Meander * Eerder * Dichters * Marnix Speybroeck
 

Marnix Speybroeck over God, wielrennen en dichten
'Gelukkig kwam die bundel er niet'

Marnix Speybroeck was zijn hele werkend leven leraar. Daarnaast was hij maatschappelijk en politiek actief, onder andere in de ecologische beweging Anders Gaan Leven (Agalev) en bij de Vlaamse groenen. Hij is oud-redacteur van Meander en leverde een aantal keer het 'gedicht van de maand'. Hij woont in een landelijk dorpje vlakbij Gent, waar hij enkele schapen verzorgt, een paar geitjes, vier poezen, een ondefinieerbaar aantal kippen en een gans die hem niet mag. Voor eerder werk van Speybroeck in Meander, zie zijn auteurspagina.

U was maatschappelijk bijzonder actief, eerst bij VELT, Agalev en Groen!, nu bij Oxfam, maar uw gedichten gaan meestal over heel persoonlijke dingen. Is het een bewuste keuze om geen geëngageerde poëzie te schrijven?
Ja. Ondanks mijn maatschappelijk engagement loop ik niet graag achter vlaggen, vooral als ik niet zelf die vlaggen vasthouden mag. Ik vind dan ook dat ik de medemens niet moet proberen te overtuigen van eigen inzicht of mening. Anderzijds lijken belangrijke maatschappelijke gebeurtenissen aan mij voorbij te gaan zonder dat ik het goed besef. Zo'n beetje als in Muséé de Beaux Arts van W.H. Auden: About suffering they were never wrong / The Old Masters; how well, they understood / Its human position; how it takes place / While someone else is eating or opening a window or just walking dully along.

U studeerde Germaanse talen. Welke Germaanse taal is u het dierbaarst?
Indertijd had je als student de keuze uit Nederlands-Engels of Nederlands-Duits. Ik koos voor Nederlands-Engels en studeerde af met een proefschrift over Robert Graves - vooral bekend als dichter en criticus - als historisch romanschrijver. Ik ben een echte anglofiel. Toch erger ik me mateloos aan de onnodige verengelsing van het straatbeeld en het Nederlandse taalgebruik.

Was u als jongetje al met poëzie bezig?
Mijn eerste gedicht verscheen in de schoolkrant toen ik twaalf was. Terwijl andere jongetjes van mijn leeftijd met Meccano speelden, knutselde ik met woordjes.

Hoe verloopt uw schrijfproces? Bent u een dichter van de 'briljante inval' of van de '99 procent transpiratie'? En waar komen de ideeën voor uw gedichten vandaan?
De meeste van mijn gedichten beginnen bij de klank van een paar woorden, een halve zin waarbij spontaan voor mijn innerlijke oog een beeld verschijnt waarmee ik verder kan. Ik heb een map, 'het Voorgeborchte', met op dit ogenblik een tiental 'aanzetten tot'. Meer dan de helft van die aanzetten wordt nooit een gedicht. Als ik te lang aan een tekst moet prutsen en peuteren blijft een bevredigend eindresultaat meestal uit.
Het ligt voor de hand dat ik voor mijn poëzie put uit het rijke landleven in mijn omgeving: geboorte en dood van dieren, de cyclus van de seizoenen. Wellicht ook vandaar mijn belangstelling voor de poëzie van Robert Frost en H.H. ter Balkt. Verder zijn er de actualiteit, de faits divers en de eigen existentiële angst die voor materiaal zorgen.

De ondertitel van het gedicht 'God voor dummies' is 'hoofdstuk XIV - Fietsen met God'. Betekent dit dat er nog meer hoofdstukken zijn?
Naarmate de tekst groeide, en gedreven door het succes van mijn optredens tijdens de Gentse Feesten in 2007, ontdekte ik de mogelijkheden voor een nieuwe performance. De werktitel 'God voor Gevorderden' werd 'God voor Dummies' en toen ik begin oktober de tekst een eerste keer live bracht had ik een exemplaar van 'Italiaans voor Dummies' omgebouwd tot 'God voor Dummies. Het publiek geloofde echt dat er een nieuw boek uit was in de Dummies-reeks . Precies omdat ik het boek als een rekwisiet gebruikte, liet ik uitschijnen dat mijn tekst het veertiende hoofdstuk was. Na afloop vroegen enkele luisteraars meteen naar de overige hoofdstukken… Die nog moeten geschreven worden. Of dit ooit lukt, weet ik niet. Wellicht heb ik in dit ene hoofdstuk te veel bruikbaar materiaal gestopt.

Waar komt het verband tussen fietsen en religie vandaan?
In Vlaanderen heeft wielrennen nog steeds iets heroïsch en mythisch. Tijdens de zomervakanties organiseerden we als zestien-, zeventienjarigen een Tour de France; elke dag werd 30 tot 40 km geracet op een circuit (in een woonwijk in opbouw). De bloemenmeisjes wachtten de overwinnaar op met bloemen uit de eigen tuin. Je status werd voor een deel bepaald door je koersprestatie, maar even goed door de spectaculaire valpartijen die je zonder al te veel kleerscheuren probeerde te overleven.

Is religie een thema waar u veel mee bezig bent? U heeft het over 'een foto van de aartsengel Gabriël' en, eerder in Meander in het gedicht 'Christmas blues', lezen we 'neem en eet dit is mijn lichaam'.
Als dichter put je nu eenmaal uit de grote verhalen die je kent, in mijn geval de verhalen van onze joods-Griekse cultuur. Hoe beter de lezer met deze verhalen vertrouwd is, hoe boeiender de lectuur wordt. Bovendien is leven onlosmakelijk verbonden met magie, spiritualiteit, religie en rituelen. Als ik na een operatie in een ziekenhuisbed mijn pijn verbijt, voel ik me gemakkelijk een gekruisigde Christus. De eigen machteloosheid wordt enkel maar versterkt door de verwardheid van een 84-jarige patiënt die op zijn ziekbed wordt vastgebonden (en trouwens de week nadien sterft). 'Neem en eet dit is mijn lichaam' refereert vooral aan het gevoel van onontkoombaarheid, van eigen eindigheid, van overgave (knip maar in mijn weke vlees). In 'Lam in december' verwijst het 'zie hier het lam' naar dezelfde soort onvoorwaardelijke overgave (de dood) die zelfs optimistisch klinkt, want niets gaat verloren, alles keert weer.

Tenslotte een vraag die aan Meanderdichters vaak gesteld wordt: kunnen we binnenkort een dichtbundel van u verwachten?
In 1971 werden gedichten van mij opgenomen in het tijdschrift Yang. Toen waren er vage plannen voor een bundel die er gelukkig niet kwam; grasduinend in mijn vroegste werk merk ik dat slechts een paar gedichten overeind gebleven zijn. Ik ben altijd vrij kritisch geweest over mijn eigen werk en vond zelden iets goed genoeg voor publicatie. Pas eind jaren negentig begon ik weer links en rechts in tijdschriften te publiceren. De publicatie van een bundel is voor mij niet langer een must. Ik ben blij als een tekst gedicht van de maand wordt in Meander, of door Rein Edzard ingesproken wordt op de Gedichtenlijn, als ik een poëziewedstrijd win in Boxmeer of als 'aanstormend talent' (sic) in Nijmegen mijn poëzie mag voorlezen aan de zijde van Anna Enquist, maar ik geloof niet, Boudewijn de Groot indachtig, dat een uitgever zit te wachten op een 'wonderkind' van zestig.


naar de gedichten van Marnix Speybroeck


[gepubliceerd: 1 december 2007]
 
^    >