Meander * Eerder * Dichters * Wilma van den Akker
 
Wilma van den Akker, Lucebert, en verder
door Yvonne Broekmans

Wilma van den Akker maakt zo'n anderhalf jaar deel uit van de redactie van Meander. Zij schrijft zelf al langer gedichten en verhalen. Voor Meander coördineert ze de rubriek Dichters en levert ze andere bijdragen, waaronder recensies. Door dit werk leest ze veel poëzie, van beginnende en bekende dichters. Dit alles doet ze in haar vrije tijd, want in het dagelijks leven is ze maatschappelijk werker in een opvanginstelling. Hierbij staat ze midden in de maatschappij en het hele scala aan problemen dat zich erin voordoet. Maar ook ontmoet ze hier veel overlevingskracht. Volgens haar gaan ellende en schoonheid hand in hand. Dit vindt ze terug in de poëzie van Lucebert.


Foto: Rob de Vos
In het Stedelijk Museum in Schiedam was tot 4 juni de eerste grote tentoonstelling te zien van dichter, schilder en fotograaf Lucebert (Amsterdam 1924 – Alkmaar 1994) met een uitgebreid overzicht van alle aspecten van zijn kunstenaarschap. Een van de leden van mijn poëziewerkgroep kwam laaiend enthousiast terug van die tentoonstelling. Blijkbaar was zij niet de enige bezoeker die opnieuw geraakt werd door de intensiteit die het werk van deze veelzijdige kunstenaar nog steeds bezit. Op verschillende plaatsen in het land duikt zijn naam op. Een waar scala aan activiteiten, variërend van een cursus gedichten van Lucebert lezen bij Stichting Labyrint in Bilthoven tot een literaire middag rond Lucebert in Bibliotheek Stadserf in Schiedam met Huub Oosterhuis - op het laatste moment vervangen door Mischa de Vreede, die met Lucebert heeft gecorrespondeerd en hem een aantal keren heeft ontmoet - Alessandro Aiello en Wilma van den Akker als gasten. Ook Wilma werd gegrepen door de meesterdichter en meldde zich aan voor een workshop.

Was dat toeval of een rechtstreeks gevolg van de opvlammende aandacht voor Lucebert?
Ik laat me al langer inspireren door de gedichten van Lucebert en die workshop was mij dus op het lijf geschreven. Aanleiding was Luceberts gedicht 'Poëziezo easy job' een lang, jazzy gedicht, waar in eerste instantie nauwelijks een touw aan vast is te knopen. Hoe vaker je het leest - en dat is de kracht van Luceberts poëzie - hoe meer je erin ontdekt. Ik vind deze dichter zo speels, zo vrij... een bewonderenswaardig voorbeeld! Wat mij ook in zijn werk zo aanspreekt is de combinatie van het 'schone en het voze'. Zeker geen zoete poëzie. Als ik zijn gedichten lees en vooral hardop lees, gaan de woorden en zinnen vanzelf in mijn hoofd dansen en wil ik zelf ook dichten. Ik heb al een hele reeks gedichten geschreven die ik bewaar in een mapje, getiteld Lucebert en verder. Nu ik zijn verzamelde werken voor de eerste keer helemaal doorgelezen heb, vraag ik me af of ik ooit nog een dichter zal vinden die me net zo inspireert. Nu ben ik bijvoorbeeld begonnen in het werk van Herman de Coninck, zeker niet de minste, maar ik mis toch enkele dimensies die bij Lucebert wel aanwezig zijn. Misschien moet ik mijn mapje omdopen in Lucebert, en verder?
Na het lezen van het gedicht kregen we de opdracht om te proberen 'vanuit het onderbewuste te dichten'. De eerste versie had al wat aardige regels, maar thuis ben ik er mee verder gegaan. Meestal schrijf ik maar een paar versies van een gedicht, maar deze keer waren het er meer dan tien. Ik zat de volgende dag op mijn bed met al die blaadjes om me heen en het woordenboek erbij.
De definitieve versie van het workshopgedicht is:

Open deurdicht

Een laatkomer loopt hard op nieuwe schoenen
waar gaat het heen, zus, naar het hart?
Vergeet niet door de zalen heen te lopen en dan

komt de opdracht in een ingestorte kuil te stappen
zand intimideert zonder onderlaag
achter zwetend draad schrik ik me
er doorheen tot de korrels intiem
in mijn oren zoemen: bij jezelf, zus

Hoezo easy
please – don't please
stating the obvious
hartekloppen kloppen
het zand uit je ziel
galmen door de aula

Zijn, zus, zijn
bij jezelf, zus
waar hakken op houten trappen galmen
don't please please
zwijg - de blaren in je schoenen
spreken voor zich

Inspiratie dus, dat betekent Lucebert voor jou. Blijft dat niet hangen in 'schrijven in de stijl van' of strekt die inspiratiebron zich verder uit, tot bijvoorbeeld zijn tekeningen, schilderijen, foto's en zijn manier van werken?
Vooral zijn poëzie maakt iets bij me los. Meestal zit er in mijn hoofd al een gedachte, of een worsteling. Na het lezen van een paar van zijn gedichten zie ik weer allerlei manieren om dat uit te werken. Uit de secundaire literatuur over Lucebert heb ik geleerd dat hij vaak het woordenboek gebruikte om nieuwe woorden, associaties en betekenissen aan zijn gedichten toe te voegen. Ik heb gemerkt dat dat werkt, dus doe het nu zelf ook regelmatig. In 'een geleende bladzijde' bijvoorbeeld, heb ik uitbundig gespeeld met het woord 'wijzer' en Van Dale heeft me daarbij een handje geholpen:

Een geleende bladzijde

Niet alles weggeven
sneller dan wijzer denk ik
tiktiktik trager dan slim

3413 wat een idee
zonder wegen te schrijven

de tijd bestrijden met
een vingerlengte een neusje
dat maar een kant op staat

ze krijgt het voor elkaar
tevreden te zijn met alle
narigheden niet ontkennen
wel omhelzen

waar blijft wat er niet is
het krimpt het deinst

Met zo'n gedicht kun je aardig wat kanten op. Lucebert had in zijn glorietijd een gewichtige sleep poëziekenners in zijn kielzog hangen die het over het algemeen veel beter wisten dan hijzelf. Hoe denk jij over interpretatie en analyse van gedichten?
Tja, dat is volgens mij een van de opwindende kanten van poëzie: zoveel lezers, zoveel interpretaties, en die van de dichter zelf kan ook in de tijd nog veranderen. Het is me af en toe gebeurd dat iemand iets uit een gedicht van mij haalde wat ik zelf nog niet had gezien. Dat vind ik een cadeautje.
Een tijd geleden las ik een werkstuk waarin van een aantal van Luceberts vroege gedichten woorden worden geteld en een analyse gemaakt. Ik leerde de dichter daardoor niet alleen weer wat beter kennen; het riep ook een oude weerstand op die me deed denken aan de poëzieanalyse op de middelbare school. Gelukkig kon ik daar dan weer een gedicht over schrijven.

Maak me stuk

tel mijn woorden, lichaamsdelen
trek ze uit elkaar, gebruik mijn benen
als boekensteunen, spreid mijn ribben
zoek uit wat daar achter zit

geef me aandacht, bestudeer me
diepgaand tot ik uitgil

laat maar zitten
laat me
met rust, ik doe
het zelf wel

kijk naar buiten
naar binnen bij anderen
tot een grens
niet stuk

Je wilt dus aandacht als dichter. Waar zoek je die vooral?
Maak me stuk heeft vooral de poëzie als onderwerp, of als lijdend voorwerp van analyse, maar ja, ik wil zelf ook graag aandacht, als mens en als dichter. Volgens mij is dat een vrij universele behoefte trouwens. Maar ik houd niet zo van schreeuwerig aandacht trekken. Ik hoop dat mensen mijn gedichten aandachtig lezen of beluisteren als ik ze voorlees of –draag.
Uiteraard wil ik graag uitgegeven worden. Naast publicaties in tijdschriften en verzamelbundels ben ik veel op internet te vinden en volgend voorjaar komt er een bescheiden debuut uit, een bundeltje in de Windroosreeks. Al is het bescheiden, voor mij is het toch wel een mijlpaal waar ik trots op ben. Van de gedichten die er waarschijnlijk in komen, vind ik zelf De Straat een van de sterkste.

Klik
hier voor een grotere afbeelding.
Naast het bekende 'Poëziezo easy job' (zie afb.) heeft Lucebert nogal wat roemruchte uitspraken over dichten en dichters op zijn naam staan, zoals ik tracht op poëtische wijze… of in de school der poëzie: ik ben geen lieflijke dichter… Is er een waar je je helemaal in kunt vinden, of wil je toch liever zelf uitvinden hoe dichten voor jou werkt?
Zijn krachtige uitspraken zijn een mer à boire. Op mijn koelkast hangt een kort gedicht van hem:

dichten

als ik geen dichter was zou ik
uit honderden woordwonden bloeden
niets zou mij helpen geen gevleugeld
geen hemels woord zou het bloeden stelpen


(uit: Verzamelde gedichten pag. 809)

Dat zegt wel heel veel over zijn drijfveer om te dichten. Voor mij geldt min of meer het omgekeerde:

ik bloed niet uit, maar in
oorwonden
vroeger trechter
filter ik nu meer

luchtdoorlatende pleister
zo jammer van de stilte
overal


naar de gedichten van Wilma van den Akker


[gepubliceerd: 16 juni 2007]
 
^    >