Meander * Eerder * Dichters * Joren Sanders
 
Interview met Joren Sanders
'Het bloed kruipt waar het niet gaan kan'
door Nienke van Zwam

Het bewijs dat jongeren zich niet alleen bezighouden met gedichten van maximaal 160 tekens, de maximale grootte van een sms, is Joren Sanders. Deze jonge dichter is achttien, maar al acht jaar bezig met poëzie. Momenteel is hij zijn studie Latijn-Moderne Talen in Aalter aan het afronden, waarna hij zal beginnen met de studie Nederlands en Engels. Joren is er zeker van dat poëzie in deze studies een plaats zal vinden, zo zegt hij: 'Het bloed kruipt waar het niet gaan kan.'

Sanders is al vroeg in contact gekomen met poëzie. Hij volgde acht jaar lang 'voordracht' tijdens zijn opleiding. Aan gedichten schrijven dacht hij echter niet. 'Het besef dat 'gewone' mensen ook poëzie schreven en dat ik dat dus ook kon, kwam pas ongeveer twee jaar geleden. Dat was op Gedichtendag, toen mijn leraar een aantal van zijn gedichten voorlas. Daarvan was ik zwaar onder de indruk. Toen een goede vriendin me ertoe zette om het ook eens te proberen, ben ik me er echt in gaan verdiepen en begonnen met schrijven.' Dat doet hij zo nu en dan. 'Ik schrijf eigenlijk sporadisch en ik schrijf wat mijn inspiratie mij ingeeft,' vertelt de Vlaming. Hij maakt krabbels op de randen van zijn schoolmappen. Hij gaat er niet voor zitten. 'Nee, ik zou geen gedichten kunnen schrijven door me voor een leeg blad te zetten en te denken: nu ga ik eens een gedicht schrijven.'

Zijn inspiratie haalt hij uit van alles. Sanders zegt zeer gevoelig te zijn voor wat hij leest of hoort. 'Dat kan iets uit een liedje zijn, een gedicht, een boek, een film, noem maar op. Ik kan er dagenlang mee in mijn hoofd rondlopen, erover nadenken en het uiteindelijk in een tekst verwerken.' Zijn gedichten krijgen ook nog eens een speciale betekenis als hij ze op een 'vreemde plek' heeft geschreven. 'Ze vormen als het ware herinneringen aan die plaats. Op die manier zijn het net kaartjes, of foto's die andere mensen nemen van en tijdens hun vakanties.' Een voorbeeld daarvan is zijn gedicht 'In mij is ontloken', waarvoor hij inspiratie vond in een citaat van de Spaanse dichter Federico García Lorca: 'Quién dirá que el agua lleva un fuego fatuo de gritos?', wat vrij vertaald betekent: 'Wie zal het zeggen dat het water een ijdel vuur van schreeuwen meevoert?'. 'In mij ontloken' schreef hij aan een meer in Amerika. 'Ik had een bundel van Lorca mee en schreef er een reeks gedichten bij, waarvan ik dat het beste vond. Als ik dat gedicht herlees, denk ik meteen aan dat moment.'

Een andere inspiratiebron vond hij in een gedicht, getiteld 'Ad Maiorem Patri Gloriam', van Hugo Piron, zijn grootvader. 'Toen ik begon met gedichten schrijven, gaf mijn grootmoeder me een boekje dat van mijn grootvader afkomstig was. Hij had daarin zijn lievelingsgedichten opgeschreven', verduidelijkt Sanders. 'Op de laatste pagina trof ik een dubbelgevouwen pappier aan, waarop een gedicht getypt was - een gedicht van een diepgelovig man die zijn God vroeg of hij nog bestond, of hij er nog was. Het geloof van die man was duidelijk gebroken. Ik was er zwaar door aangeslagen. Daarom besloot ik om er een antwoord op te schrijven.'
In de drie gedichten die hij naar Meander stuurde, lijkt het thema 'dood' terug te komen, iets wat we misschien niet zo meteen verwachten van een jonge dichter. 'Eigenlijk ben ik in het dagelijkse leven heel weinig met de dood bezig, maar blijkbaar dringt het onbewust toch vaak door tot mijn poëzie. Vaak besef ik na het schrijven dat het gedicht weer over dit onderwerp gaat.'
Wat zijn zijn toekomstplannen? 'Specifieke plannen heb ik niet. Ik neem het zoals het komt. Ik blijf schrijven. Zolang anderen er ook iets aan hebben, ben ik al tevreden. Ik heb nog nergens gepubliceerd of opgetreden met mijn gedichten, maar zou dat wel graag doen. Misschien is dat iets voor de nabije toekomst?'


naar de gedichten van Joren Sanders


[gepubliceerd: 2 juni 2007]
 
^    >