| Meander * Eerder * Gedichten * Afscheid | ||
|
F. Tolfpoets & zonen
Afscheid De geur van giftigheid nam toe. Het sap van onmacht zoog diepe kloven. Zuur beitelde zich vast onder je huid. Tevergeefs. Toen wij nog door het raam naar binnen gluurden, schoof het doek al tot ver voorbij je hoofd. De rij verpleegsters vormden zich tot scherm. Oefenden zich in het onwennig voelen. We probeerden alsnog bij elkaar te harken wat restte : een besneeuwd gelaat tussen vale lakens opgebaard. Het was groots. Het schouwspel beklemde. Alleen applaus ontbrak. |
||
| ^   | deze tekst printen |