Meander * Eerder * Dichters * Adri Slomp
 

Adri Slomp, stadsdeeldichter van Amsterdam-Noord
Ik zie de vrijheid pas als ik weer ingekaderd ben
door Yvonne Broekmans

Je begon al jong met schrijven. Heeft iets of iemand je daarbij speciaal beïnvloed?
Ik ben als kind opgegroeid met verhalen. Ik las veel en graag en bedacht ook zelf verhalen die ik in schoolschriften schreef. Tijdens de literatuurlessen van mijn opleidingen (eerst pedagogische academie, daarna Nederlands) werd ik gegrepen door de kracht van poëzie.
Dat een bevlogen en kritische leraar daarbij van groot belang kan zijn, heb ik toen ervaren. De mijne heette Jan ter Horst en ik ben hem nog steeds dankbaar. Zijn lessen hebben iets in me wakker gemaakt dat er in wezen altijd al was: het vermogen om dat wat je waarneemt, zowel in als buiten jezelf, te verbinden aan taal.
Dat waarnemen gebeurt op verschillende manieren, maar mijn eerste impuls tot een gedicht is vaak een visuele. Ik zie een ding, een regel, een gebeurtenis, en dan gaat er iets met me aan de haal, ondanks mijzelf, lijkt het wel.
Soms is een gedicht in een paar minuten af. Dan weet ik: zo en niet anders. Een andere keer volgt er een periode van moeizaam schaven en schuren, alsof het beeld dat je maakt maar niet wil gaan lijken.

Het gedicht Kalender eindigt met de regels en zie de vrijheid pas / als ik weer ingekaderd ben. Is vrijheid door beperking een waarheid die ook van toepassing is in de manier waarop je met poëzie omgaat?
Vragen over mijn dichterschap, groot woord trouwens, zijn niet zo eenvoudig te beantwoorden. Ik heb geen pasklare theorie, geen vooropgesteld plan of filosofie van waaruit ik werk. Ik zie vaak pas achteraf een lijn ontstaan.
In dit verband spreekt de vergelijking met schilderen mij aan. Aan beide kunstvormen ligt een intense manier van kijken ten grondslag. Net als een schilder heb je als dichter een oneindig palet aan kleuren tot je beschikking. Het papier is leeg en alles kan nog, elke vorm wil zich lenen, niets en niemand beperkt je mogelijkheden. Dat geeft een gevoel van vrijheid en tegelijkertijd kan de angst toeslaan. Dat jij dat lege niets moet vullen, en dat dat goed moet. De eeuwige twijfel of je dat kunt. Daarna begint het inkaderen, het kiezen, het schrappen. Ik noem het inderdaad de vrijheid van de beperking.
Uiteindelijk als het werk gedaan is, staat er iets dat er altijd al was, maar dat door jou alleen zijn vorm nog moest vinden. Als dat gelukt is, ben ik een tevreden mens.

De thema's van je gedichten lijken vooral uit je directe omgeving te komen: mensen om je heen, dingen in huis, gebouwen. Ligt volgens jou de poëzie op straat?
Omdat waarnemingen nooit los staan van wie je zelf bent, nemen zij vanzelf de kleur aan van de fasen in je leven en van je omgeving. Vaak zie ik zelf pas later wat het verband is tussen gedichten die ik in een bepaalde periode schreef. Dan kun je achteraf thema's zien als afscheid, dood, vervreemding. Die kunnen gestalte krijgen in de dingen om mij heen, een beeld, een geluid, een voorval. Er ontstaat onverwacht verbinding. Soms ben ik dan zelf verbaasd. Het maakt je bewust van wat er in je aan de gang is. In die zin ligt poëzie inderdaad op straat en leent vrijwel elke situatie zich voor poëzie. Dan blijkt opnieuw dat je met woorden kunt doen wat een schilder met verf doet: kleur en vorm geven aan dat wat je heeft aangeraakt.

Zijn er in dit verband schrijvers die je bijzonder aanspreken?
Als lezer van poëzie ben ik eigenlijk een alleslezer. Ik ben nieuwsgierig naar nieuwe vormen en probeer te volgen wat er op poëziegebied gebeurt. Toch merk ik dat ik erg op 'melodie' gesteld ben. Ik word graag meegenomen door een mooi metrum. Ik houd van de dichters Bloem en Achterberg. Rutger Kopland blijft mij boeien met zijn ogenschijnlijk eenvoudige poëzie, zo onverbloemd en zuiver van taal.
Ida Gerhardt, Vasalis, Anna Enquist, en Esther Jansma zijn dichteressen die ik lees en herlees.

Is poëzie de enige kunstvorm waarmee je je bezighoudt?
Ik schrijf behalve gedichten ook liedteksten voor kindermusicals en maak liedjes voor school. Met mijn leerlingen besteed ik, denk ik, meer aandacht aan poëzie dan op een gemiddelde school. Ik geef poëzieworkshops, lees regelmatig gedichten voor en speel met de kinderen veel met taal. Ook teken en schilder ik portretten, hoewel ik daar de laatste tijd niet veel aan toe kom. Ik merk dat ik mij niet goed op twee fronten tegelijk kan bewegen.

In januari van dit jaar ben je gekozen tot stadsdeeldichter van Amsterdam-Noord. Betekent dat gewoon een aantal gelegenheidsgedichten op bestelling, of is het wel degelijk ook voor je eigen dichterschap een verrijking?
Mijn verkiezing in januari was een verrassing. Ik was er niet op voorbereid en ook het stadsdeel wist niet goed wat het met een huisdichter aan moest. Het stadsdeel bestond 25 jaar en een onderdeel van de festiviteiten was de verkiezing van een dichter. Wat die doen moest? Een gedicht per seizoen, werd mij gevraagd. Dat lukte. Daarnaast heb ik bij een aantal gelegenheden een gedicht ten gehore gebracht, maar het is niet zo dat ik als gelegenheidsdichter bij elk lint een gedicht doorknip. Sinterklaas en Miss Noord moeten het zonder mij stellen. Op elke situatie en gelegenheid valt heus wel iets te rijmen, maar dichten is toch iets anders. Daar ligt meteen mijn dilemma. Ik moet wel het gevoel hebben dat ik er iets mee te maken heb. Soms is dat lastig, vaak is het leuk. Wat ik als voordeel ervaar, is de uitdaging om beter te kijken naar mijn omgeving en iets te maken wat je anders nooit zou doen. Dat het leuk of goed gevonden wordt, is natuurlijk mooi meegenomen.

Is er op literair gebied nog een bepaald doel dat je wilt bereiken?
Mijn ambitie is om meer poëzie in de openbare ruimte aan te brengen. Ideeën genoeg, maar die stuiten dan weer op praktische bezwaren, zoals vergunningen en andere ambtelijke barrières. En er is nooit geld…
Men heeft mij gevraagd nog een paar jaar aan te blijven als stadsdeeldichter en daar denk ik nu over na. Misschien is het een mooie weg naar toch eens een bundeltje eigen werk. Daar ben ik tot nu toe heel terughoudend in geweest. Maar zo langzamerhand gun ik het mijn gedichten wel: een beetje daglicht.


naar de gedichten van Adri Slomp


[gepubliceerd: 15 december 2007]
 
^    >