| Meander * Eerder * Dichters * Peter W.J. Brouwer | ||
|
Peter W.J. Brouwer DE BEZOEKERS Ze porden het hout op en schonken wijn weer waren we vrienden onder elkaar maar voelden ons bekeken, die avond stroomde het licht uit onze ogen kamers in waar deuren kierden die maar niet open gingen, of dichtvielen en wat we elkaar ook zeiden, ergens bleef het hangen, halverwege de avond kouder was het geworden en onze gastheer vergeetachtiger we legden naast hem een blok in het vuur en schonken hem zijn wijn toen keek hij op naar de klok, daar leek hem van alles zoek gebaarde nog wat te blijven is zelf als eerste opgestaan door wie zijn wij die avond ontvangen wie schonk ons met het laatste glas uit, doofde het vuur in onze harten werd het afwezig wie zegde ons gedag OVER GROOTOUDERS Op een avond liep een schelpenpad tot aan het huis waar mijn grootmoeder als engel de deur opende in zoveel licht had ik haar nog niet gezien een fossiel was haar stem en mijn herinnering het huis geworden we groetten elkaar en spoelden aan terwijl ik mijn grootvader slapend zag wijken ik kon zijn huis en dieren met hokken tot wrakhout bedenken zijn appelboom tot klokhuis kijken mezelf een nachtegaal horen zingen NAAKTE WAARHEID Ik dacht als dit uitkomt het diepst gekoesterd geheim verkwanseld dan regent het hier straks waarheden als koeien ik zag ze al vallen grote naakte koeien die als puzzelstukken over elkaar heen rolden en het gras aan de andere kant van koeien bestudeerden en of dat nog groener was hun uiers waren van schande gevlekt en gaven melk als bloed maar er was niemand die zag wat ik zag of zin had om zijn of haar diepste geheim te verkwanselen voor een handvol gelijk of kilo's naakte waarheid ik zag ze grazen en dacht ik ken de waarheid al te goed ik kan haar beter laten OM LANGZAAM TE VERGETEN Haar benen weer kuis bijeen bedenken vergeten haar mond, die smaakte naar jouw mond de mouw waarin haar polsslag kroop haar adem en de stilte om haar adem vergeten het hoog opgetrokken been ernstige ogen om een serieuze daad haar snelle lach als zij nu maar vergeet jouw hemd om haar schouders jouw hand waarin haar schoot rustte en vergeten haar hese stem en het onontkoombare vloeken om lichaamsdelen vol zoet geweld waarin de tijd wel wilde blijven vergeten dat het bloed toch weer zich zonder verveling verzamelde tot in de openingen van een ander die geen ander meer was vergeten wat je bedacht en wegdacht, de stad en het land delen van wandelingen en het licht op een plein dat slonk in je oog dat zich sloot voor haar nadat je samen een laatste keer en voldoende volledig om langzaam te vergeten |
||
| <   ^   | deze tekst printen |