Meander * Eerder * Dichters * Dirk Vekemans
 
Dirk Vekemans over internet en nog een paar dingen
Een identiteitskaart met 'dichter'
door Bouke Vlierhuis

Dirk Vekemans (1962) steekt veel energie in zijn website. Die staat bol van bizarre bewegende beelden en interactieve snufjes. Tijd om eens te praten met de mens achter het digitale alter ego.

Wie is Dirk Vekemans eigenlijk? Schrijver-programmeur, programmeur-dichter, vader, moeder?
Ooit heb ik hier in Leuven op mijn identiteitskaart 'dichter' als beroep laten invullen. Op dat ogenblik had ik niet één gedicht geschreven, laat staan gepubliceerd. Ik had enige tijd daarvoor zelfs de gehele literatuur, die mij van kindsbeen af erg dierbaar was geweest, met poëzie en al over de reling van een spreekwoordelijke brug gekieperd. Voornamelijk om er zelf niet hoeven af te springen. Maar hoe werkt een naam? Dirk is schrijver. Dirk is programmeur. Dirk is vader. Dirk is Moeder. Of is dat maar fictie? Waar zijn de Tekens? Welke code wordt hier gehanteerd? Verdomme, ik moet dat hier kunnen duiden! De tijden zijn al verwarrend genoeg!
Een stemmetje sluipt in het betoog. Het zoemt parmantig, het weet wel beter. Wat zoemt het? Het zoemt: 'Neen. De tijden zijn zelden zo duidelijk geweest. Wij mensen, wij stemmetjes, wij zijn verward.'
In ieder geval is het niet zo dat er een 1 op 1 verhouding bestaat tussen het beeld van een persoon dat uit die teksten naar voren komt en het persoontje dat hier toevallig zit te typen. Als er in enige tekst een ik-figuur aan het woord is, ben ik dat niet. Dat is een beweging in een tekst die van hier vertrokken is.

dv.system.exit();

Waarom lezen we zo weinig van je in de literaire tijdschriften?
Drie redenen - afgezien van de vraag of die tijdschriften wel op mijn teksten zitten te wachten: ik kan nooit kiezen wat ik zou opsturen, ik ben te lui om wat ik nog niet gekozen heb op te sturen en ik heb een verschrikkelijke angst om afgewezen te worden [voeg hier naar keuze een sappig-traumatische maar meedogenloos vertederende anekdote toe]. Als ik mij al als internet-auteur met een verruimende visie op het creatieve proces zou willen profileren, wat zou ik dan in zoiets uitermate beperkends als het doordeweekse literaire tijdschrift gaan staan? Maar dat is geen reden en het is ook niet waar, want de meeste literaire tijdschriften doen ook aan verruiming in die zin en hebben, zij het schoorvoetend, wel degelijk meer en meer aandacht voor www en waanverwanten. Ik zou nu toch 's wat moeten opsturen. Kijk, ze hebben daar al e-mail ook, zo moeilijk is dat allemaal nietů

Wat is ViLTNET en wat gaat het worden?
ViLTNET is een escape-hatch voor als ik plots besluit een vereniging te worden. Af en toe zegt mij dat wel wat, het verenigingsleven. Wat het gaat worden, is al sinds 1999 'vooralsnog onduidelijk'.

En de Neue Kathedrale des erotischen Elends?
Oei, heb je een leven de tijd? Twee? De Nieuwe Kathedraal van de erotische Ellende is een recursief proces dat op zoek gaat naar, bouwt aan een antwoord op de vraag wat een Kathedraal zou kunnen worden op voorwaarde dat het een Kathedraal is met iets anders daarbij. Nee, kort houden die vraag, te lastig in dit bestek. De Oude Kathedraal van de erotische Ellende was (is) die van Kurt Schwitters, de nieuwe is die van dv, een internationaal derivaat van het dichtertje Dirk Vekemans uit Kessel-lo. Kathedrale des erotischen Elends, de benaming van Schwitters, is voor mij de meest geniale beschrijving van 'la condition humaine' ooit.

Waar eindigt programmeren en waar begint schrijven?
Dat zijn twee modaliteiten van een gelijkaardig proces. Code is code, code 'doet' altijd wat. Om het ene proces van het andere te onderscheiden moet je met andere stukjes code een vinger maken en met die vinger heel hard ergens in het midden duwen zodat bijvoorbeeld het programmeren splut naar rechts wegschiet en je er zo met enige distinctie kan over schrijven.

Zijn ze eigenlijk niet elkaars tegenovergestelden?
Als je hard genoeg 'splut' zegt met dat vingertje, dus.

Wat kun je vertellen over de gedichten die je instuurde?
De 101 eigentijdse aanroepingen van de Muze zijn wat ik noem 'eroretorieën' een soort mengvorm tussen erotiek en retoriek, het is taal die vertrekt vanuit het libido, vervolgens daar gaat waar zij niet lopen kan (boldly go where no manů) en zich in de staart resoluut wederom naar des lezers onderbuik richt. Als ze ooit afraakt, zal deze verzameling wellicht de natte droom zijn van eenieder die denkt dat poëzie iets dient te bereiken en/of dat de hedendaagse dichter met twee voeten ennogwat in de realiteit dient te staan.

Welke drie dingen zouden uit deze wereld weg kunnen?
Verkramping, onze menselijke aandrang om zichzelf op te vreten, een beweging die zich uit in haar drie puntjes moedwil, onverdraagzaamheid en hebzucht.

En welke drie dingen moeten er zeker bij?
Generositeit, openheid, en betrokkenheid bij wat anderen overkomt.

Welke dichters of schrijvers inspireren jou?
Dat zijn meestal geen dichters of schrijvers maar filosofen, technici, objecten, beelden etc. Er is wel sprake van blijvende invloed door enkele grote namen - niet noodzakelijk schrijvers - zoals Deleuze, T.S. Eliot, Pynchon, Baudelaire, Horatius, Heraclitus of Dürer, Holbein, Duchamp, Leibniz. Korter bij deze monding Lucebert, Ouwens, Faverey en de onvolprezen Jacques Hamelink. Echte (leef)tijd(s)genoten of 'jongeren' aanroep ik liever niet, dat wordt misschien wat gênant, maar ik heb bewondering voor velen, helaas tijd voor zogoedalsgeen.

Vekemans, de hardcore internetpoëet, komt met een bundel. Hoe zit dat?
Nou dat hardcore internetpoëet zou ik maar laten vallen. Ik was en ben nog steeds van mening dat voor mij het internet een interessant en aangewezen werkterrein is, maar dat normatief in tegenstelling te gaan stellen met de literaire traditie lijkt mij bijzonder dwaas. Voor de literatuur in het bijzonder blijft internet met dezelfde beperking zitten: je kan er niks comfortabel lézen tenzij je het afdrukt, de schermen zijn al wel een ietsje beter, maar dan nog. Ik zie internet dan ook als een half-publieke werkplaats, ik gebruik het ten volle als dusdanig, maar ik kan mij voorstellen dat dat voor anderen niet zo opportuun lijkt. Net als het voor mij niet opportuun leek om energie te spenderen aan een publicatie op papier, ik was gewoon met andere dingen bezig. Plus: Spelen dat het donker wordt heeft zijn negen jaar in de portefeuille - de periode die Horatius voorschrijft voor je een werk uitgeeft - wel gehad. Die gedichtjes zullen het papier onderhand wel waardig zijn, hoop/vermoed ik. Wél vind ik dat te weinig auteurs het medium gebruiken, daar waar het voor hun werk wellicht een stimulans zou kunnen zijn, een verademing misschien zelfs, en voornamelijk ook bevorderlijk voor de verkoop van hun boekjes.

De meest bizarre gedachte die in de voorgaande tien minuten bij je is opgekomen?
Wat ben ik nu weer vergeten? Al de bizarre dingen verdringen elkaar, ik kan dus hoegenaamd niks onthouden, vandaar dat ik schrijf, eigenlijk. Wat schreef ik ook alweer? Ach zut.

En de saaiste?
Tijd meer tijd, geef mij meer tijd. Dat denk ik heel de tijd.



naar de gedichten van Dirk Vekemans


[gepubliceerd: 19 mei 2007]
 
^    >