Meander * Eerder * Dichters * Delphine Lecompte
 

Interview met Delphine Lecompte
'Ik zou ook schrijven als ik uit een harmonieus gezin was gekomen'
door Guido Hogenbirk

Wie op internet een zoektocht start naar Delphine Lecompte (Gent, 1978) zal geen Nederlandstalig werk van deze opmerkelijke schrijfster tegenkomen. Tot nu toe werden enkel Engelstalige verhalen en gedichten van haar gepubliceerd, met als hoogtepunt de goed ontvangen roman Kittens in the Boiler (Thieves Jargon Press, 2005). Een primeur dus in Meander.

Haar biografie schetst een meelijwekkend personage: geboren in de buitenwijken van Londen in 1981, een Franse vader, en een moeder die aan de heroïne verslaafd is. Een van de recensenten van Kittens in the Boiler vermeldt de sferische voorbereidingen die de lezer zou moeten treffen voordat hij aan het werk van Lecompte begint. 'In bed (het liefst met een pyjama aan die een maand of twee ongewassen is), ongeschoren, ongedoucht, je adem en lichaam stinkend, zo smerig dat het de telefoon ervan zou weerhouden te rinkelen. Beter nog, op het dieptepunt van een kater, een overdosis, een zelfmoordpoging – werkloos en arbeidsongeschikt. En ten slotte, de lucht grijs en de wind snijdend in je rug.' Hij slaat de spijker op zijn kop; verwacht van Lecompte geen zalvende woorden, geen steuntje in de rug. Ze sleept je mee door haar diepste treurnis, haar rotste vuiligheid en haar grootste frustraties. Of, zoals Peter Markus, auteur van The Singing Fish, het zegt: 'Lecompte is a female Charles Bukowski, a hornier Henry Miller… one of the most dangerous writers I know.' Meander sprak met deze eigenzinnige femme fatale.

Je gedichten lijken momentopnamen uit het leven van een gefrustreerde. Ben je gefrustreerd?
Gefrustreerd klinkt als ontevreden, en dat is nooit aantrekkelijk. Ik voel me soms een zwaarmoedige zonderling in een luide, hysterische wereld. Ik kan nauwelijks meekomen, ik werk te traag, ik heb de smalltalk nooit onder de knie gekregen en mensen vinden me raar. Nu heb ik wel een zeer genereuze vriend, hij leest geen poëzie en heeft nog nooit van Joy Division gehoord. Hij houdt van kruisbogen en Vlaamse wandtapijten, maar toch zie ik hem zeer graag, bij hem kan ik geestig en stoutmoedig zijn.

Je schreef en publiceerde veel in het Engels. Vanwaar de overstap naar Nederlands?
Ik schreef in het Engels omdat ik mijn Nederlandstalige schrijfsels altijd censureerde. Nu dus niet meer. Ik hou van mijn moedertaal, ik wil ook dat mijn vriend mijn gedichten kan lezen, hij kent geen Engels en hij is oud.

Ouder dan jij, of ouderwets?
Beide, hij is 45 en erg ouderwets, maar hij heeft de energie van een negentienjarige, terwijl ik amper het tempo van iemand van tachtig haal. Hij is de liefde van mijn leven.

In het gedicht 'Nu en Later' schrijf je: 'maar mijn vader was nooit incestueus / spijtig voor mijn gedichten'. In hoeverre is een eventueel gebrek aan dit soort traumatische ervaringen een belemmering bij het schrijven van poëzie?
Dat was natuurlijk grappig bedoeld! Het is zo'n cliché dat een slechte jeugd bevorderlijk zou zijn voor het schrijverschap. Ironisch genoeg heb ik een heel turbulente jeugd beleefd, maar incest is mij bespaard gebleven. Ik wilde met dit gedicht ook mijn vader in ere herstellen. In mijn roman Kittens in the Boiler spreek ik van 'an incestuous swine'. Hij is een norse man en we communiceren niet gemakkelijk, maar incestueus was hij niet.
Ik weet zeker dat ik ook zou schrijven als ik uit een harmonieus gezin was gekomen, maar ik ben de psychiatrische instellingen, waar ik maanden heb gevegeteerd, toch erg dankbaar voor de inspiratie.

Wat is voor jou het doel van het schrijven, waarom schrijf je wat je
schrijft en voor wie?

Ik schrijf voor zielsverwanten, voor mensen die poëzie belangrijker vinden dan kranten, voor mensen die heel vroeg opstaan zodat ze tijd genoeg hebben om na hun ontbijt nog tien gedichten van hun lievelingsdichter te lezen. Het doel van schrijven is het schrijven zelf, maar dat is natuurlijk onzin. Soms droom ik van erkenning. Ik heb altijd geschreven. Toen ik nog maar vijf woorden had, was ik al aan het experimenteren met de volgorde van die woorden. Niet schrijven druist in tegen mijn natuur. Dat klinkt misschien hoogdravend, maar zo is het.

De biografische informatie over jou op internet is fictief. Wil je graag iemand anders zijn?
Ik zou best wel mooier en praatzieker willen zijn, maar ik zit nu eenmaal in dit akelig omhulsel. Ik heb vele angsten en dat is erg lastig, maar ik heb ook veel euforische momenten. Ik voel me niet alleen maar ellendig, soms ben ik gelukkig.

Met welke Delphine praat ik nu?
De echte! De Delphine Lecompte van mijn Engelstalige schrijfsels is grotendeels verzonnen, omdat ik dacht dat ze me anders niet zouden publiceren. En omdat het de vrouw is die ik had willen zijn: luid, stout, compromisloos, onverschrokken, onafhankelijk en twistziek. In werkelijkheid ben ik bedeesd, gekweld, lusteloos en laf. Maar ik wil mij niet langer interessanter voordoen dan ik ben. Dit hier is Delphine. Wat een teleurstelling, wat een ontnuchtering, maar ik ben blij dat het eindelijk genoeg is.


naar de gedichten van Delphine Lecompte


[gepubliceerd: 6 oktober 2007]
 
^    >