter is een mooi oud Boheems woord voor iemand die als beroep gebroken potten repareert. Dat vond ik mooi om in mijn dichtersnaam te verwerken. In het dagelijkse leven heet ik dus Völkel, waarvan nog de V. terugkomt in het pseudoniem V. Hafenrichter.


Foto: Rosan Vloedgraven
'Het dichterschap is geweldig, maar vreselijk inefficiënt,' schrijf je in de informatie die je ons toestuurde. Hoezo?
Die opmerking was uiteraard met een knipoog bedoeld. Het dichterschap is geweldig omdat het een manier is om jezelf en de ander te verheffen boven het biologische bestaan. Het een leven lang vastzitten aan ons eigen lichaam met de genetische informatie die ons bepaalt - in mijn ogen de grootste beperking van het menszijn - kan op vele manieren worden bestreden. Eén daarvan is de poëzie. De flamencogitarist Paco de Lucia gebruikt daarvoor het woord transpiratie, dat eigenlijk een veel beter woord is dan inspiratie.
Het dichterschap is inefficiënt in die zin dat het zo tijdrovend is. Een dichter moet almaar weer vastleggen hoe de dingen lijken te zijn en hoe ze in werkelijkheid zijn. Terwijl ik om me heen zie hoe mensen op een dag zo veel en zo snel mogelijk proberen te werken, haal ik steeds weer de vaart uit mijn leven door al dat overdreven observeren en betekenis geven aan dingen die een ander niet eens opmerkt. Maar goed, schrijven is een verslaving, net als roken of drinken. Het meest schrijnende van dit alles is wel dat zelfs het meest geslaagde gedicht, op een goddelijk moment geschreven, zich enkel in geld terugbetaalt als het héél veel en vaak gelezen wordt!

Je bent van Duitse afkomst. In die taal schreef je ook gedichten. Merk je een verschil in de poëzie tussen die twee talen?
Op een gegeven moment leef je zo lang in een land dat de taal van dat land lichamelijk wordt. Je moet dan een crisis door met je moedertaal - er komt een moment waarop je de moedertaal niet meer goed genoeg spreekt en de nieuwe taal nog niet goed genoeg schrijft. Dat is het punt waarop ik ontdekt heb dat poëzie eigenlijk vooral klank is en dat je naar die klank toe moet schrijven. Schrijven in het Nederlands heeft voor mij wat voordelen. Vooreerst grammaticaal omdat het ten opzichte van het Duits twee naamvallen mist. Daardoor komt het minder hoogdravend over. Ten tweede kan je in een vreemde taal beter aan jezelf ontsnappen, vind ik. Misschien heeft dat er ook toe geleid dat het Nederlands nu mijn favoriete schrijftaal is. Maar je brengt me op een idee: ik moet nodig weer Duitse gedichten schrijven!

Wie zijn jouw voorbeelden in de poëzie? Zijn er specifieke Duitstalige dichters die je ons aanraadt?
Rainer Maria Rilke natuurlijk, wer sonst? Alleen al de hoeveelheid gedichten die hij schreef. En dan nog eens de hoeveelheid goede gedichten. Ik denk dat gedichten schrijven een van zijn basisbehoeften was naast eten, drinken of slapen. Het is vooral zo heerlijk aan hem dat er nergens dat pathetische Duitse te bespeuren is. Rilke was een metafysicus die zijn tijd ver vooruit was. Hij slaagde erin te verwoorden wat eigenlijk met de psychologie van toen nog niet gezegd kon worden, en associeerde lekker ongerijmd voor zijn tijd (Rilke leefde van 1875 tot 1926, red.). Bij Rilke kun je ook mooi zien hoe klankgericht hij te werk ging, maar tegelijk was hij ook een ingenieus landschapsschilder. Ik denk dat alle dichters die ik bewonder op de een of andere manier dat muzikale, lichamelijke hebben, waarin de mens altijd in een landschap wordt geplaatst.

Wie zijn dan nog voorbeelden voor je?
Om maar enkele namen te noemen: de moderne Oostenrijkers uit de jaren zestig en zeventig, zoals Peter Handke, en verder ook Erich Fried, Christine Busta, Herbert Achternbusch en Rose Ausländer. Maar eigenlijk waren mijn voorbeelden voor poëzie niet eens zozeer dichters maar schrijvers van korte verhalen. Daarbij denk ik aan de Nieuwe Oostenrijkers, Handke, Rosei en Bernhard, die de beklemmingen van het menszijn beschrijven als geen ander. Maar mijn grote leermeester was ongetwijfeld de Italiaanse schrijver Gianni Celati, die in 1985 twee belangrijke literatuurprijzen in de wacht sleepte met zijn verhalenbundel Narratori delle Pianure. Hij reisde een jaar lang door de Po-vlakte, van de monding tot de bron van de rivier, en schreef gewoon op wat de mensen hem vertelden. Tijdens een nacht waarin ik verrot werd gestoken door de microscopisch kleine muggen op een landgoed in de buurt van Bologna, heb ik hem een bewonderende brief geschreven over dat boek, en dat heeft geleid tot een maandenlange correspondentie. Van hem heb ik geleerd dat je, als je iets wilt laten zien, je het niet meteen helemaal uit elkaar hoeft te slopen. Op de faculteit waar hij werkte, zwaaide Umberto Eco de scepter; Italo Calvino was een van zijn beste vrienden. Het was een boeiende correspondentie, maar ik verziekte het door hem per se te willen ontmoeten.

Je bent bezig met het samenstellen van je debuutbundel ik doe maar alsof. Een proefschrift liet je door Co Woudsma recenseren. Waarom hem?
Ik stuurde een selectie van mijn gedichten naar Script plus, een literair beoordelingsbureau. Het toeval wilde dat de taak werd uitbesteed aan Co Woudsma, gewoon een van de medewerkers verbonden aan het bureau. Ik had nog maar een enkel gedicht van hem gelezen, en wat bijbehorende kretologie, een bijzondere kennismaking dus voor mij.

En, wat vindt hij van je gedichten?
Eerst het leuke - daar ben ik Duits in gebleven, Nederlanders zeggen eerst wat ze niet leuk vinden. Hij vindt dat er in mijn gedichten 'vele originele, sterke gedachten en formuleringen' zitten, maar hier en daar vindt hij mijn gedichten ook wat naar het 'zoetige en vaagbevlogene' neigen, wat ten koste gaat van mijn persoonlijke schrijfstijl. Maar daar kan ik mee leven. Ik ben en blijf immers een hopeloze romantica die stiekem de Libelle leest in bed. Ik zou strenger voor mezelf moeten zijn, oordeelt hij, en ik denk dat ik hem daar een klein beetje gelijk in moet geven. Toch belandt het merendeel van mijn gedichten sowieso al in de prullenbak, nadat ik er woedend een klassiek propje van gemaakt heb. Maar blijkbaar is mijn eigen ontevredenheid nog niet goed genoeg. Ik ga het verschil in ieder geval nader onderzoeken.

Je bent fulltime vertaler, soms vertaal je ook proza en poëzie. Brengt dat je tot inspiratie om zelf dingen te schrijven?
Fulltime vertaler ben ik beslist niet, ik kan niet de hele dag achter de computer zitten. De afgelopen jaren ben ik veel bezig geweest met mijn muziekensemble. Maar de muziekmarkt is momenteel minder gunstig omdat vele subsidies geschrapt werden. De vele kleine concertjes die we hadden zijn weggevallen, en nu richt ik me weer meer op het vertalen.
Inspiratie, tja, alles wat je leest, inspireert, toch? Ik heb bijvoorbeeld boeken over kunst vertaald, die geweldig tot mijn verbeelding spraken. Het meest boeiend daarvan was voor mij de persoonlijkheid van Michelangelo, de beeldhouwer.
Als ik proza vertaal officieel waag ik me nog niet aan poëzie tracht ik me zodanig in de schrijver te verplaatsen dat ik puur een medium ben. Ik denk nooit: 'dat zou ik ook kunnen schrijven'. Toon Tellegens prachtige laconieke stijl bijvoorbeeld - ik heb geprobeerd die te laten doorklinken in het Duits, maar mijn proefvertaling kwam er niet door. Het is wel zo dat ik, als ik een boek lees, spontaan denk: 'dat zou ik willen vertalen'. In die zin inspireert het me en vaak begin ik er dezelfde dag nog aan. Je bent autodidact, je moet zelf steeds weer ontdekken wat nog veel beter kan. Nee, het vertalen inspireert me niet direct om zelf te schrijven, maar zo diep in een boek duiken, brengt wel een soort flow teweeg en die dient als voedingsbodem voor allerlei goede dingen.



naar de gedichten van Liesbeth V. Hafenrichter


[gepubliceerd: 19 mei 2007]
 
^    >