Meander * Eerder * Dichters * Trijntje Gosker
 

Interview met Trijntje Gosker
Een spiegel waarin men vrij mag rondkijken
door Yvonne Broekmans

Trijntje Gosker woont in Zwolle. Ze verzorgt als docent aan de Hogeschool Utrecht nascholing voor leerkrachten in het basis- en speciaal onderwijs. Daarnaast is ze contactpersoon van het Zwols dichterscollectief en actief in het Filosofische Café Zwolle. Meer informatie over haar en haar werk is te vinden op haar eigen site.

Meteen bij het eerste van de drie gedichten die je ons stuurde, dient zich de vraag aan hoe volgens jou de verhouding ligt tussen actualiteit en poëzie. Is er bijvoorbeeld in politiek, in oorlog, een bepaalde rol weggelegd voor poëzie?
Met poëzie kun je een situatie belichten vanuit een ander perspectief. De dubbelzinnigheid van woorden en het aanreiken van onverwachte associaties kan de lezer op andere gedachten brengen en de geest openen voor nieuwe inzichten. De lezer kan niet meteen zeggen dat hij wel weet wat er staat, want dat staat er niet. Met poëzie kun je, net als met humor, feiten en gevoelens aantippen zonder ze direct te benoemen. De dichter treedt als het ware buiten de norm en beschrijft de situatie vanuit een extra, niet te definiëren dimensie. Een dimensie waarbij het niet gaat over het gelijk aan jouw of gene zijde, maar over inzicht, wijsheid en dat soort zaken. De dichter en de cabaretier doen in feite hetzelfde. Ze treden uit de vastgeroeste situatie en proberen zonder te oordelen een spiegel te zijn waarin men vrij mag rondkijken.

Dat eerste gedicht 'Vandaar' won dit jaar de tweede prijs in de Concept Poëzieprijs. In Gent zijn servetten te vinden met daarop jouw gedichten en je bent net terug van een paar dagen Watou. Zwolle en België liggen niet direct naast elkaar. Heb je speciale banden met onze zuiderburen?
Ja, ik ben er graag en trek me regelmatig een week in Vlaanderen terug om daar te schrijven en collega's te ontmoeten. Het geven en ontvangen van feedback is verrijkend, want pittiger en meer opbouwend dan bij ons.
Concept is een Nederlands-Vlaamse literaire kring die zijn jaarbijeenkomst in Vlaanderen houdt omdat het daar wat makkelijker te organiseren is. Het is er wat losser allemaal en men heeft geen pretenties. Dat spreekt mij aan.
Watou is een evenement waar je na het eerste bezoek jaarlijks naar terugverlangt. Ook hier geen pretenties, maar openheid en een positieve waardering voor de kunstenaars. De relatie tussen kunst en politiek is in Watou overigens een vast gegeven. Gwy Mandelinck heeft er een neus voor om kunstenaars en schrijvers uit te nodigen die hun maatschappelijke betrokkenheid tonen.
Gent heeft een Poëziecentrum waar Nederland jaloers op kan zijn. Sfeervol en compleet, met veel ruimte voor de kinderpoëzie.

In Zwolle werd je niet zo lang geleden genomineerd voor het stadsdichterschap. Hoe sta je tegenover die functie?
Dit jaar behoorde ik tot de drie dichters waarmee de eindgesprekken werden gevoerd. De keus is uiteindelijk gevallen op iemand die veel ervaring heeft met de media. Ik draag het stadsdichterschap een warm hart toe en wens alle stadsdichters toe gekoesterd te worden door de bevolking en de media. Stadsdichters hoeven wat mij betreft niet alles zelf te doen, maar mogen gebruik maken van alle poëtische talenten die een stad rijk is. De stadsdichter bepaalt dan welk gedicht als spiegel mag fungeren, wat bij je eerste vraag al ter sprake kwam.

Het tweede gedicht 'Zeven uur zesenvijftig' geeft een treffende metafoor van een moment in iemands leven. In hoeverre ga je bij het dichten uit van je eigen leven?
De metafoor mag voor iedereen eigen herinneringen oproepen. Poëzie schrijven is mijn manier om levenservaring te delen. Ik doe meestal geen speciale moeite om meerdere lagen in mijn gedichten te verwerken, want dat gaat eigenlijk vanzelf. Veel gedichten ontstaan bij het eerste ontwaken. Later lees ik dan terug wat er werkelijk staat en laat me verrassen door wat blijkbaar onbewust al in mijzelf aanwezig was. Daarna begint het schrappen en schaven. Soms ontdek ik pas veel later zelf een diepere laag. Dat is wel eens schrikken.

Nu we toch het rijtje afgaan: in het derde gedicht hebben we met een duidelijk statement te maken. Je hebt blijkbaar een uitgesproken mening over de journalistiek, met name de recensenten.
Ja, het stoort me als een recensent iemands werk de grond inboort. Het kan namelijk ook anders. Zoals Kees Fens het doet bijvoorbeeld. Zijn methodiek lijkt op die van de paardenfluisteraar en de pedagoog. Zij waarderen door middel van het geven van complimenten en het negeren van dat wat geen positieve waardering verdient. Een goede recensent is in mijn ogen iemand die slecht werk onbeschreven laat en over goed, mooi en inspirerend werk zo nieuwsgierig makend schrijft dat iedereen er kennis van wil nemen. Dat betekent dus dat een recensent een opdracht zou moeten weigeren als hij vindt dat het product waarover zijn mening wordt gevraagd geen complimenten verdient. Een recensie mag best kritisch zijn. Het gaat me vooral om de manier waarop de dingen gezegd worden.

Op je eigen site zijn veel gedichten te vinden. Is publicatie via internet een bewuste keuze, of hou je een heleboel achter de hand om nog eens een bundel uit te geven?
Er zijn schrijvers en uitgevers. Ik wil graag schrijven en hoop ooit eens omarmd te worden door een uitgever die van mijn schrijfsels een mooie bundel maakt. Tot zo lang publiceer ik via mijn website. Dat is een prettige en voor mij haalbare manier om te publiceren. Mijn dochter zei ooit: "Mam, mijn dromen komen altijd uit, want als ze niet uitkomen, dan blijf ik ze dromen." Vooralsnog droom ik van een aardige uitgever die in mijn gedichten wil investeren.

En tenslotte. Hoe zit dat met de rand en de hoed? Of beter, met deze vrouw en de hoed?
Wat er precies onder al mijn hoeden schuil gaat, zal de lezer nooit helemaal te weten komen. Ik houd ervan om steeds andere hoeden en petten op te zetten, om mijn lezers en mijzelf te blijven verrassen. Een mens is nooit te oud om te leven!


naar de gedichten van Trijntje Gosker


[gepubliceerd: 6 oktober 2007]
 
^    >