Meander * Eerder * Dichters * Lies Van Gasse
 
Lies Van Gasse





Ze is een kalligraaf in de aarde. Trekt zich
met haar natte, donkere handschrift mee
tot diep onder het zand. Hij

is een tekenaar van wolken. De man
die elke avond met zijn handen
de rand van de lucht afgaat.

Ze hebben elkaar gevonden. Het
gebeurde toevallig.

Hij zat op een bankje, zij
keek hem aan.






Het gebeurt dat hij door het donker waadt
en zonder woorden leeft. Hij
verliest zich dan aan weemoed om

wat binnenin beweegt.

Er zijn dagen dat hij in zichzelf
verdrinkt, naar adem hapt
en rondtolt, onhandig

ploetert. Alleen dan
lijkt hij op mij en ik op hem.

Ik zie hem stil zijn. Merk
dat hij zijn schouders spant,
zijn armen strekt

en zijn tranen naar binnen buigt.






Het was een ochtend, warm en vroeg,
toen opeens de droefheid insloeg.

Duinen. Halmen gingen in twee
richtingen staan en
de zee week van
het zand, de korrels
welden op, de aarde
trok langzaam naar beneden.

Er was niets meer.

Het was donker, maar slechts
bij ons binnenin. De zon
lichtte op het strand de putten bij.

We gingen zitten, ruggelings.
"Dit is het." zei hij.






Ik liep mezelf te zoeken tussen lissen
aan de waterkant. Tussen
gezoem van waterjuffers
en onder libellen schuilgaand riet.

Niets dan scheuten weemoed. Nooit
geweten dat dat schiet.

Kon ik kiezen, ik had
gegaan daar waar de pijn het stilste
schreeuwt, daar waar
gejammer geruisloos ontkomt.

Kon ik kiezen, ik had mij schrijvend
op het water gelegd. Glimlachend.
"Ik heb gevonden."






Ik kan wonen als geen ander, als
de muren maar verkleuren en gaan
groeien waar de zon staat. Leven

doe ik waar de vensterbanken
naar het water neigen,een
gordijn wegblazen als het
moeilijk wordt. Ik wil
opstaan en de trappen voelen
kraken van landerigheid.

Snikken na het tanden poetsen
en in de kast een luide lepel rapen.
Zien hoe zelfs de honing huilt.




 
<    ^