| Meander * Eerder * Gedichten * Eigengereid | ||
|
Dani Juazeiro
Eigengereid Hij dacht aan een zonovergoten luie lenteochtend, met tjsilpende en baltsende musjes in de achtertuin, met narcissen en hyacinten, die zich vanuit de verre diepte waar de zwarte nacht immer en altijd heer en meester is met hun knokige elleboogjes naar boven toe werken, naar de veelbelovende warmblauwe hemel God zou het nooit lieflijker kunnen doen Hij dacht aan een zoemende hommelkoningin, die als een vorstin neerdaalt op een nederige boterbloem en zich tooit met het gouden stuifmeel van haar dienaar Hij dacht aan de van plezier kirrende peuter, die als een onhandig vossenjong een vlinder achternajaagt maar zijn ouders geen ogenblik van zijn netvlies bant God zou het nooit waardiger kunnen doen Hij dacht aan een zwerm vleermuizen bij valavond fatale wolk voor zesbenige vliegers in de schemering bevrijdende zegen voor groene groeiers en bloeiers Hij dacht aan een spin pronkend met haar weefkunst als een doorkijkjurk met zicht op het hof van Eden tot het einde der tijden gestraft door Athena zo jaloers God zou het nooit fijner kunnen doen Hij dacht aan een bliksemschicht die de nacht in lichterlaaie zet en de hemel met donderend gebulder in tweeën splijt alsof de apocalyps al zijn attributen wil tentoonspreiden Hij dacht aan een allesvernietigende windhoos op drift die alles en iedereen in zijn haast naar de ondergang meesleurt zoals Daidalos zijn zoon door de zee zag opgeslokt worden Zou God het ooit beter kunnen doen ? Hij dacht aan de vragende ogen van het verweesde kind wiens ouders eensklaps verdwijnen in de nevelen der dimensies voorgoed uitgeveegd door een gekooide benevelde geest Onwetend jong dat als door een murene wakker geschokt de leugen van de grote wereld achterhaalt over goed en kwaad en over de oneindige liefde van de grote Manitoe Zou God het ooit beter willen doen ? |
||
| ^   | deze tekst printen |