| Meander * Eerder * Gedichten * De nachtwind | ||
|
Frank Heine
De nachtwind aan Adriaan Roland Holst De nachtwind komt uit het noorden van over zeeën en dorpen waar vissers in een onverstaanbare taal, en in jeneverstuipen van leven en sterven, mij berichten dat er meer ellende is dan het in mijzelf verloren zijn. De nachtwind trekt aan de bomen die mij vastbinden aan mijn bestaan waaruit niet meer te ontsnappen is zonder het leven te laten. Hoe ooit geraakte ik zo vastgenageld aan deze levensplek van stille zonde? De nachtwind vertelt mij meer: Dat uit rusteloze nacht en duisternis geen redding is te verwachten en dat mijn jarenlange wachten zinloos is. En dat ik straks zal sterven zonder iets te weten of maar te begrijpen. Nog luister ik naar het gekreun van in 't gebint gevangen oude balken. Hoe lang nog moet ik het besef verdragen te zijn veroordeeld tot gebrek aan uitzicht op verlossing; want er is slechts ellende, hier en van waar de nachtwind komt. |
||
| ^   | deze tekst printen |