| Meander * Eerder * Gedichten * De nar | ||
|
Leo Dekker
De nar De nar omarmt, dwaas en broos, wat hij een globe acht. Hij breekt glazen in een doos, alleen een kind dat lacht. De nar omhelst, blind en fragiel, danst hij het tere hart aan flarden. Hij zingt om alle oude barden en voelt zich bijkans imbeciel. De nar verzucht om ieders klucht; de klaagzang die door alles klinkt; wat dronken het verstand verminkt. De nar speurt naar gebakken lucht, het lachend kind, de globe en die doos, De nar omstrengelt alles vruchteloos. |
||
| ^   | deze tekst printen |